We vechten het liever zelf uit

Rebellen van het Vrije Syrische Leger zijn blij met de Turkse artilleriebeschietingen maar de regie van de strijd tegen president Assad houden ze liever zelf in handen.

TOPSHOTS Syrian rebels ride a motorcycle during a patrol in the town of Tal Abyad near the border with Turkey on October 5, 2012. Turkey's Prime Minister Recep Tayyip Erdogan again warned Syria it would pay a big price for further attacks, two days after a deadly cross-border shelling. Erdogan reiterated that Turkey does not want war but is ready to act if threatened by the regime of President Bashar al-Assad, which has been at war with rebels since early last year. AFP PHOTO/BULENT KILIC
TOPSHOTS Syrian rebels ride a motorcycle during a patrol in the town of Tal Abyad near the border with Turkey on October 5, 2012. Turkey's Prime Minister Recep Tayyip Erdogan again warned Syria it would pay a big price for further attacks, two days after a deadly cross-border shelling. Erdogan reiterated that Turkey does not want war but is ready to act if threatened by the regime of President Bashar al-Assad, which has been at war with rebels since early last year. AFP PHOTO/BULENT KILIC AFP

Correspondent Turkije

TEL ABYAD. De hemel is verraderlijk voor deze dag aan het Syrische front. Het onweert. De donderslagen dreunen soms als inkomend vuur. Als de regen stopt, klinkt rechts van het kruispunt waar we juist uit de auto zijn gestapt een hoge fluittoon, als de motor van een afslaande stofzuiger. De waarschuwing is te kort om te kunnen reageren. Een doffe dreun. Zwarte rook kringelt richting de bewolkte hemel.

Even lijkt het kruispunt muisstil te vallen. Een denkpauze zo lang als een fractie van een seconde. Alsof niemand hier gelooft dat de bom die zo vlakbij is gevallen, mens noch dier heeft geraakt. De muren van een winkeltje dat al eerder in puin geschoten is, lijken de granaatkartets in hun vlucht te hebben gestopt. Dan, de verlate paniek: „Ga liggen, ga liggen.” Een taxibus en een vrachtwagen vol gehoofddoekte vrouwen spurten richting de Turkse grens. Strijders van het Vrije Syrische leger steken hun kalasjnikovs in de lucht. „Niets aan de hand.”

De gevechten in dit grensstadje hebben grensoverschrijdende gevolgen gehad in de afgelopen week. De mortiergranaten waarmee het Syrische leger de oppositie in het centrum van de stad bestookt zijn niet altijd even nauwkeurig. Meestal vallen ze hier, rond de geïmproviseerde wegversperringen die de jonge strijders in elkaar hebben geknutseld. Olievaten met prikkeldraad, autobanden, koelkasten. De granaten kunnen een afstand van tien kilometer overbruggen, zo ver als de Turkse grens van de Syrische stellingen. Woensdag raakte een van die mortieren het huis van de Turkse familie Temugcin en doodde twee moeders en drie kinderen. In het spervuur van het afgelopen weekend vloog weer een granaat over de grens. De mortiergranaat raakte een silo van de Turkse Graanbond, aan de overkant van het huis van de Temugcins. De muren van het gebouw droegen sinds de aanval van woensdag al gaten zo groot als tennisballen.

De vergeldingsacties van het Turkse leger heeft de strijd in dit dorp zichtbaar veranderd. De artilleriebeschietingen vanaf de Turkse legerbases hebben de Syrische tanks tot tien kilometer bezuiden de grens verjaagd, net voorbij deze wegversperring aan het einde van een lange, verlaten weg. Die afstand moet groot genoeg zijn om de Turkse grensdorpen uit de luwte te houden.

De terugtrekking heeft de strijders van het Vrije Syrische Leger in overwinningsstemming gebracht. „De nieuwe situatie helpt ons”, zegt Yunus, een student die vorig jaar de wapens opnam tegen Bashar al-Assad. „We hebben alleen maar kleine wapens. Daar kun je niks mee beginnen tegen tanks.” De straten van het dorp zijn goeddeels verlaten. De blauw met witte rolluiken zijn naar beneden getrokken. De eigenaars en hun klandizie zijn naar de andere kant van de grens vertrokken.

Nu is het centrum verzamelplek voor strijders, van wie velen hier Turks spreken. Ze zijn Syrische Turkmenen, die voor alles afhankelijk zijn van het buurland. Hun pakken komen daar vandaan. Hun voedsel, hun drinkwater, hun internet waarmee ze filmpjes downloaden. Zelfs de executies van regeringssoldaten, die dit weekend de Turkse kranten haalden. De Turkse artillerie verleent nu de steun uit de lucht die ze negentien maanden ontbeerden. „De zaken gaan beter nu”, zegt commandant Enver Dede. „Na het incident in Akçakale hebben we rustige dagen. Het leger heeft zich teruggetrokken. En er vallen nu veel minder granaten aan onze kant. Gisteren slechts vijf.”

De theorie die aan de andere kant van de grens veelgehoord is dat de rebellen zelf de mortiergranaten naar Turkije schieten om het leger de oorlog in te lokken doet de commandant af als een fabel. Hij wijst op zijn AK-47. „We hebben alleen deze wapens. We hebben die grote spullen niet.”

Maar de strijders lokken wel gevechten uit met de regeringstroepen. Minuten nadat een Syrische granaat opnieuw aan de Turkse kant van de grens is neergekomen, bellen strijders aan het front met hun telefoon. „We gaan nu een aanval beginnen. Bid voor ons”, hijgt Yunus. De Turkse artillerie en de strijders op de grond trekken nu dus gelijktijdig op.

De vele incidenten aan de Turkse grens markeren een omwenteling in de strijd in Syrië. In juni trokken regeringstroepen zich grotendeels terug uit het noordelijke grensgebied bij Turkije om de grote steden Aleppo en Damascus te kunnen verdedigen tegen de aanvallen van het verzet. Nu de strijd in die steden geluwd lijkt, maken de regeringstroepen een comeback aan het noordelijke front. Niet alleen hier ten zuiden van de Turkse grensplaats Akçakale, maar ook aan de westkust in de provincie Hatay wordt nu hard gevochten.

De steun van de Turkse artillerie is welkom, onderstreept commandant Enver Dede. Maar op Turkse grondtroepen zit niemand hier te wachten. „Dit is onze strijd. We kunnen het zelf wel aan”, zegt hij, terwijl hij zijn kalasjnikov laat rusten op zijn badslippers. Het buurland is een levenslijn voor de opstandelingen. Maar de regie van de strijd tegen de regering van president Assad houden ze liever zelf in handen.