De politiek is chaotisch en de bevolking gespleten

Een dag lang hield afgezet premier Gerrit Schotte het regeringscomplex op Curaçao bezet uit protest tegen de „illegale staatsgreep” van de gouverneur. De bevolking is gespleten in een pro- en anti-Nederlands deel.

WILLEMSTAD - Demissionair premier Gerrit Schotte (met telefoon) van Curacao verlaat zijn kantoor in Fort Amsterdam, waar hij sinds zaterdagmiddag verbleef. Hij wilde niet vertrekken uit protest tegen de installatie van een interim-kabinet eerder die dag. Volgens Schotte is de benoeming illegaal. ANP PRINCE VICTOR
WILLEMSTAD - Demissionair premier Gerrit Schotte (met telefoon) van Curacao verlaat zijn kantoor in Fort Amsterdam, waar hij sinds zaterdagmiddag verbleef. Hij wilde niet vertrekken uit protest tegen de installatie van een interim-kabinet eerder die dag. Volgens Schotte is de benoeming illegaal. ANP PRINCE VICTOR

Hij had aangekondigd zich drie weken in het regeringsfort te verschansen, zo boos was Gerrit Schotte dat hij was afgezet als minister-president van Curaçao. Het werden ruim 24 uur. De aanhang van zo’n zeventig sympathisanten rond het gebouw was geslonken, de politie had zich achter de nieuwe interim-regering geschaard, en zelfs vertrouwelingen liepen bij hem weg. En de verkiezingen van 19 oktober worden waarschijnlijk niet gewonnen vanuit een zelf verkozen gevangenis, moet de ex-premier beseft hebben. Gisteravond gaf hij zich gewonnen – voorlopig.

Zwetend en vermoeid had hij vlak voor zijn vertrek nog staan fulmineren achter het groene traliehek van Fort Amsterdam, het regeringscomplex midden in Willemstad. De aanstelling van Stanley Betrian als tijdelijk premier was een „illegale staatsgreep” van de „koloniale” gouverneur, gesteund door Nederland. Hij kón als demissionair premier helemaal niet afgezet worden, zelfs niet door de meerderheid van het parlement. En alleen hij vertolkt de wil van het volk, zei Schotte. „Er is geen ruimte in onze democratie voor een waarnemende regering die aan de macht komt zonder dat ik daar toestemming voor heb gegeven.”

Bijna twee jaar was Gerrit Schotte (38) minister-president van Curaçao. De eerste sinds het eiland in 2010 een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden werd. De door Schotte opgerichte ondernemerspartij Movementu Futuro Korsou (MFK) was niet de grootste geworden bij de verkiezingen, maar hij slaagde er met steun van de links-nationalistische Pueblo Soberano (Soeverein Volk) in de politieke elite buiten spel te zetten. Die oude garde heeft de afgelopen jaren dan ook niet veel anders gedaan dan zijn regering zwartmaken. Daarbij geholpen door lekkende ambtenaren die steeds meer details naar buiten brachten van Schotte’s connecties met malafide geldschieters, schulden bij de belastingdienst en het ‘veiligheidsrisico’ van zijn buitenechtelijke affaires. Schotte en bijna de helft van zijn ministers hadden de integriteitstoets voor bestuurders nooit mogen doorstaan, constateerde ook een speciale commissie onder leiding van Paul Rosenmöller vorig jaar.

Maar zelfs toen Curaçao in juli door Nederland onder curatele werd gesteld vanwege almaar oplopende begrotingstekorten, bleef Schotte’s achterban hem steunen. Sterker nog, veel van zijn kiezers zien zijn ramkoers met Nederland als de enige manier om de voormalige kolonisator op zijn plaats te zetten. Celeste Martina (20), een van de fans van Schotte die zich gisteren in de buurt van het fort ophielden, ziet hem als „verdediger van de democratie”, zegt ze. „Schotte doet tenminste iets voor ons land. Hij is jong en komt voor zichzelf op.” Die bravoure is populairder dan nederigheid.

