Ik denk niet na of iets kan

De ontwerpen van designer Kiki van Eijk zijn wereldberoemd. Deze maand is ze met Joost van Bleiswijk ambassadeur van de Dutch Design Week. „Ik maak geen rommel.”

Nederland, Eindhoven, 21-09-2012 Kiki van Eijk, ontwerpster en vormgeefster PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS
Nederland, Eindhoven, 21-09-2012 Kiki van Eijk, ontwerpster en vormgeefster PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS

Na twee uur is het hoge woord eruit. Kiki van Eijk (34) wil een supermarkt ontwerpen. Omdat ze zich groen en geel ergert aan al die verpakkingen. Niet omdat die niet mooi zijn. Nee: omdat ie-de-reen die meteen weggooit. Kijk, ze snapt best dat een product ergens in moet zitten. En vooruit, ze snapt ook nog wel dat dat hygiënisch moet zijn. Maar waarom dan steeds weer een nieuwe verpakking? Dat is echt héél ouderwets, en zonde. Ze draait met haar ogen en ik geloof dat ze boos is.

Twee uur eerder begon ontwerper Kiki van Eijk met een rondleiding door haar studio en werkplaats op Strijp-S, het voormalige fabrieksterrein van Philips in Eindhoven. Joost van Bleiswijk, haar vriend en collega-ontwerper vertelt dat hier vroeger de papierfabriek van Philips zat. In de metershoge fabriekshal werden notabene de kartonnen verpakkingen voor apparatuur gemaakt.

Nu zijn er freelancers in de weer met lasapparaten. Er worden gipsen mallen gemaakt. Er klinken cirkelzagen. In het pand zit ook een expositieruimte, een kantoor en een keuken. De scheidingswanden hebben de twee ontwerpers er vorig jaar zelf ingezet. Kiki van Eijk: „Voor het milieu. Je stookt je suf.”

Boven in het kantoor zet ze mij op de bank (ontwerp van Kiki en Joost), zelf zit ze op een poef (eigen ontwerp), erachter staan kasten (Joost) met uitgestald servies (Kiki). Voor koffie zwaait ze naar een collega. „Dat is Monique”, zegt Kiki, haar assistent. Ze is er net een paar maanden, omdat de projecten groter worden, en het regelwerk toeneemt. „Ik dacht steeds vaker: iedereen die voor mij werkt doet leukere dingen dan ik.”

Sinds haar afstuderen in 2000 geldt Kiki van Eijk als grote belofte. Haar ontwerpen werden tentoongesteld in Londen, Milaan en Koeweit. Ze werkt voor opdrachtgevers als Hermès, Studio Edelkoort, MOOOI en het Zuiderzeemuseum. Deze maand is ze samen met Joost van Bleiswijk ambassadeur van de Dutch Design Week.

Jij hebt nooit zorgen over werk gehad?

„In het begin had ik nul opdrachten. Ik dacht altijd: als ik een tapijt maak, dan kunnen mensen vast wel bedenken dat je ook een kast kunt maken. Maar dat kan dus niet. Je moet alles een keer maken.”

Dat heb je gedaan.

„Ja daar lijkt het wel op, hè? Een klok, een bank, een kast, een lamp, een kleed. Een soort uitzet. Ik wil ook niet de hele tijd hetzelfde maken. Niet alleen maar stoelen. Of alleen tapijten.”

Hoe ga je te werk?

„Ik kijk niet naar trends. Ik volg mijn hart en mijn eigen filosofie. Ik heb als algemene gedachte: ik wil geen rommel maken.”

Wat is dat, rommel?

„Als je iets maakt met de drijfveer om er geld aan te verdienen. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat je dan iets moois maakt. Ik denk dat je dat terugvoelt in het ontwerp en het na een jaar in de prullebak flikkert. Dat is rommel.”

Maar je wilt toch dat mensen het kopen?

„Ik wil iets maken wat mensen zonde vinden om weg te gooien. Als je naar de vraag zou gaan werken, wat je denkt dat mensen willen hebben, dan maak je dingen die er al zijn. Want de meeste mensen kunnen zich alleen dingen voorstellen die ze al eens gezien hebben. Ik doe dat niet. Ik werk totaal niet naar de vraag. Dan kun je denken: dat is heel dom of naïef , maar na twaalf jaar blijkt wel dat er uiteindelijk altijd een vraag naar mijn werk ontstaat.”

