Wat is er mis met een knuppel?

Tasers zijn volgens de regering nodig, omdat andere wapens tekortschieten. Maar ze moeten er vooral voor zorgen dat de politie weer aanzien krijgt.

Freek Schravesande

Verslaggever

Een verwarde man in Woerden had de primeur. Urenlang stond hij op zondagochtend 17 mei 2009 met een glazen asbak en een vleesmes op het balkon. Hij had een wond bij zijn rechteroog en liep onrustig rond. De 30-jarige man was onder invloed van wiet en coke en weigerde mee te werken met de politie. En zo kwam het dat om 9.40 uur de deur van de woning opensloeg en een lid van het arrestatieteam twee minuscule pijltjes op hem afschoot. De man zakte ineen en werd overmeesterd.

Eenmaal in de cel was hij de eerste Nederlander die het informatiepamflet voor mensen blootgesteld aan 50.000 volt ontving. ‘Wat is er gebeurd? U bent geraakt door een zogenaamde Taser. De Taser is een stroomstootwapen dat korte stroomstoten geeft die ervoor zorgen dat uw spieren samentrekken. Hierdoor bent u mogelijk de controle over uw lichaam verloren en op de grond gevallen.’

Zeventien mensen en één hond zouden dat jaar in het kader van een pilot door een arrestatieteam worden getaserd. Ze zwaaiden met samoeraizwaarden, stokken of messen. Een doorgedraaide patiënt die een hulpverlener dreigde met vork en mes. Een bewapende vader die mogelijk zijn gezin iets wilde aandoen. De Taser (een merknaam) schakelde ze allen uit voor ten minste vijf seconden, voldoende om ze te boeien, en zonder verdere verwondingen.

De proef was een succes. Zo’n succes dat minister van Justitie Ivo Opstelten deze week de Tweede Kamer liet weten ook agenten op straat in een pilot van een Taser te willen voorzien. De huidige geweldsmiddelen schieten volgens Opstelten tekort. De korte wapenstok zou weinig gezag uitstralen, de klap maakt te weinig indruk en het is moeilijk mensen ermee op afstand te houden. Voor pepperspray blijkt niet iedereen gevoelig. Ook werkt de spray niet goed bij regen of harde wind en kun je het spul in menigten of kleine ruimtes niet gebruiken vanwege gevaar voor jezelf en anderen.

De Taser zou het ‘gat’ tussen pepperspray en pistool kunnen vullen. In de Verenigde Staten, Canada en Australië gebruikt de politie het wapen op grote schaal en ook in Europa is het stroomstootwapen aan een stille opmars bezig. Gebruik ervan leidde in de VS tot significant minder verwondingen bij arrestanten en agenten en tot een hoge ‘successcore’ voor een wapen in de categorie ‘less lethal’.

Maar de Taser is niet onomstreden. Alhoewel een direct verband nooit is aangetoond, kan het wapen mensen met hartproblemen of onder invloed van drugs het laatste dodelijke zetje geven. Ook leidde het gebruik van de Taser in de VS tot een reeks incidenten. Agenten hadden mensen te lang of zonder aanleiding getaserd. Ook verdachten die al in de handboeien zaten. Soms werd het wapen al ingezet als automobilisten hun gordel niet om hadden.

Disproportioneel gebruik ligt op de loer, weet Otto Adang, lector gevaarbeheersing aan de Politieacademie. Adang evalueerde de proef met het stroomstootwapen bij arrestatieteams en adviseerde om alleen ‘getrainde geweldsspecialisten’ zo’n wapen te geven. De agent op straat met zijn vier cursusdagen gevaarbeheersing per jaar valt daar niet onder.

Waarom dan toch een extra wapen aan diens koppel hangen? „Goeie vraag”, zegt Adang. De Taser is volgens hem het zoveelste hoofdstuk in de zoektocht van de politie naar het ideale geweldsmiddel, hét wapen waarmee je elke verdachte op een perfecte manier uitschakelt. Die zoektocht was er al in de jaren 60, toen de politie de sabel verruilde voor de wapenstok. En er kwam ook geen eind aan na de invoering van pepperspray in 2001.

Maar de vraag is of zo’n wondermiddel wel bestaat. Tot nu toe was bij invoering van een nieuw wapen steeds sprake van het ‘honeymooneffect’, zegt Adang. „Eerst ligt het accent op de voordelen, daarna slaat de realiteit toe.” Hij vreest dat de Taser eenzelfde toekomst tegemoet gaat als de pepperspray.

