De risico’s van risico’s nemen

We overschatten de kans om de loterij te winnen, we denken dat onze relatie níét strandt en rokers roken door terwijl ze weten hoe schadelijk het is. Risico is kansberekening, schrijft Marte Kaan. En daar zijn we niet zo goed in.

illustratie Robin Heman

Met het vliegtuig reizen is minder gevaarlijk dan met de auto. Toch pakken de meeste mensen liever de auto dan het vliegtuig. Van roken is onomstotelijk bewezen dat het dodelijk is. Toch roken mensen door. Onveilige seks: zelfde verhaal. Dezelfde mensen die deze risico’s nemen kunnen zich opwinden over de vraag of hun groente bespoten is.

Risico is kansberekening. Kans betekent schatting en dat betekent onzekerheid en dat komt neer op controleverlies. Daar houdt de gemiddelde mens niet van. En om de vervelende emoties die daarmee gepaard gaan het hoofd te bieden gaat hij knoeien met zijn kansen.

De mate waarin iemand in staat is waarschijnlijkheden in te schatten heet risico-intelligentie, legt Dylan Evans uit in zijn boek Risk Intelligence dat dit voorjaar verscheen. De kern van risico-intelligentie is de grenzen van je kennis te bepalen: je bent voorzichtig wanneer je niet veel weet, en hebt vertrouwen wanneer je wel veel weet. Risico-intelligentie heeft nadrukkelijk niet met kennis te maken, eerder met zelfkennis. Evans, gepromoveerd in filosofie aan de London School of Economics, schrijft dat risico-intelligentie niet alleen een rol speelt bij het bepalen van de waarschijnlijkheid dat er iets misgaat, maar ook bij het bepalen van de kansdat er iets positiefs gebeurt – zwanger raken, de lotto winnen, slagen voor je examen.

Ik woon sinds een half jaar met mijn gezin in India, een land met beduidend meer risico’s dan in Nederland. Omdat ik ben opgevoed met het adagium dat de mens het meest lijdt onder het lijden dat hij vreest, liet ik me hier niet door weerhouden. Door hier te wonen merk ik dat mijn perspectief op gevaar verandert. Het hellevuur van het verkeer, de ziekte verspreidende muggen, de belabberde luchtkwaliteit, het waren dingen waar ik in Nederland buikpijn van kreeg als ik er aan dacht en die ik nu een stuk nuchterder bekijk. Dat heeft ten eerste te maken met het psychologische fenomeen cognitieve dissonantie: ik pas mijn denkbeelden aan aan mijn gedrag, in plaats van andersom. De tweede factor die maakt dat mijn risico-intelligentie verandert is dat ik nu aan den lijve de relativiteit van de risico’s ervaar.

Wanneer die ervaring ontbreekt maken mensen gebruik van allerhande vuistregels. Die vuistregels zijn niet perfect, met als gevolg dat mensen behoorlijk feilbaar zijn in het inschatten van risico’s. Dat komt doordat onze waarneming wordt gestuurd door allerhande cognitieve short cuts die het waarnemen vergemakkelijken. Een voorbeeld hiervan is de beschikbaarheidsregel: wanneer je iets vaker hebt gehoord of gezien schat je de kans dat het gebeurt hoger in. Volgens Evans handig voor onze voorouders op Afrikaanse vlaktes, maar minder handig voor de moderne mens die de hele dag staat blootgesteld aan beeld, tekst en nieuws.

Naast cognitieve short cuts maken mensen grove denkfouten die voortkomen uit een bepaalde vooringenomenheid. Zo zijn de meeste mensen doorgaans te optimistisch: ze overschatten hun kans om de loterij te winnen en onderschatten de kans dat hun huwelijk zal stranden. Een andere fout is dat we de mate waarin we anderen kunnen lezen overschatten. Zo denken veel mensen dat ze heel goed kunnen zien wanneer iemand tegen hen liegt. Onterecht, blijkt uit het onderzoek dat Evans aanhaalt in zijn boek.

In liefdesrelaties groeit doorgaans het vertrouwen dat mensen hebben in hun oordeel over hun partner. Ook onterecht: geliefden doen in de beginfase van hun liefde meer hun best om uit te vogelen wat hun lief denkt. Hoe langer mensen bij elkaar zijn, hoe lager ze scoren op empathische accuraatheid. Het is dus makkelijker iemand te bedriegen met wie je jaren samen bent dan een nieuwe geliefde. En dus ook om bedrogen te worden.

Niet alleen dit soort menselijke denkfouten bepaalt hoe risicovol iemand zich gedraagt. Iemand met een hoge risico-intelligentie is niet per se voorzichtig. Gedrag is ook afhankelijk van de behoefte aan risico: risk appetite. Dit zijn de bungee-jumpers, oorlogsverslaggevers en testpiloten onder ons.

Ook bij verslaving is sprake van cognitieve acrobatiek: niet alleen schatten we onze kansen positiever in dan de statistieken rechtvaardigen, ook als de feiten ons in het gezicht schreeuwen – zoals bij het lezen van waarschuwingen en het zien van zwartgeblakerde longen op een sigarettenpakje – heeft dat geen enkel effect. Volgens onderzoekers van de Universiteit van Maastricht bestaat zelfs de kans dat rokers er meer door gaan roken. Mensen angst aanjagen heeft alleen effect als het idee hebben dat ze hun gedrag kunnen veranderen, en dat hebben de meeste rokers niet.

Al deze grove en minder grove denkfouten hebben met elkaar gemeen dat we onze onwetendheid en dus mogelijk risico bagatelliseren, onze kop in het zand steken of gevaren juist overdrijven. Wat we doen is afhankelijk van de situatie en ons karakter.

„Maar wat als een van de kinderen nu heel ziek wordt in India, zal ik mezelf dat dan kunnen vergeven?” vroeg ik voor vertrek aan een vriendin. „Nee. Maar dat kan je ook niet wanneer het hier de straat op rent en wordt aangereden”, antwoordde ze.

Nu zijn we in India. En het gaat goed, tot nog toe. In stilte houd ik rekening met een ramp. Maar dat deed ik in Nederland ook, helemaal sinds ik kinderen heb. Het voelt als een overwinning om sterker te zijn dan de angst voor ongeluk en de kans op geluk als uitgangspunt te nemen. In plaats van te bedenken wat er allemaal mis kan gaan, bedenk ik wat er allemaal zou kunnen lukken. De beloning is groot: ons leven heeft er een nieuw hoofdstuk bij met nieuwe mensen, perspectieven en verhalen.

Je hoeft geen kunstenaar, mysticus of avonturier te zijn om te ervaren dat het bestaan zindert van de mogelijkheden. Dat kan ook wanneer je dagelijks in de stoptrein naar Utrecht Overvecht zit. Je moet het alleen wel zien, en dat heeft te maken met wat je verwacht. Dat je om precies 18:07 uur op het perron staat of dat het ook zomaar zou kunnen dat de trein middenin een weiland tot stilstand komt en zich een discussie ontspint met een medepassagier naast wie je de rest van je leven wakker wordt.

Freelancejournalist Marte Kaan is met Joeri Boom en hun kinderen vertrokken naar Zuidoost-Azië. Boom is correspondent voor NRC Handelsblad en nrc.next.