Hoe smartphones de mobiele providers nekken

‘Zeer geavanceerd’ , zo wordt de Nederlandse telecommarkt genoemd. Maar het groeiend gebruik van de smartphone zet de mobiele telecomproviders ook klem. De omzet krimpt, het netwerk puilt uit en er moeten ook nog eens frequenties gekocht worden.

Dit is de tijd van het jaar waarin alle fabrikanten nieuwe toestellen op de markt brengen. Zodra de pepernoten in de schappen liggen, komt de nieuwe iPhone eraan – met in het kielzog de concurrenten die meeliften op Apples timing.

Inmiddels heeft 58 procent van de Nederlanders een smartphone (vorig jaar: 42 procent). Daarom wordt de telecommarkt hier tot de meest geavanceerde ter wereld gerekend. De omstandigheden zijn perfect: een klein land (goede dekking van snelle netwerken) met relatief lage werkloosheid (veel abonnementen) en relatief hoge inkomens (om gadgets te kopen). In Nederland is als eerste te zien wat mobiele internetdiensten voor een effect hebben op de telecomproviders. En dat is niet best.

Er worden per jaar zes miljoen telefoons verkocht. Of kopen… de meeste Nederlandsers laten hun toestel subsidiëren. Maar mobiele providers zijn nu veel minder scheutig met kortingen. We leren de ware prijs van smartphones kennen. Een praktijkvoorbeeld: twee jaar geleden kostte een iPhone (winkelwaarde 750 euro) 190 euro bij een tweejarig contract (à 45 euro per maand). Nu betaal je 350 euro voor het toestel; het abonnement van 45 euro staat veel minder data toe.

Lees de rest van het artikel in de digitale editie (alleen voor abonnees)

    • Marc Hijink