Opmaat naar de tv-debatten: tien debatblunders

Beeld uit één van de vier televisiedebatten uit 1960 tussen Kennedy en Nixon

Deze week kunnen de kansen nog keren voor Mitt Romney. Woensdagnacht (om 3 uur Nederlandse tijd) treffen Romney en Barack Obama elkaar in Denver, voor hun eerste televisiedebat. Goed, zelden maakt een debat tussen presidentskandidaten echt verschil, zoals The Daily Beast hier aantoont. Een ‘bounce’, een plotselinge stijging in populariteit, lijkt niet erg waarschijnlijk. Waar Romney wel op kan hopen, is een fout van Barack Obama. Blunders van de tegenstander kunnen minstens zo waardevol zijn. En er gaat nogal eens iets mis in televisiedebatten, ook bij Obama. Hij voert dit lijstje van debatblunders aan. (Ik noem het blunders, omdat ze allemaal de kandidaat in de problemen brachten.)

1. Barack Obama - ‘You’re likeable enough, Hillary’

Barack Obama en Hillary Clinton voerden de eerste helft van 2008 een heftige strijd om de Democratische presidentsnominatie. Debatten tussen Clinton en Obama waren fel, maar deze sneer van Obama kwam vals en onsympathiek over. Clinton won New Hampshire vlak na dit debat.

2. Rick Perry - ‘oops’

Hoe één moment een campagne kan bepalen. In november 2011 verkruimelde Rick Perry van topfavoriet voor de Republikeinse nominatie tot risée. Hij kon niet de drie ministeries noemen die hij als president zou afschaffen. Pas onlangs bleek dat Perry leed aan ernstige slaapproblemen, en vaker last had van black-outs. Zijn campagne hield hij nog een paar maanden vol. Dat was vooral goed nieuws voor komieken.

3. Dan Quayle - ‘Jack Kennedy’

Was het een blunder van formaat, of was de tegenaanval van Lloyd Bentson onder de gordel? Dit moment in het debat tussen Bentsen en Dan Quayle, kandidaten voor het vicepresidentschap in 1988, zal één van de meest omstreden in de debathistorie blijven. Quayle vergeleek zichzelf met John F. Kennedy, door te zeggen dat hij meer ervaring had dan toen Kennedy het Witte Huis betrad. Bentsen kon toeslaan: ‘Senator, you’re no Jack Kennedy.’ Mijn bijdrage aan het debat: Quayle had zich nooit in die positie mogen brengen, en was vanaf dat moment aangeschoten wild.

4. Mitt Romney - ‘You wanna bet?’

Ook Romney leverde in de voorverkiezingen geen smetteloze debatprestaties. Dit vond ik het merkwaardigste moment. Rick Perry, allang een has-been als kandidaat, valt Romney aan over de gezondheidszorg. Romney reageert niet inhoudelijk, maar steekt zijn hand uit en wil een wedje maken. Nou ja, wedje: tienduizend dollar. Een bedrag dat de meeste televisiekijkers zelden in het echt zullen hebben gezien.

5. George H.W. Bush - het horloge

Steeds vaker lees ik de theorie dat het verlies van George Bush sr. in 1992 tegen Bill Clinton te maken had met dit televisiedebat. Bush doet het helemaal niet slecht, als je het debat terugkijkt. Maar een paar keer kijkt Bush demonstratief op zijn horloge, goed te zien in onderstaand fragment. Later werd gezegd dat het een signaal was aan de debatleiding was dat Bill Clinton en Ross Perot te veel tijd kregen. De uitstraling was alleen dodelijk: het leek alsof Bush het avondje met gewone kiezers maar tijdverspilling vond.

6. Al Gore - de lichaamstaal

Al Gore zou George W. Bush in 2000 inmaken tijdens de debatten. Dat was tenminste het algemeen gedeelde gevoel: toenmalig vicepresident Gore zat veel beter in zijn dossiers, en gold als een ijzersterk debater. Dit televisiedebat met Bush was rampzalig. Gore lijkt geen enkel geduld met Bush te hebben, zucht hoorbaar als Bush aan het woord is, en gaat naast zijn opponent staan alsof ze een caféruzie uitvechten. Bush leek er plotseling een aardige man door.

7. Gerald Ford - ‘no Soviet domination in Eastern Europe’

Dit moment in 1976 was één van de weinige die de kansen echt deed keren. President Gerald Ford zei in zijn debat tegen de relatief onbekende gouverneur Jimmy Carter dat er ‘geen Sovjet-dominantie in Oost-Europa’ is. We zitten op dat moment, uiteraard, in het midden van de Koude Oorlog. De gespreksleider kan zijn oren niet geloven, en Carters campagne kreeg de kans te groeien.

8. Michael Dukakis - ‘I oppose the death penalty’

Nog zo’n moment dat misschien ten onrechte als blunder de geschideneis in is gegaan. Michael Dukakis neemt het op tegen George H.W. Bush. Hij krijgt de vraag of hij ook tegen de doodstraf is als zijn eigen vrouw verkracht en vermoord wordt. Dukakis geeft een beleidsmatig waarschijnlijk correct antwoord: hij is tegen de doodstraf, ook dan. Het gebrek aan emotie bij zijn antwoord droeg bij aan het toch al bestaande beeld van Dukakis als koude kikker. Zonder twijfel deed de uitspraak zijn campagne geen goed.

9. James Stockdale - ‘Who am I? Why am I here?’

Admiraal James Stockdale gold in de VS als oorlogsicoon. Zijn verrassende kandidatuur als vicepresident van de onafhankelijke Ross Perot in 1992 bezorgde hem in 1992 een plek in een debat met Al Gore en Dan Quayle. Hij leek niet erg op zijn plek, zacht gezegd, en kwam afwezig en ongeïnformeerd over. Zijn eerste woorden zeggen alles.

10. Richard Nixon - zweet

Historisch materiaal, het allereerste televisiedebat in de Amerikaanse geschiedenis. Jammer voor Richard Nixon dat het debat op televisie werd uitgezonden, want hij was onvoorbereid op het nieuwe medium. Hij werkte door tot vlak voor het begin van het debat, en was wat ziek toen het debat begon. Nixon ziet er slecht uit: mager en bleek, zweet op zijn bovenlip. Kennedy is juist gemaakt voor het televisietijdperk. Kennedy steeg hierna licht in de peilingen. Het verhaal dat de 70 miljoen kijkers massaal Kennedy als winnaar aanwezen en de radioluisteraars juist Nixon kozen, wordt door sommige deskundigen betwijfeld.