Brief over stalkmarketing

Ik wil een stalk-me-niet-stempel tegen marketing

Onlangs vloog ik voor een welverdiende vakantie naar Lissabon. Mijn hotel lag net buiten het centrum, in een wijk waar het kapitalisme duidelijk nog niet heeft gewonnen – een plaats waar vele kleine supermarkten en een veelvoud aan typisch Portugese restaurantjes op een eerlijke manier concurreren.

In het centrum vond ik, zoals in veel toeristische plaatsen, een straat vol restaurants waar opdringerige vertegenwoordigers smeken of je wilt komen eten bij hun restaurant. Bij weigering blijven ze doorzeuren. Het liefst douwen ze je ongevraagd een visitekaartje in de hand.

Terug in Nederland word ik op weg naar werk bij het station geconfronteerd met dezelfde marketingagressie, deze keer door vertegenwoordigers van politieke partijen. Als ik op zaterdagmiddag in de stad loop, zijn het krantenverkopers die een ‘gratis’ krant aanbieden, waar uiteraard een peperduur abonnement aan vast blijkt te zitten. Als ik eindelijk op een terrasje plaatsneem, word ik lastiggevallen door een opdringerige meneer met een bus van het Kankerfonds. Thuis krijg ik iemand van het Amerikaanse AppcoGroup aan de deur, die mij namens Nuon een te duur energiecontract wil aansmeren.

Het is nog tot daaraan toe dat de kapitalistische invloed resulteert in meer reclame – op tv, internet, bij het bushokje, in neonlicht boven winkels, op borden langs de snelweg of via kraampjes op een festival of luchthaven – maar ik weiger pertinent in te gaan op aanbiedingen door een-op-eencontact met verkopers in de openbare ruimte van welk product, dienst of goed doel dan ook! Ik bepaal graag zelf wanneer ik naar een winkel, website of markt ga. Is het een idee om na de ‘ja/nee sticker’ en het ‘bel-me-niet-register’ ook een ‘stalk-me-niet-stempel’ te ontwerpen? Die kan dan met een welgemikte beweging op het voorhoofd worden geplaatst, opdat opdringerige vertegenwoordigers al van verre kunnen zien wie ze wel en niet mogen aanspreken op straat.

Karel Klumpers

Utrecht