Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Onderwijs

Zonder kunst ging het niet

Piet Sanders was leidend als jurist en creatief als kunstverzamelaar. Als ambtenaar hield hij vast aan zijn principes.

Piet Sanders 2012
Piet Sanders 2012 Foto Vincent Mentzel

Piet Sanders was één van Nederlands markantste en toonaangevende internationale juristen. Hij was de geestelijk vader van de Europese naamloze vennootschap, de rechtsvorm voor internationaal opererende vennootschappen, die in 2004 in heel Europa is ingevoerd. En hij stelde mede het Verdrag van New York op, waarin internationale arbitrageregels geregeld zijn en waar 144 landen zich toe verplichtten. Ook droeg hij bij aan de formulering van de arbitrageregels van de Verenigde Naties, de UNCITRAL Arbitration Rules. Prof. mr. Sanders overleed vorige week donderdag op 100-jarige leeftijd in zijn woonplaats Schiedam.

Op zijn 100-ste verjaardag, 21 september, organiseerde de Erasmus Universiteit een speciale dag over zijn betekenis als jurist. Sanders was de grondlegger van de juridische faculteit van die universiteit. Nadat hij in 1959 hoogleraar was geworden van de Nederlandse Economische Hogeschool, voorganger van de universiteit, zette hij in 1963 de faculteit Rechten op: de huidige Erasmus School of Law, met 4.500 studenten en 300 werknemers.

Piet Sanders, geboren in 1912 als zoon van de gelijknamige architect, studeert rechten in Leiden van 1930 tot 1934. Hij wil in 1940 promoveren bij Rudolph Cleveringa, maar zijn promotor wordt door de Duitsers opgepakt vanwege diens protest tegen het ontslag van Joodse collega’s. Sanders wacht met zijn promotie tot na de oorlog. Hij is de eerste die in Leiden promoveert – bij Cleveringa. Sanders wordt overigens in 1942 door de Duitsers geïnterneerd als gijzelaar in kamp Sint-Michielsgestel en wordt op het nippertje niet gefusilleerd.

Na de oorlog wordt hij als PvdA-er (‘Rooie Piet’ is zijn bijnaam) door de eerste na-oorlogse premier Wim Schermerhorn benoemd als secretaris-generaal van Algemene Oorlogsvoering. Hij gaat als jurist mee naar Indonesië om met Soekarno over de Indonesische onafhankelijkheid te onderhandelen. Als een geweldloze oplossing onhaalbaar blijkt, legt hij zijn functie neer in 1947. Hij wordt weer advocaat in Schiedam.

Piet Sanders was, met zijn vrouw Ida (1915-2010), ook een van de belangrijkste kunstverzamelaars van Nederland. Sanders en zijn vrouw kochten steeds in een vroeg stadium werk van kunstenaars als Karel Appel, Henry Moore, Giacometti en Chagall – ze reisden veel en gingen bij die kunstenaars op bezoek. Zo kocht Sanders in 1937 al werk van Karel Appel. Hij vertelde in een interview in deze krant eerder dit jaar, dat hij verf betaalde voor Appel, die op zwart zaad zat. „Kunst heeft mij in alle opzichten gevoed”, zei hij.

Sanders was juridisch adviseur van Stedelijk-directeur Willem Sandberg, ondermeer bij de later omstreden aankoop in 1958 van 68 werken uit de erfenis van de Russische kunstenaar Kasimir Malevitsj. In 2008 schikte het Stedelijk met de erven Malevitsj. Het gaf vijf werken terug – met instemming van Sanders. Hij deed schenkingen aan veel musea zoals het Stedelijk Museum Amsterdam, Kröller-Müller, Boijmans-van Beuningen, het Afrika Museum en Beelden aan Zee. Zijn drie kinderen, Martijn, Pieter en Frederique Sanders, zijn ook kunstverzamelaars geworden.

In het Stedelijk Museum Schiedam: Collectie Piet en Ida Sanders: Een leven met kunst. Tot 21 oktober.