Nietsverhullend design

Playboy heeft veel betekend voor de verspreiding van modern design. Dat is de prikkelende boodschap van een tentoonstelling in Maastricht.

In de Playboy van mei 1954 staat een handige plattegrond, met de titel ‘Playboy’s Progress’. Het is een stappenplan waarmee de vrijgezel een vrouwelijke gast in zijn appartement kan verleiden. In 25 stappen van binnenkomst tot slaapkamer, langs imponerend leesvoer op de salontafel, de platenspeler, martini’s, snelle snacks en een omhelzing op het balkon. Voor de haard staan een Womb Chair van Eero Saarinen en een Butterfly Chair van Jorge Hardoy. De lezer weet waar het eindigt. Het Playboy-interieur heeft als doel een vrouw steeds een stapje horizontaler te krijgen.

De tentoonstelling Playboy Architecture 1953-1979 NAiM/Bureau in Maastricht laat zien hoe seks, architectuur en design met elkaar versmolten waren in de hoogtijdagen van mannenblad Playboy. Met originele oude tijdschriften en meubels, maquettes en televisiebeelden. Playboy had als missie de Amerikaanse man te bevrijden uit het keurslijf van de naoorlogse buitenwijk.

„De seksuele en architectonische fantasieën lopen in elkaar over. Architectuur is niet een onderwerp in het blad, zoals literatuur of politiek, maar een essentieel onderdeel van Playboy”, zegt Beatriz Colomina, hoogleraar aan Princeton en samensteller van de tentoonstelling. Volgens haar maakte Playboy het aanvaardbaar voor mannen om geïnteresseerd te zijn in moderne architectuur en design. „Lezers verlangden ernaar ten minste een deel van het ideale interieur zelf te bezitten”, zegt ze.

Dit verlangen werd door het blad gevoed met nieuwe objecten van ontwerpers als Charles en Ray Eames, Harry Bertoia, George Nelson en Joe Colombo. Een stedelijke vrijgezel die veel bezig is met stijl zou weleens op mannen kunnen vallen. Maar met het lezen van Playboy, waarin vrouwelijk naakt en designstoelen elkaar complimenteren, ontweek hij deze verdenking. Het huis van architect Charles Moore, decaan van de architectuuropleiding van Yale, werd uitgebreid in Playboy geportretteerd, met zelfs een naakte studente in zijn sauna. Moore zelf, homoseksueel, ontbrak op de foto’s.

De Playboy-lezer is geen buitenmens. Zijn habitat is de stad. Maar ook in de stad trekt hij naar binnen. Binnenskamers, in zijn ‘man cave’ of ‘bachelor pad’, heeft hij de touwtjes in handen, ‘fingertip control’ in Playboy-termen. Playboy plaatste gedetailleerde impressies van het perfecte penthouse, herenhuis, buitenhuis en dakterras en beschreef deze droomplekken alsof de lezer zelf de sleutel had. De huisvrouw is hierin vervangen door gadgets. Vanaf midden jaren zestig plaatste het blad steeds vaker echte huizen die voldeden aan de fantasie. „Playboy heeft met zijn seksualisering van architectuur en zijn enorme, wereldwijde oplage meer gedaan voor de verspreiding van modern design dan prestigieuze interieurtijdschriften en musea”, stelt Colomina.

Playboy-architectuur culmineert in het ronde, roterende bed. Een bed als een huis, voorzien van een ingebouwde bar, telefoon, een uitgebreid entertainmentsysteem en knopjes om gordijnen, licht en temperatuur mee te bedienen. Oprichter Hugh Hefner, zakenman in zijden pyjama en kamerjas, verliet zelden zijn huis en hield kantoor in zijn ronde bed, het middelpunt van zijn Playboy Mansion en het centrum van zijn imperium. Zelfs zijn zwarte privéjet Big Bunny had een ovaal bed.

Een andere vondst was de controlroom, een kamer vol beeldschermen waarin hij kon kijken zonder zelf te worden gezien. Colomina: „Playboy-architectuur als fenomeen hoort bij de Koude Oorlog. In het eerste nummer schreef Hugh Hefner al dat het blad afleiding biedt voor de angsten van het atoomtijdperk.”

Beroemde architecten als Frank Lloyd Wright, Mies van der Rohe en Buckminster Fuller werden als culturele iconen geportretteerd in het blad. Perfect gekleed en geroemd om hun masculiene fijnzinnigheid, met de subtiele suggestie dat ook zij playboys zijn.

In 1956 publiceerde Playboy een ontwerp voor het perfecte penthouse. Het werd het populairste nummer tot dan toe. Honderden lezers verzochten om meer informatie over het huis en de meubels. Colomina en haar promovendi kwamen tot een simpele conclusie na analyse van zesentwintig jaargangen Playboy. „Architectuur was de enige playmate die mocht blijven.”

Playboy Architecture 1953-1979 Tot 10 februari 2013 in NAiM/Bureau, Europa Avenue Céramique 226, Maastricht. Di t/m zon 11-17 uurwww.bureau-europa.nl