Dit is een artikel uit het NRC-archief

Oorlog

Gekaapte, historische brieven online: ze kwamen nooit aan, maar zijn nu te lezen

Liefdesbrieven, bezorgde brieven en gewone ‘ik-mis-je-heel-erg-brieven’. Vandaag lanceert het Meertens Instituut de website GekaapteBrieven.nl met verloren brieven uit de zeventiende en achttiende eeuw.

Liefdesbrieven, bezorgde brieven, reisverslagen, paspoorten en gewone ‘ik-mis-je-heel-erg-brieven’. Vandaag lanceert het Meertens Instituut de website GekaapteBrieven.nl met verloren brieven uit de zeventiende en achttiende eeuw. Ooit gekaapt door de Engelsen, maar nu ter beschikking voor een ieder geïnteresseerd in het leven van de ‘gewone mens’ in die tijd.

Zo’n ‘gewone mens’ was huisvrouw Ietien Ians, moeder van twee kinderen. Meerdere brieven schreef ze aan haar man Aerien Iacopsen, maar veel van ze zouden nooit aankomen. Ians:

“Ick heb 16 brieve gesteurt hoopende dat ghij die wel ontfangen sult en ick verlangh hard nae een brief maer noch meer nae ul mijn lieve man.”

Het is een van de vele passages uit de brief waarin Ians haar hartzeer kenbaar maakt. Met haar twee zoons gaat het goed, maar de huisvrouw kan het gemis van haar “beminde man Aerien Iacopsen” maar moeilijk verdragen. Haar brief besluit ze met de wens haar man spoedig in haar armen te kunnen slaan.

“Dat wij met gesontheyt en liefde weder bij malkander moge kome als het god belieft.”

Zie hier een screenshot van de brief van Ians:

Screenshot van de website Gekaapte Brieven, geïnitieerd door het Meertens Instituut.Screenshot van de website Gekaapte Brieven, geïnitieerd door het Meertens Instituut.

Brieven die nooit aankwamen

Of schipper Iacopsen ooit weet heeft gehad van het verdriet van zijn vrouw, is onduidelijk. In totaal werden er duizenden brieven als die van Ians tijdens een oorlog in de zestiende en zeventiende eeuw buitgemaakt. Ook paspoorten, slavenlijsten, bankafschriften, goederenlijsten en allerlei andere brieven werden door de Engelsen gekaapt tijdens de oorlog.

In 1980 doken ze op in het Engelse nationale archief in Londen en sinds december vorig jaar ging een groep vrijwilligers aan de slag met het ontcijferen van de in totaal 38.000 gekaapte brieven. Onder leiding van taalwetenschapper Nicoline van der Sijs, verbonden aan het Meertens Instituut, zijn alle bevindingen gereed gemaakt voor publicatie op de website Gekaapte Brieven. Deze is sinds vandaag online.

Wat is de waarde ervan

Maandenlang worstelden honderd vrijwilligers zich door brieven gevuld met oud-Nederlands, vaak nog voorzien van de nodige, onbekende afkortingen. Maar de vraag blijft natuurlijk: wat boeit ons het hartzeer van een huijsvrou eeuwen geleden? Van der Sijs meent dat de brieven een rijke bron voor wetenschappers vormt. In dagblad Trouw zegt ze:

“Er zijn maar heel weinig teksten bewaard gebleven van relatief laagopgeleide mensen die over zichzelf schreven. Historici kunnen in deze brieven lezen hoe gewone mensen een Rampjaar in 1672 hebben ervaren. In de geschiedenis lees je abstract over oorlog: Frankrijk valt Nederland binnen.”

Op deze manier is duidelijk hoe de gemiddelde burger de oorlog heeft ervaren. Ook merkt Van der Sijs op dat de brieven voor leken eveneens interessant zijn. Voor mensen met een persoonlijke interesse in geschiedenis, maar ook voor degenen die meer willen weten van hun familiegeschiedenis is het doorspitten van de site interessant.

Zeepost

Het is overigens niet de eerste keer dat de gekaapte brieven in de openbaarheid komen. In 2006 en 2007 werd er in het NRC Handelsblad elke maand een brief gepubliceerd in de rubriek Zeepost. Historicus Roelof van Gelder besprak de brieven. Over een van de brieven schreef Van Gelder:

“Soms lijkt het of de brieven in Zeepost alleen maar narigheid bevatten: heimwee, ziekte, oorlog, dood en het langdurig uitblijven van nieuws. Maar soms treffen we ook een opgewekte briefschrijver aan. Zo iemand was Jan Adriaensz Danser, een schipper uit Amsterdam die in 1664 met zijn schip in de havenstad Sonderburg, in Sleeswijk lag. Hij schreef zijn vrouw een brief en zond haar en zijn kinderen tegelijk een eigengemaakte liedtekst, waaruit het verlangen naar vrouw en kinderen blijkt. Het maken van teksten op bestaande melodieën was een veel voorkomende liefhebberij in de Nederlanden. Danser gaf aan dat het lied gezongen kon worden op de melodie van ‘En wilt mij niet beschamen’. De tekst van dat lied komt onder andere voor in ’t Kleyn Hoorns-Liet-boeck (1644). De melodie was populair vanaf het midden van de 16de tot midden 18de eeuw en is overgeleverd in een aantal bronnen onder andere in Den Singende Swaen (1664). De melodie is te beluisteren op de cd Zingende Zwanen van Camerata Trajectina.”