Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Zorg

‘Overheid ondernam geen actie tegen misbruik in tehuizen’

De commissie-Samson deed onderzoek naar seksueel misbruik van uit huis geplaatste kinderen. Foto ANP / Marcel Anthonisse

De overheid wist al lang dat uit huis geplaatste kinderen onvoldoende veilig zijn in vooral tehuizen, maar ondernam geen actie om de omvang en gevolgen te onderzoeken.

Het is één van de conclusies die de commissie-Samson trekt in haar rapport Omringd door zorg, toch niet veilig. Andere conclusies waren afgelopen weekeinde al uitgelekt. Het rapport is vanmorgen door de voorzitter van de commissie, oud-procureur-generaal Rieke Samson, aangeboden aan minister Opstelten (justitie, VVD) en staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten (VWS, CDA).

De toon in het rapport is genuanceerd en het beeld dat oprijst helder. Ministeries, Inspectie Jeugdzorg, Jeugdzorg Nederland en hulpverleners hebben gefaald. Kinderen die uit huis zijn geplaatst door de kinderrechter, en onder de hoede kwamen van de overheid, hebben sinds 1945 niet altijd de bescherming tegen seksueel misbruik gekregen, waarop ze recht hadden. Overheid en sector hadden “eerst geen notie” van het misbruik, “later is er sprake van een gebrek aan professionaliteit en durf om zaken aan te pakken”.

Bekijk hieronder een video met de conclusies die bij de presentatie werd vertoond:

‘Jeugdzorg in het hart geraakt’

In een reactie kondigt Jeugdzorg Nederland aan voormalig vicepremier André Rouvoet te hebben gevraagd een onafhankelijke commissie te leiden, gericht op het voorkomen van seksueel misbruik. Volgens Ans van de Maat, bestuurder van Jeugdzorg Nederland, is haar organisatie “in het hart geraakt”. Van de Maat: “Elk kind dat dit is overkomen bied ik hierbij namens de jeugdzorg mijn excuses aan.” Ze wijst er wel op “dat meer dan zeventig procent van het misbruik plaatsvindt tussen jongeren onderling of buiten het toezicht van instelling of pleegouders”.

De overheid heeft tot 1990 de reacties op signalen van seksueel misbruik grotendeels overgelaten aan de sector zelf, schrijft Samson. Weinig zaken kwamen bij de politie en het Openbaar Ministerie terecht. Het toezicht van de overheid was beperkt. Later verbeterde dat, maar ook in 2010 was het misbruik nog ontoelaatbaar hoog, blijkt uit het onderzoek.

De medewerkers in de jeugdzorg doen, volgens de commissie, “met passie en inzet” hun werk. Maar de “goedbedoelde, maar niet altijd effectieve drukte aan hulpverleners om het kind heen, vrijwaarde het kind niet van (seksueel) geweld”, aldus de commissie.

Jeugdzorg signaleert ‘schokkend’ weinig gevallen

Ronduit schokkend, vindt Samson, is de uitkomst dat werkers in de jeugdzorg veel minder gevallen van seksueel misbruik signaleren dan er werkelijk plaatsvinden. Nog geen twee procent wordt gezien. Het misbruik is het grootst in tehuizen. In pleeggezinnen lijkt niet meer misbruik te zijn dan in ‘gewone’ gezinnen.

Verstandelijk beperkte kinderen lopen het grootste risico. De commissie ontving de afgelopen twee jaar ruim 800 meldingen. Daarvan zijn er 42 overgedragen aan het Openbaar Ministerie.

Commissie wil professionalisering sector

In het rapport wordt een groot aantal aanbevelingen gedaan om seksueel misbruik van kinderen in tehuizen en pleeggezinnen terug te dringen. De commissie wil verdere professionalisering van de sector:

  • In de opleiding en tijdens het werk moet meer aandacht worden besteed aan het risico op seksueel misbruik.
  • Voor alle medewerkers in de jeugdzorg moet een verplichte certificering komen.
  • Bureaus Jeugdzorg en zorgaanbieders moeten zorgen dat de dossiers compleet zijn.
  • Het toezicht op de pleegzorg moet geïntensiveerd worden.
Samson neemt niet het advies van de onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen over om de Inspectie Jeugdzorg weg te halen bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en een onafhankelijke positie te geven. De universiteit onderzocht in opdracht van de commissie het misbruik sinds 1945.

Omdat de overheid te lang “is blijven steken in goede bedoelingen”, dienen de ministers de Tweede Kamer informeren over de voortgang van de maatregelen. De Kinderombudsman moet toezien op de uitvoering.