Opinie

Cohen pesten – altijd leuk

Toen halverwege de verkiezingscampagne de PvdA in de peilingen begon te stijgen, ten koste van de SP, vroeg Nynke de Zoeten, Haags verslaggever van de NOS, aan premier Rutte: „Met Samsom en Roemer die om de zetels vechten, bent u de liegende, sorry, de lachende derde?” Het klonk nogal ingestudeerd, eerlijk gezegd, maar als het een oprechte verspreking was, had het er nog uitgeknipt kunnen worden, het gesprek was niet live, maar daar zag de NOS kennelijk geen aanleiding toe.

De belhamels van de televisie maken school. Eerst hadden we Bart de Graaff, toen kregen we Rutger Castricum, de VARA volgde met de Jakhalzen en inmiddels is het stadium bereikt dat ook de in naam neutrale NOS zijn vrijpostigste beentje voor zet. Het is typisch Nederlands: als in dit land iets mag, is de volgende stap al gauw dat het ook moet. (Daaraan danken wij ook de paradoxale uitdrukking ‘moet kunnen’.)

Bij de persconferentie van Job Cohen in Haren zag je het ook weer. De belhamels van de media, PowNed, LuckyTV, de Jakhalzen, hebben Cohen geridiculiseerd. Cohen onderging het gelaten, trad af en schonk de belhamels daarmee een overwinning. Nu keert Cohen terug in de openbaarheid en het journaille verkneukelt zich. De belhamels van het eerste uur melden zich weer, uiteraard, en de rest, opgejut door een chef die ‘ook wat meer die PowNedachtige toon’ wil, ziet een mooie gelegenheid om dat eens uit te proberen. Inclusief de reporter van het NOS-Radio 1-Journaal, die begon met de vraag of Cohen wel genoeg verstand heeft van sociale media, en tot slot doodleuk vroeg of Cohen al ziek is van al die reporters die vragen of hij wel genoeg verstand heeft van social media. Alsof de steller van vraag één iemand anders was.

Het was de belhamelvraag van de dag. Je mag hopen dat er voor dit onderzoek niet naar een internetdeskundige is gezocht, maar naar iemand die leiding kan geven aan een onderzoek waarvan social media een der aspecten vormt. Maar daar gíng het helemaal niet om! Effe Cohen pesten, dáár ging het om. En als Nynke de Zoeten het zelfs met de premier durft!?

Cohen liet het allemaal weer gelaten over zich heen komen, grimlachend als een boer met kiespijn. Als Rutger Castricum van PowNed hem eindelijk loslaat, zie je Cohen uit beeld verdwijnen met een grimas van frustratie. ‘Damn! – wéér gepiepeld.’

Dus, geachte heer Cohen, beste Job, mag ik misschien een suggestie doen?

Allereerst: grin-and-bear-it werkt niet. Of beter: het werkt alleen als de kijker werkelijk gelooft dat die flauwiteiten u niet raken. Zo doet uw collega Ronald Plasterk het, maar u heeft zijn acteertalent niet, vermoed ik. Bij u zie je altijd sporen van irritatie. Andere mogelijkheid: gewoon niet met de pers praten. Wijs ze tien keer af, en u zult zien, de elfde keer slaan ze een andere toon aan. Neem dus ook geen opdrachten aan die u verplichten wél met ze te praten.

Derde optie, en tegelijk de moeilijkste: zet er af en toe één op z’n nummer. IJskoud, snoeihard, recht tussen de ogen. Maar: prepareer dit zorgvuldig. Denk goed na wat u wilt zeggen, en hoe. Het moet krenkend, geestig en superieur zijn. Op een feestje was ik eens in gesprek met een bekende Nederlandse schrijfster, die werd lastiggevallen door een verslaggever van het type-Castricum. Toen ze er genoeg van had, zei ze: „Zeg, vertel eens, ruk je nog of neuk je al?” Een daverend gelach weerklonk, en het ventje was verdwenen. Dit specifieke voorbeeld zou ik niet gebruiken als ik u was, maar het is wel de categorie waarin u het moet zoeken. Kijk eens op internet onder putdown of repartee. Daar vind je hele lijsten, voor alle gelegenheden. En mocht u behoefte hebben aan maatwerk, mail gerust.

Jan Kuitenbrouwer is journalist, schrijver en presentator.