In de psychologie lukt bijna elke proef

Is wetenschap nu wel of niet zelfreinigend? (Wetenschapbijlage, 29&30 september) Hoe vaak komt wetenschapsfraude eigenlijk voor? Is het waar dat er geen aanwijzingen zijn dat het in de psychologie erger is dan elders, zoals psycholoog Tom Postmes claimt in zijn onderzoek naar het zelfreinigend vermogen van de wetenschap? Een reeks empirische onderzoekingen van de wetenschapsonderzoeker Daniele Fanelli van de Universiteit van Edinburgh biedt antwoorden op deze vragen.

In een meta-analyse van 18 enquêtes over wetenschapsfraude vond Fanelli (PLOS One, mei 2009) dat 2 procent van de onderzoekers bekende wel eens gegevens verzonnen/vervalst/veranderd te hebben (de ‘ergste’ vormen van wetenschapsfraude, samen met plagiaat), terwijl 33,7 procent van de respondenten ‘twijfelachtige onderzoekspraktijken’ van zichzelf toegaf (zoals het weglaten van onwelgevallige gegevens of het niet rapporteren van niet-bevestigde hypothesen). Onderrapportage ligt uiteraard voor de hand, dus de echte prevalentie is mogelijk hoger.

In vervolgonderzoek richtte Fanelli (PLOS One april 2010, Scientometrics januari 2012) zich op de relatie tussen academische discipline en de neiging om hypothesen positief bevestigd te krijgen.

Toch zijn negatieve resultaten cruciaal voor vooruitgang in de wetenschap. Immers, alleen wanneer ook negatieve resultaten in het beeld worden betrokken, is het mogelijk te beoordelen wat het werkelijke belang is van bevindingen en verschijnselen, en wordt voorkomen dat nodeloos doorgewerkt wordt op basis van irrelevante of triviale bevindingen.

Fanelli onderzocht een steekproef van 2.434 gepubliceerde artikelen in een groot aantal wetenschapsgebieden en vond significant meer positieve resultaten in artikelen op het gebied van de sociale wetenschappen – met name psychologie, psychiatrie, economie en bedrijfskunde – en in sommige toegepaste wetenschappen, in vergelijking met bijvoorbeeld ruimte- of aardwetenschappen.

Op grond van deze resultaten is het, anders dan Tom Postmes beweert, dus wel degelijk ‘erger’ in de psychologie dan elders. Tot slot constateerde Fanelli in 2012 een toename van 22 procent van ‘positieve resultaten’ tussen 1990 en 2007, hetgeen niet pleit voor de these van het zelfreinigend vermogen van de wetenschap.

Emeritus hoogleraar Sociale Wetenschappen, Universiteit Utrecht