Ook de spray moest het ‘gat’ tussen wapenstok en pistool dichten. Maar in de praktijk bleek het middel niet te worden gebruikt waarvoor bedoeld. Stond de spray aanvankelijk ingetekend op ‘4’ op de proportionaliteitsladder van geweldsmiddelen (1. verbaal, 2. verdedigingstechnieken, 3. wapenstok, 4. pepperspray, 5. vuurwapen), na invoering stond hij al gelijk met de wapenstok en zakte soms zelfs tot verbaal. ‘Eerst spreken dan sprayen’ kregen agenten te horen. Sprayen werd ervaren als gemakkelijk en leidde niet tot schade. Redenen waarom ook het stroomstootwapen in de VS soms disproportioneel wordt gebruikt.

Is er wel een ‘gat’? Is er een type dader dat je met wapenstok of pepperspray niet kunt bestrijden? Geweld tegen de politie is, net als alle geweld, de laatste decennia toegenomen, maar inmiddels gestabiliseerd. De samenleving telt niet plots meer gevaarlijke gekken. Wel is het uitgaansgeweld toegenomen, situaties waarvoor pepperspray soms te onoverzichtelijk is. Tot nu toe was de heersende gedachte dat de politie met de bekende geweldsmiddelen als de vuist, de wapenstok of de hond ook dan voldoende uit de voeten kon.

Er speelt ook iets anders. De wapenstok ‘straalt te weinig gezag uit’, schrijft Opstelten in zijn brief aan de Kamer. Een klap maakt ‘te weinig indruk’. De politie heeft een autoriteitsprobleem. En de proef met de Taser past in een trend het verloren gezag terug te winnen, denkt Marc Schuilenburg, criminoloog aan de Vrije Universiteit.

Niet alleen de politie verloor haar autoriteit. Elke gezagsdrager, van kerk tot leraar tot burgemeester, moest er sinds de jaren 60 aan geloven. Verhoudingen werden horizontaler, de burger mocht zichzelf zijn, ook zijn uitbundige zelf. Politieagenten kregen vaker een grote mond, werden vaker afgebekt, uitgelachen.

„Burgers kregen meer vertrouwen in Peter R. de Vries dan in een expert van het OM”, zegt Schuilenburg. En terwijl het vertrouwen in de politie afnam, steeg de criminaliteit en bovenal de gevoelens van onveiligheid. Het bracht de politie in een lastige positie. Bij rellen in Hoek van Holland of recent in Haren werd de schuldvraag meteen bij de politie gelegd: is zij wel in staat zulke incidenten te controleren?

Op zoek naar een oplossing brachten de burgemeesters van de grote steden, onder wie Opstelten, al begin 2000 een bezoek aan New York. Daar kampte de politie sinds de jaren 80 met een gezagsprobleem. De afvaardiging maakte kennis met de harde, repressieve aanpak van burgemeester Rudy Giuliani.

Niet veel later liepen in Rotterdam, waar Opstelten toen burgemeester was, ‘stadsmariniers’ rond, jonge criminelen in een BMW maakten kennis met de ‘hufteraanpak’, de politie kreeg ‘frontlijnmedewerkers’, ‘interventieteams’, ‘beleidstargets’. De politie ging legertaal gebruiken om haar gezag terug te winnen. Begin dit jaar pleitten agenten voor een nieuw uniform dat een ‘krachtiger imago’ heeft. Ze willen een stoerdere broek, een ander hoofddeksel.

Of de Taser het gezagsprobleem kan tackelen? „We moeten oppassen de oplossing te zoeken in nieuwe spullen”, zegt politieonderzoeker Jaap Timmer van de Vrije Universiteit. „Dan wordt het een wapenwedloop.” Timmer vraagt zich af of het verstandig is de huidige agent op straat nog een extra wapen in handen te geven.

Beter zou zijn het geld te investeren in training bij stressvolle situaties. „Getrainde agenten kunnen beter reageren, zijn motorisch vaardiger en kiezen bewuster hun geweldsmiddel.” Maar de minister heeft onlangs besloten geen extra geld in training te steken. „Wel kiezen voor de Taser lijkt beleid voor de bühne.”