Turkije beschiet Syrië voor vierde dag op rij na nieuwe granaataanval

Een Turks legervoertuig in de buurt van Akcakale, het stadje in het zuiden van het land dat deze week getroffen werd door een mortier. Foto AP

Het Turkse leger heeft vanochtend opnieuw het vuur geopend op Syrië nadat weer een mortiergranaat in Turkije terecht was gekomen. Het is de vierde dag op rij van beschietingen.

De granaat kwam neer bij het dorp Guvecci in de provincie Hatay aan de grens met Syrië. Dat zou zijn gebeurd terwijl er werd gevochten door Syrische militairen met rebellen. Hoewel niemand aan Turkse zijde gewond raakte, antwoordde de Turkse strijdkrachten onmiddellijk, zo meldden Turkse staatsmedia.

Turkse premier Erdogan: SyriË moet ons niet testen

Eerder deze week kwamen vijf Turken om toen ze werden getroffen door een Syrische granaat. Turkije scherpte daarna te beveiliging aan de grens aan. De Turkse premier Recep Tayyip Erdogan zei echter geen oorlog te willen met Syrië, hoewel hij gisteren in een toespraak voor studenten zijn toon aanscherpte:

“We houden niet van oorlog, maar we zijn er ook niet ver vandaan. Syrië moet ons niet testen. Het gezegde luidt: bereid je voor op oorlog als je vrede wilt. Oorlog is de sleutel voor vrede.”

De VN-Veiligheidsraad veroordeelde de Syrische mortieraanval van woensdag gisteren. In de verklaring van de raad staat dat dergelijke aanvallen in strijd zijn met het internationaal recht en niet nog eens kunnen plaatsvinden. Het voorval benadrukt hoe de crisis in Syrië de veiligheid van de buurlanden en de stabiliteit van de regio in gevaar brengt, aldus de raad.

‘Vergeldingsacties Turkije moeten gezichtsverlies voorkomen’

De vergeldingsacties van het Turkse leger moeten gezichtsverlies voorkomen voor de Turkse regering, maar meer actie ondernemen kan Turkije eigenlijk niet, zei onze correspondent Bram Vermeulen eerder deze week:

“Ankara zit in de dwangbuis van zijn bondgenoten in Europa en de Verenigde Staten, die in de afgelopen negentien maanden lieten zien weinig animo te hebben voor ingrijpen, ondanks de meer dan 30.000 doden in Syrië. De Amerikaanse president Barack Obama vermijdt het onderwerp zo goed als hij kan in de aanloop naar de verkiezingen op 6 november.”