In de regeringscrisis die twee maanden geleden werd ingezet toen twee parlementariërs uit zijn coalitie stapten, lijkt Schotte’s aanhang alleen maar gegroeid. De charismatische politicus presenteerde zich als slachtoffer: van de twee overlopers die zijn regering ten val brachten, van het parlement dat hem vervolgens niet gunde tot de verkiezingen demissionair de rit uit te zitten, en van de gouverneur, de vertegenwoordiger van het staatshoofd op Curaçao, die de kant van zijn tegenstanders koos.

Peilingen voor de aanstaande verkiezingen voorspellen dat hij op 19 oktober wel de grootste wordt. In dat licht waren de 24 uur dat hij zich in het fort had opgesloten ook niet meer of minder dan 24 uur gratis zendtijd voor zijn campagne. Hij heeft baat bij het conflict.

Opvallend is dat de nieuwe premier Betrian gisteren uitvoerig de NOS te woord stond om Nederland gerust te stellen dat de situatie onder controle was en er geen geweld zou uitbreken op het eiland. Hij presenteerde zich als de redelijkheid zelve die „niet afhankelijk is van de werkkamer” van Schotte om zijn „werk als minister-president” te doen.

Schotte (zoon van een Nederlandse vader en Colombiaanse moeder) koos er juist voor Spaanstalige media in de regio te vertellen hoe hij door Nederland wordt dwarsgezeten. Op de Venezolaanse televisie noemde hij de gouverneur „een van de koloniale figuren die we op dit eiland nog hebben” en zei dat „de hand van Nederland” achter de „staatsgreep” zit.

Het is exemplarisch voor de gespletenheid van de bevolking van Curaçao, waarvan de helft de banden met Nederland wil herstellen en de andere helft klaar is met Nederlandse bemoeienis en de regio steeds belangrijker vindt. Er zijn altijd politici die die sentimenten weten uit te spelen. Sentimenten die voor het eerst tot uitbarsting kwamen bij rassenrellen in 1969, toen Nederlandse mariniers ingrepen en er twee doden vielen. In 2003 won de populistische Antony Godett – zoon van de leider van de opstand op 30 mei 1969 – de anti-Nederlandse kiezersgroep nog voor zich. Schotte lijkt die van hem te hebben weggekaapt, zeker nu Godett zich bij zijn tegenstanders, bij het politieke establishment, heeft geschaard. Overigens is de scheiding tegenwoordig meer één van sociale klasse dan van ras, zoals de blanke, welbespraakte Schotte laat zien.

Nederland zelf voelt zich ongemakkelijk bij de situatie, zo bleek de afgelopen tijd uit verklaringen van minister Liesbeth Spies (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, CDA). Zij blijft benadrukken dat de politieke crisis een Curaçaose aangelegenheid is. Het laatste wat de Nederlandse regering wil, is partij worden in de interne twisten.

De verbetenheid waarmee Schotte zich de afgelopen maanden verzette tegen de instelling van een interim-regering, doen echter vermoeden dat er voor hem meer op het spel staat dan een neokoloniale strijd. De ware reden, zo wordt gezegd, is dat de eerste daad van Stanley Betrian het aanscherpen van de screening van bewindspersonen zal zijn. Als dat gebeurt kan Schotte op 19 oktober wel herkozen worden in het parlement, maar waarschijnlijk niet terugkeren als premier.

Zijn tegenstanders op straat zijn er niet zeker van dat ze van Schotte af zijn. „Hij heeft aan de macht geroken en wil die nu niet meer afstaan”, zei de gepensioneerde leraar Dennis Braafheid die gisteren even kwam kijken bij het regeringsfort. „Veertig jaar heb ik voor de klas gestaan om de de jeugd normen bij te brengen en nu liegt Schotte dat er een staatsgreep tegen hem gepleegd wordt en hitst hij mensen op. Maar in Curaçao word je politiek beloond als je slechte dingen doet.”

M.m.v. Dick Drayer in Willemstad.