Roddel en achterklap bij de Koninklijke

Vanavond speelt Ajax in de Champions League tegen Real Madrid. De landskampioen is de Spaanse competitie door gekrakeel slecht gestart.

Hij maakt weer goals. En viert die met ploeggenoten. Cristiano Ronaldo is bijna de oude. Aan het begin van het seizoen sjokte hij terneergeslagen en verdwaasd over het veld. Als hij scoorde, juichte hij niet. „Ik ben verdrietig”, zei de Portugees, zonder uit te leggen waarom.

Mede door zijn zwakke vorm beleefde Real dit jaar een slechte seizoensstart. Zo verloor de voetbalmultinational van hekkensluiter Getafe. De achterstand op Barcelona bedraagt na zes speelrondes acht punten. In Madrid wordt dus amper vooruitgekeken op het duel tegen Ajax, vanavond in Amsterdam. Alle aandacht gaat uit naar de wedstrijd die daarna komt: el clásico in Camp Nou. Als Barça die wint, raakt de titel wel heel ver uit beeld voor Real.

De Madrileense fans houden goede moed. Zo roept Nacho García Rico van peña (fanclub) La Clásica het seizoen 1991-1992 in herinnering. „Toen had Barça een slechte start. Wij stonden bijna onafgebroken op kop, maar gaven de titel op de slotdag uit handen. Ook al verliezen we zondag el clásico, alles is nog mogelijk met 31 van de 38 duels te gaan.”

In Spanje wordt druk gespeculeerd waarom Real zo slecht begon. Het land kent een half dozijn sportkranten, die elke dag vol moeten en onderling sterk concurreren. Eén boos gebaar richting dug-out, één woordenwisseling op de training, één halve roddel in de catacomben: alles is nieuws. Spelers zetten onderhandelingen over een transfer of nieuw contract regelmatig kracht bij door te lekken naar journalisten.

In dit roddelwereldje bleek Real de voorbije weken zo lek als een zeef. Kranten konden hoogoplopende ruzies in de kleedkamer woord voor woord reconstrueren. Coach José Mourinho zou hard zijn gebotst met belangrijke spelers. Hij zou hen divagedrag en motivatiegebrek hebben verweten. Doelman Iker Casillas en verdediger Sergio Ramos zouden na de EK-zege met de nationale ploeg verzadigd zijn. „Ik heb geen team”, klaagde Mourinho openlijk.

De spelers vonden dat hij te ver ging. Ze wilden de coach terug van de eerste twee jaren. Die viel de buitenwereld aan (de pers, arbiter of voetbalbond). Hij hield hen uit de wind en kweekte een groepsgevoel. Nu zijn er spanningen. De Portugezen – naast Ronaldo en Mourinho ook Pepe, Coentrão en Carvalho – zouden een kliek vormen. De Spanjaarden zouden klagen dat Mourinho zijn landgenoten voortrekt.

Op de achtergrond speelt mee dat de Portugezen allemaal dezelfde spelersmakelaar hebben, hun landgenoot Jorge Mendes. Dat Ronaldo vorige maand verklaarde verdrietig te zijn, werd uitgelegd als een onderhandelingszet bij een contractverlenging, inclusief forse opslag. Want ook al ontkende de topspits dat geld een rol speelde bij zijn verdriet, in Madrid geloven weinigen dat.

Ronaldo zou in principe in Madrid willen blijven. De Primera División is ondanks de financiële problemen nog steeds de best bekeken competitie ter wereld. Maar Ronaldo weet dat het geld in Spanje opraakt. De afgelopen transferperiode werd in de Engelse, Franse en Italiaanse competitie veel meer geld uitgegeven. Real-voorzitter Florentino Pérez, bekend om zijn ‘galactische’ aankoopbeleid van grote sterren, hield zich relatief koest. De club kocht alleen de Kroaat Luka Modric voor 40 miljoen euro en huurde de Ghanees Michael Essien van Chelsea.

Ronaldo, nu goed voor een netto jaarsalaris van 10 miljoen, zou meer willen. Zijn Argentijnse rivaal Lionel Messi verdient 12 miljoen. Zijn Kameroense vriend Eto’o krijgt in Rusland circa 20 miljoen. En de Zweed Zlatan Ibrahimovic heeft bij Paris SG 14 miljoen bedongen. Netto – de Franse regering gaat de belastingen voor de allerrijksten fors verhogen.

In Spanje speelt een soortgelijk probleem. Toen het nog goed ging met de economie werd een belastingkorting voor voetbalmiljonairs ingevoerd. Onder druk van de crisis is deze zogenoemde ‘Beckham-wet’ weer afgeschaft. Die geldt alleen nog voor lopende contracten. Ronaldo zit nu in het vierde seizoen van zijn vijfjarige contract. Wil Real dit verlengen, dan zal zijn brutosalaris fors omhoog moeten – alleen om Ronaldo er financieel niet op achteruit te laten gaan.

Real kan dit betalen, maar de vraag is of de club het moet willen, zegt sporteconoom José María Gay de Liébana. Hij brengt elk jaar de financiën van de clubs in de twee hoogste divisies in kaart. Behalve bij Barça en Real zijn die ronduit slecht. Veel clubs zijn technisch failliet. Ze hebben een gezamenlijke schuldenlast van 4 miljard euro, plus forse betalingsachterstanden bij de belastingdienst en sociale verzekeringen.

Real Madrid is nog het gezondst. Gay: „Ze heeft een voor Spaanse begrippen relatief groot eigen vermogen en genoeg groeipotentieel. De inkomsten uit merchandising, tv-rechten en kaartverkoop vormen drie stevige pilaren.”

Toch gaat de crisis niet aan Madrid voorbij. Zoals alle Spaanse clubs financiert Real zijn schulden vooral met kortlopende leningen. De rentelasten hiervan zijn sterk gestegen door de Europese schuldencrisis. Zo heeft voorzitter Pérez geen toegang meer tot de regionale spaarbank Caja Madrid, lange tijd huisfinancier van Real. De bank ging op in Bankia, dat dit voorjaar zo begon te wankelen dat ze genationaliseerd werd en Spanje in Brussel Europese steun voor zijn financiële sector moest inroepen.

Volgens Gay moet de club naar een duurzamer bedrijfsmodel. „Gebaseerd op een goede jeugdopleiding zoals Barcelona of Ajax en minder op grote aankopen.” Hij noemt het voorbeeld van Kaká. De Braziliaan werd in 2009 tegelijk met Ronaldo aangetrokken (voor 65 miljoen euro), maar komt nauwelijks aan spelen toe. Mourinho liet al weten dat Kaká mag vertrekken. Maar de voorzitter noemde hem zondag tijdens een ledenvergadering nog „een waardevol bezit”, omdat hij inkomsten genereert.

Gay betwijfelt dit laatste: „Je verkoopt alleen veel shirtjes met Kaká erop als hij ook speelt. Op de bank verliest hij juist aan waarde, terwijl je hem wel zijn salaris moet doorbetalen, geld dat je beter kan besteden.”

Volgens de Spaanse sporteconoom moet Real goed bedenken of ze Ronaldo wil behouden. „Daartoe moeten ze hem straks bruto misschien wel 50 miljoen per jaar gaan betalen. Je kan je afvragen of één speler, hoe goed ook, dat waard is.”