Slapen in beroemde villa

Logeren in een architectonisch meesterwerk. Dat kan in Haus Schminke in Löbau, voor 65 euro per nacht.

Uiteindelijk heeft Haus Schminke in Löbau het toch ver geschopt. Bijna was het meesterwerk van de Duitse architect Hans Scharoun definitief in de vergetelheid geraakt (zie inzet), maar wie nu over de A4/E40 door Oost-Duitsland naar de grens met Polen rijdt, ziet nabij het stadje Löbau borden langs de weg waarop de karakteristieke vorm van de villa met een paar welgemikte lijnen staat afgebeeld. ‘Haus Schminke’ staat erbij voor degenen die de welvende lijnen niet herkennen.

Zo’n groot bord langs de snelweg hebben maar weinig 20ste-eeuwse villa’s – moderne architectuur is nog altijd een zeer kleine niche-markt in de toeristenindustrie. Zelfs de Villa Savoye van Le Corbusier bij Parijs, misschien wel de beroemdste Europese villa van de 20ste eeuw, heeft er geen. Ook de weg naar het beroemde Bauhausgebouw, toch een van de iconen van de 20ste eeuw, wordt in Dessau slechts met kleine bordjes gewezen.

Haus Schminke in Löbau, een vroeg werk van Hans Scharoun (1893-1972), de Duitse architect die onder meer de Philharmonie en de nationale bibliotheek in Berlijn bouwde, is dan ook bijzonder. Het heeft niet alleen een bewogen geschiedenis waardoor het lange tijd in de marge vegeteerde, maar het is ook het enige vroeg modernistische meesterwerk waar bezoekers, voor 65 euro per persoon, een nacht kunt verblijven. Als de laatste rondleiding om een uur of vijf is geëindigd, krijgen de overnachters van de beheerders de sleutels van het huis en kunnen ze leven zoals de oorspronkelijke bewoners, de plaatselijke Nudel-fabrikant Fritz Schminke en zijn gezin, dat van 1933 tot 1945 deden.

Uiteraard is het onmogelijk om Haus Schminke op exact dezelfde manier te bewonen als in de jaren van het Derde Rijk. Zo had de welvarende pastafabrikant toen ongetwijfeld personeel en worden de gasten nu alleen bediend bij het riante ontbijt, dat wordt geserveerd voordat het huis om tien uur weer open gaat voor rondleidingen. Het diner moet je zelf koken in de grote keuken die veel oorspronkelijke onderdelen, zoals de voorraadkasten, heeft behouden, maar wel is uitgerust met een koelkast en een vaatwasser. Een tv is daarentegen opvallend afwezig in de woonkamer, die, zoals het hoort in een modernistisch huis, eigenlijk geen kamer is, maar één grote, open ruimte vormt met de hal, de speelkamer voor de kinderen, de eetkamer en de wintertuin. Binnendeuren zijn er niet op de begane grond.

Rubberen vloer

Echt gezellig is de spaarzaam gemeubileerde woonruimte niet. De wanden bestaan grotendeels uit glasvlakken, waarvoor lichte, witte gordijnen kunnen worden geschoven. De vloer van de eetruimte is belegd met houten parket, maar die van de woonruimte is van rubber. Door de overheersing van gladde en harde materialen en lichte kleuren, is de woonruimte nu wat kaal en kil. Maar dat was in de jaren dat de Schminkes er woonden, niet het geval. Toen lag op de vloer een groot blauw tapijt van velours en was het plafond met geel belletjesbehang behangen. Als je die er bij denkt, kun je je goed voorstellen dat het gezin Schminke, hier, met de zware gordijnen (in verschillende kleuren) dicht, de gezellige winteravonden doorbracht die dochter Helga (1930) zich herinnert.

Een van de dingen die de Schminkes op zulke avonden deden, was musiceren, schreef Helga in 2008 in een boekje over Haus Schminke. Dat kan nog steeds. Vlakbij de wintertuin staat net als vroeger een vleugel. De glazen wintertuin, met zijn plafond met ronde oranje gaten en een cactustuin rondom een vijvertje, is een mooie plek om te lezen op een van de achterpootloze buisstoelen die Ludwig Mies van der Rohe in 1927 ontwierp.

Vooral op mooie zomeravonden komt de extreme openheid van Haus Schminke tot zijn recht en is goed te ervaren waarom omstreeks 1930 het wonen in een modernistisch huis als dit ‘befreites wohnen’ werd genoemd. Anders dan Le Corbusier die om een of andere reden de begane grond niet geschikt vond voor bewoning en de woonruimtes van zijn Villa Savoye op de eerste verdieping situeerde, liet Scharoun de wintertuin van Haus Schminke overlopen in de echte tuin. Zo is Haus Schminke, anders dan zijn Franse broer bij Parijs, geen smetteloos zwevend object maar Duits degelijk en stevig verankerd in de grond en vormen binnen en buiten één geheel. Bovendien heeft niet alleen de benedenverdieping, maar ook de slaapverdieping een buitenruimte, in de vorm van een balkon. De twee balkons boven elkaar, waarvan de bovenste een wellustige welving heeft gekregen, geven het huis een silhouet dat uit duizenden herkenbaar is.

De tuin heeft ondanks de vijver, rotstuin en borders genoeg gras voor een potje voetbal. Op oude foto’s in een album op de salontafel is te zien dat de kinderen Schminke de vijver als zwembad gebruikten. Maar zwemmen is wegens de weelderige waterplantengroei nu niet meer prettig. Wel kunnen kinderen nog altijd door de kleine, patrijspoorten van gekleurd glas kijken die Scharoun op kinderooghoogte in de buitendeuren heeft laten maken. Wie dat doet, ziet de binnen- of buitenwereld door een oranje bril, net als Helga en haar broers en zussen in hun wunderbare jeugd in Haus Schminke.