Jouw Floating Frames-klok in oplage van drie was in een keer uitverkocht. Overweeg je dan om er een paar bij te maken?

„Nee. Als een verzamelaar veel geld neertelt voor een ontwerp, vind ik het niet kunnen om er heel veel van te maken. Dat is ethisch onverantwoord.”

De waarde van je ontwerp zit in exclusiviteit?

„Bepaalde dingen zouden hun waarde verliezen als je er duizend van gaat maken.” Ze wijst naar een ontwerp op een sokkel, een soort gieter van glas. „Dat is in Murano (een eiland bij Venetië) gemaakt. In een oplage van zes. Ik ben erbij als het geblazen wordt in de fabriek. Alleen een ‘maestro’, een meester-glasblazer kan dat. Het kost héél veel tijd en het is heel zwaar werk. Als iemand daar honderd van moet maken, dan wordt het dodelijk saai. Dat zie je dan in het resultaat terug.”

Kiki van Eijk groeide op in Tegelen, een dorp vlak onder Venlo. Haar vader had eigenlijk de sigarenfabriek van haar opa moeten overnemen, maar koos voor wat hij leuker vond: sporten. Net als de moeder van Kiki van Eijk werd hij gymleraar. Het motto thuis was: je krijgt pas iets nieuws als het oude versleten is. Kiki van Eijk: „Ik vond dat wel een coole gedachte. Een nieuwe spijkerbroek was echt heel speciaal.”

Van haar vader leerde ze aquarelleren. Op vakantie zaten ze naast elkaar landschapjes te schilderen. Ze koos tekenen als eindexamenvak, omdat tekenen nooit als huiswerk voelde . En om dezelfde reden wilde ze een creatieve opleiding gaan doen. De decaan adviseerde haar toen om niet de kunstacademie, maar de designacademie te kiezen. Tijdens de open dag was ze verkocht. „Er werd geschilderd en met materialen gesjouwd.”

Waarom zei die decaan dat?

„Misschien dat hij dacht: als ontwerper kun je beter geld verdienen?

„Wat zo goed is aan de designacademie is dat je leert vanuit een idee te beginnen. Hoe je het daarna moet maken, moet je zelf maar uitzoeken. Met welke machines, in welke fabriek. Zo doe ik dat nog steeds. Ik probeer bewust niet na te denken of iets kan.”

Want eigenlijk kan alles.

„Ja. Als je je meteen bij het ontwerp in bochten gaat wringen omdat een machine het moet kunnen maken, dan krijg je producten die zakelijk en kil zijn. Die heel ver van ons afstaan. Ik heb geleerd niet in problemen te denken, maar in oplossingen. Eigenlijk zou iedereen een vak aan een creatieve opleiding moeten doen. Of je nou bankier wil worden of kunstenaar. Dat je creatief met problemen om leert gaan. ”

Hoe ziet de designwereld eruit over 25 jaar?

„Ik denk dat je het ambachtelijke steeds meer terug zult zien in het industriële proces. Mensen willen weten waar producten vandaan komen, hoe ze gemaakt zijn en of ze verantwoord zijn. De consument wordt kritischer, dat merk ik in mijn eigen omgeving al. Ze stoppen niet zomaar iets in hun mond, maar willen weten van welke koe het komt. Daar zal ook de industrie op inspelen.”

En de rol van de ontwerper?

„Ik hoop ook dat grote bedrijven ontwerpers een plek gaan geven om te experimenteren. Om weer dingen te kunnen bedenken zonder dat er meteen een doel aan vastgekoppeld zit. Of zonder dat het meteen geld moet opleveren. Zo ging dat vroeger ook bij Philips. Al die nerds die hier de cd-speler hebben ontwikkeld, die hoefden niet in te klokken. Die mochten gewoon doen. Proberen, met hun hánden. Zo doe ik dat ook.”

Kiki van Eijk en Joost van Bleiswijk exposeren van 20 tot en met 28 oktober, tijdens de Dutch Design Week, nieuw werk in hun werkplaats. Zwaanstraat 1, gebouw TAB, Eindhoven. Van 11.00 - 19.00 uur.