Overklast - ook na Cruijffrevolutie

Twee jaar geleden was een kansloze nederlaag tegen Real Madrid aanleiding voor de revolutie van Cruijff bij Ajax. Maar gisteren verloor Ajax opnieuw. Met 4-1.

Real Madrid player Karim Benzema scores with a bicycle kick before Ajax player Tobias Sana, left, can stop him during the Champions League Group D soccer match at ArenA stadium in Amsterdam, Netherlands, Wednesday Oct. 3, 2012. This goal brings the score to 2-0. (AP Photo/Peter Dejong)
Real Madrid player Karim Benzema scores with a bicycle kick before Ajax player Tobias Sana, left, can stop him during the Champions League Group D soccer match at ArenA stadium in Amsterdam, Netherlands, Wednesday Oct. 3, 2012. This goal brings the score to 2-0. (AP Photo/Peter Dejong) AP

Johan Cruijff predikte twee jaar geleden de revolutie bij Ajax, toen de ploeg kansloos van Real Madrid had verloren. De revolutie kwam er en Cruijff kreeg de kans Ajax naar zijn hand te zetten. Maar gisteravond bleek dat het verschil tussen de Nederlandse en Spaanse kampioen eerder groter dan kleiner is geworden.

Ajax werd gisteravond in het tweede groepsduel van de Champions League door Real Madrid met 4-1 te kijk gezet. „Mijn ploeg was vaak niets eens in staat de bal van A naar B te spelen”, mopperde coach Frank de Boer na afloop. „We hebben veel te veel ontzag voor de tegenstander getoond. Zo’n ploeg moet je met positieve arrogantie tegemoet treden. We hebben in het verleden bewezen dat het kan.”

Verwijzen naar het verleden is nog altijd gemeengoed bij Ajax. Overal in de Arena worden bezoekers herinnerd aan de succesvolle clubhistorie. Aan de hand van Rinus Michels en Johan Cruijff was Ajax veertig jaar geleden een Europese grootmacht. De Amsterdamse club koppelde aantrekkelijk spel aan resultaat en maakte daarmee naam en faam. „Wij zijn Ajax, wij zijn de beste”, schreeuwen de fans nog altijd.

De realiteit is anders. Ajax speelt in 2012 geen rol van betekenis meer in Europese toernooien. Zoals het hele Nederlandse clubvoetbal is afgegleden naar een niveau dat ver onder dat van toplanden als Spanje, Engeland en Duitsland ligt. Dit wordt keer op keer duidelijk als Ajax een topploeg als Real Madrid treft. „Dit Ajax is nog slechter dan de ploeg uit de periode voordat Michels in 1965 bij de club kwam. Deze ploeg is niet in staat om meer dan drie keer de bal naar elkaar toe te spelen”, stelde Cruijff twee jaar geleden.

Destijds zocht Cruijff het probleem bij Ajax zelf en dacht hij met de oude, aanvallende speelwijze weer aansluiting te kunnen vinden bij de Europese top. Ajax mag op nationaal niveau met twee landstitels terrein hebben herwonnen, in internationaal opzicht is de afstand met een club als Real Madrid nog altijd lichtjaren groot.

Het is naïef te denken dat het verschil in de nabije toekomst kleiner zal worden. Het verschil in transfersommen tussen de twee selecties zegt alles: Ajax gaf 11 miljoen euro uit aan afkoopsommen voor zijn spelers, Real bijna 475 miljoen.

Ajax kan opleiden wat het wil, maar de tijd is voorbij dat in Amsterdam zorgvuldig aan een topteam wordt gebouwd. Nederlandse talenten en buitenlandse beloften zien de eredivisie slechts als een springplank naar de top. De afgelopen twee jaar vertrokken Maarten Stekelenburg, Urby Emanuelson, Luis Suárez, Jan Vertonghen, Vurnon Anita en Gregory van der Wiel uit Amsterdam. Ajax mist daardoor, met elk jaar nieuwe en jonge spelers, keer op keer ervaring met Europees topvoetbal.

De samenstelling van beide reservebanken was veelzeggend. Ajax-coach De Boer had de jongelingen Jody Lukoki, Joël Veltman, Mitchell Dijks, Fabian Sporkslede en Daniel Hoesen naast zich zitten. Real-coach José Mourinho kon het zich veroorloven de internationale topspelers Sami Khedira, Mesut Özil, Gonzalo Higuaín, Angel Di Maria en de laatste grote aankoop Luka Modric op de bank te houden. Real keek stiekem al vooruit naar de wedstrijd van zondag tegen FC Barcelona.

Hoewel Real een aantal sterspelers rust gaf, was het verschil tussen de twee basiselftallen ook heel groot. Ajax had voor de vijfde keer op rij niets in te brengen tegen de Madrileense sterrenploeg. Cristiano Ronaldo (drie doelpunten) en Karim Benzema (schitterende omhaal) zorgden voor de hoogtepunten. Al zullen de positivo’s in Amsterdam liever wijzen naar het tegendoelpunt van Niklas Moisander. En invaller Daniel Hoesen zorgde in de 68ste minuut nog bijna voor de 2-2.

De Boer gaf toe dat Ajax een terechte nederlaag had geleden. Het had hem vooral pijn gedaan dat zijn ploeg de huisstijl van Ajax had „verloochend”. „Zoals wij hebben gespeeld, kan je nooit winnen.” Volgens De Boer hadden zijn spelers onnodig veel opgekeken tegen de voetballers van Real. Ajax had in zijn ogen ook tegen Real aan de eigen speelwijze moeten vasthouden: compact verdedigen waar het moet, brutaal aanvallen waar het kan. Daar kwam door het kwaliteitsverschil niets van terecht. De Ajacieden hapten vrijwel de hele wedstrijd naar adem.

Mourinho wreef onbewust extra zout in de wond door juist „de verdedigende tactiek” van de „intelligente” De Boer te prijzen. „Ajax speelt in de Champions League veel defensiever dan in de competitie”, stelde Mourinho. „Daar hadden we moeite mee. Ajax komt dichterbij.”

Met 4-1 verliezen en complimenten krijgen voor een behoudende speelwijze – Mourinho had Cruijff niet zwaarder kunnen beledigen.