Boekengekken als Komrij en Büch zijn noodzaak voor antiquarische boek

Eva Rovers/ Foto Erik de Wildt.

Aanstaande zaterdag krijgt Gerrit Komrij postuum de Boudewijn Büch-prijs uitgereikt, de prijs voor degene die het antiquarische boek bij een groot publiek onder de aandacht heeft gebracht. Waarom in vredesnaam zo’n prijs? Omdat deze boeken ons eraan herinneren dat leeslust gekoesterd moet worden, betoogt historica Eva Rovers.

Maar liefst 60.000 boeken verzamelde Gerrit Komrij gedurende zijn leven. In november wordt een begin gemaakt met de ontmanteling en verkoop van zijn collectie; dan worden de eerste vierduizend boeken geveild bij Bubb Kuyper in Haarlem. De verscheidenheid van Komrij’s verzameling is minstens zo indrukwekkend als de omvang; het is een wonderlijke collectie dichtbundels, erotica, Latijnse letterkunde, bibliofiele drukken, boeken over boeken, over zwervers, dienstmeisjes, boekenwurmen, homoseksualiteit en natuurlijk de fameuze deelverzameling over uitwerpselen. Komrij publiceerde talloze columns, artikelen en boeken over zijn grote liefde. In het sterk autobiografische Verwoest Arcadië beschrijft hij zijn jeugdjaren niet door uitvoerig over zijn ouders, school of dorp te vertellen, maar door zijn ontdekkingsreis door de literatuur te reconstrueren. Ook in andere boeken, zoals De bibliofiel – uiteraard bibliofiel uitgegeven – en Verzonken boeken beschreef hij de manie waaraan hij zich sinds zijn vroege jeugd met plezier overgaf, en dat natuurlijk altijd met de nodige zelfspot. Zo had die boekengekte volgens hem niets met verfijning te maken. ‘Als ik een boek zie, ben ik verloren. Van kieskeurigheid, van beschaving geen sprake. Hoe hoger de stapel hoe beter’.

Aanstaande zaterdag krijgt Komrij postuum de Boudewijn Büch-prijs uitgereikt. Die prijs is bedoeld voor degene die het antiquarische boek bij een groot publiek onder de aandacht heeft gebracht. Waarom in vredesnaam zo’n prijs? Bij wijze van laatste strohalm voor liefhebbers van het gedrukte boek? Nee, juist niet. Het digitale en het antiquarische boek zijn tenslotte twee uiteinden van hetzelfde spectrum. Komrij illustreerde dat mooi door te weigeren mee te doen aan de in zijn ogen hysterische discussie over het einde van het boek. Boeken waren al zo vaak dood verklaard. Film, televisie en internet ten spijt zag hij meer mogelijkheden dan gevaren voor de toekomst van het boek. Het gedrukte boek zou volgens hem alleen maar meer status krijgen en dus gewilder worden.

De opmars van het digitale boek hoeft dan ook niet per definitie de ondergang van het gedrukte boek te betekenen. Toch is het van belang dat er een prijs bestaat die  specifiek het antiquarische boek onder de aandacht brengt. Het antiquarische boek herinnert er namelijk aan dat leeslust gekoesterd moet worden. Die leeslust is niet zozeer belangrijk om het boek – digitaal of gedrukt – te laten overleven (want als we Komrij mogen geloven, zal het zo’n vaart niet lopen), maar vooral om een vrije, open en dus democratische samenleving te waarborgen. Of het nou gaat om een pornografische thriller, het laatste boek van Julian Barnes of een beschrijving van de slag om Waterloo: een boek spreekt tot de verbeelding. Het oefent mensen in het zich kunnen voorstellen van andere werelden, andere visies op het leven. Dat is noeste arbeid in een tijd waarin informatie steeds meer via beeldmateriaal wordt verspreid en opvattingen bij voorkeur uit maximaal 140 tekens bestaan.

De schijnbaar vrije toegang tot digitale media geven ons bovendien het idee dat we zelf kiezen welke informatie we tot ons nemen en dat we dus ook zelf onze blik op de wereld vormen. Maar dat is een denkfout, want informatie is niet hetzelfde als kennis. Kennis is nodig om het kaf van het koren te kunnen scheiden, om gegevens te kunnen duiden en kritisch te benaderen. Willen we  werkelijk zelfstandige keuzes kunnen maken ten aanzien van politiek, koopgedrag en nieuwsgaring, dan doen we er verstandig aan onze behoefte aan snelle informatie aan te vullen met een flinke portie kennis. Boeken zijn daarvoor onmisbaar.

Digitale boeken zijn voor het opdoen van die kennis even toereikend als papieren boeken, maar ze zijn wel minder zichtbaar. Ze zitten verborgen in e-readers, ze zijn virtueel en wat betreft vormgeving nagenoeg identiek en dus inwisselbaar. Hun tegenpolen op het spectrum, de antiquarische boeken, vallen daarentegen nauwelijks te negeren. Allereerst omdat die boeken er eenvoudigweg zijn. Je kan ze oppakken, ruiken, bevoelen. En ze staren je aan. Vanuit de etalage, vanaf de koffietafel of het nachtkastje. Ook zijn ze uniek, niet alleen vanwege de typografie of de wijze van inbinden, maar meer nog omdat ze een geschiedenis hebben. Ze hebben eigenaren gehad die er hun ex librissen in plakten of er aantekeningen in maakten. Eigenlijk is het vreemd dat in deze tijd van hyperindividualisme het antiquarische boek nog niet ontdekt is als het hebbeding om jezelf te onderscheiden. Er is geen betere manier om te laten zien dat je een eigen smaak én een eigen mening hebt.

Het antiquarische boek is kortom het tastbare vlaggenschip van een onuitputtelijke  hoeveelheid inzicht die kan helpen de dagelijkse stroom aan informatie te behappen. Deze boeken herinneren ons aan de kennis die ligt opgeslagen in (digitale) bibliotheken, boekhandels en bij antiquariaten. Wat is voor dat antiquarische boek een beter boegbeeld dan een karakteristieke boekengek die ons er te midden van al het vluchtige mediagewoel aan herinnert wat voor goudmijnen we aan het vergeten zijn? Mensen zoals Boudewijn Büch en Diederik van Vleuten – de vorige winnaar van de Büch-prijs –, die met theater- en televisieoptredens hun liefde voor het oude boek op een groot publiek overdragen.

Ook Gerrit Komrij liet zien hoezeer boeken verfrissen, verontrusten, choqueren en ontroeren. Zijn scherpe pen was het bewijs dat boeken de beste basis vormen voor een eigen gefundeerde mening, een mening die de waan van de dag overstijgt, uit welke hoek de wind ook waait. Dat er dus maar snel een nieuwe boekengek op mag staan, die ons daaraan blijft herinneren.

De Boudewijn Büch-prijs wordt zaterdag 6 oktober postuum uitgereikt aan Gerrit Komrij tijdens de Amsterdam Antiquarian Book, Map en Print Fair 2012. De prijs wordt overhandigd aan Komrij’s partner Charles Hofman. Bij deze gelegenheid neemt Hofman ook diens laatste bundel Boemerang en andere gedichten in ontvangst.

Eva Rovers is sinds 2006 verbonden aan het Biografie Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen. Eerder dit jaar won ze de Erik Hazelhoff Roelfzema Biografieprijs voor haar biografie De eeuwigheid verzameld. Helene Kröller-Müller (1869-1939). De prijs wordt tweejaarlijks uitgereikt aan de beste biografie. Op dit moment werkt Rovers aan een biografie over Boudewijn Büch.