Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Cultuur

‘De spagaat tussen clownerie en poëzie’ - een prachtdebuut over Chabot

Bart Chabot in Amsterdam in 2010. Foto ANP/Levin den Boer

De Rotterdamse regisseur en producent Jeroen S. Rozendaal (1974) betwijfelde of de hoofdpersoon van zijn prijswinnende film, dichter en mediaverschijnsel Bart Chabot, lang genoeg in zijn rol zou kunnen blijven voor Interzone –Gedichten van Bart Chabot. Daarom vroeg hij een acteur om in de rol van Chabot te stappen, in ieder geval voor een deel van de film.

In zijn film belicht hij de carrière van Chabot, die voor het eerst van zich deed spreken als performancedichter die opkwam op de golven van de punk in de jaren zeventig, maar die de laatste jaren vooral de aandacht trekt als de eeuwige kandidaat van televisiespelletjes.

Raymon Thiry met zwaar montuur

Dat is de conventionele kant van zijn film. Maar echt bijzonder is de film doordat Rozendaal ook de poëzie van Chabot in beelden probeert te vangen – vaak heel letterlijk, maar daarom niet minder fraai en effectief.

Omdat Chabot zelf misschien te ongedurig zou zijn voor dat gedeelte van de film, en omdat de Haagse dichter tijdens het werken aan de film ook nog eens werd getroffen door een hersentumor, koos hij voor een acteur om de ‘ik’ in Chabots poëzie te spelen. En niet zomaar een acteur, maar de geweldige Raymond Thiry, die alleen maar een bril met een zwaar montuur hoeft op te zetten, om Chabot te zijn.

Chabot is in zijn gedichten vaak op reis en onderweg, en we zien Thierry voornamelijk in een vervallen hotelkamer die bol staat van de rock ‘n’ roll-romantiek, terwijl Chabots retorische poëzie weerklinkt. Prachtig.

Interessant is ook de spagaat tussen de clownerie van Chabot op televisie, en de dichter van deze desolate en unheimische poëzie; een spagaat waar Chabot in toenemende mate last van heeft. Die spagaat is heel vergelijkbaar met die van zijn grote leermeester, Herman Brood. Aan de ene kant was hij het mediaverschijnsel van de nationale troeteljunk, en aan de andere kant was ere zijn muziek, zijn band en zijn kunst.

Zonder Brood geen Chabot

In theorie leidt het een naar de ander: leidt de media-aandacht naar de kunst, waar het echt om gaat. Maar zo simpel blijkt het niet te zijn. Er is eerder sprake van een faustiaanse deal met de roem en de showbizz, waar ook een prijs voor moet worden betaald.

In die opgelegde rol kun je verdwijnen. Herman Brood had eigenlijk niet mogen ontbreken in de film, hoe begrijpelijk ook dat Rozendaal een keer de andere, minder bekend kant van Chabots schrijverschap wilde belichten. Zonder Brood geen Chabot.

De betreurde Gerrit Komrij neemt ook zijn intrek in het hotel van de film, om een fraaie tekst over het werk van Chabot voor te dragen, waaruit een (te) kort fragment te horen is. Fotograaf Anton Corbijn blijkt scherp inzicht te hebben in het gemis dat is ontstaan in de eenzame jeugd van zijn goede vriend, dat hem heeft gemaakt tot de hyperenergieke man die hij nu is.

Prachtige film, die op de eerste dag van het festival is bekroond met de prijs van de stad Utrecht voor de beste debuutfilm. Nog te zien op woensdag 3 oktober, 17.15 Louis Hart Looper Complex 3