Schuldencrisis als splijtzwam

Het bezuinigingspakket van de conservatieve Spaanse regering zal binnen het parlement niet op al te veel weerstand stuiten. De Volkspartij (Partido Popular) heeft in de 350-koppige Cortes een rustige meerderheid van 185 zetels. Premier Mariano Rajoy zal zijn gisteren gepresenteerde begroting voor 2013 er daar dus wel door krijgen.

Maar wat doet de regering-Rajoy daarna? Als duidelijk wordt wat de bezuiniging van bijna 40 miljard euro, circa 9 procent van het staatsbudget, niet op papier maar op straat behelst? Als ze de gevolgen van een beleid, dat dit jaar naar schatting leidt tot een economische krimp van 1,5 procent en volgend jaar van 0,5 procent, onder ogen krijgt?

Een van de Spaanse ministers mag dan wel hopen dat het saneringspakket slechts uitdraait op een „milde recessie”, waarna het land de draad weer kan oppakken. Maar de kans op een neerwaartse vicieuze cirkel is ook reëel. Als de rentetarieven voor Spanje niet gaan dalen – dit jaar gooit de Staat er bijna 30 miljard aan weg – dan is zo’n spiraal van dalende staatsuitgaven en dalende lonen, prijzen én belastinginkomsten heel wel denkbaar.

De kans dat de regering toch een beroep gaat doen op Europese steun is dus groot. Spanje wilde dat tot nu toe niet, uit angst zijn nationale soevereiniteit te verspelen. Maar de regering kan die trotse houding vermoedelijk niet volhouden, al is het maar omdat ze er niet in geslaagd is de bankencrisis met de zogeheten ‘cajas’ aan te pakken. Hervorming en herkapitalisatie van het bancaire systeem zijn onvermijdelijk.

De terughoudendheid van Madrid om soevereiniteit op te geven, is ook om een andere reden exemplarisch voor de problemen die premier Rajoy in het binnenland heeft. Zoals er in het noorden van Europa bijna geen enthousiasme is om de schuldenlanden in een ‘transferunie’ bij te staan, zo staan ook de onderlinge financiële verhoudingen in Spanje onder druk. Ook daar willen de rijke regio’s niet voor de arme opdraaien.

Het besluit van president Artur Mas van Catalonië om eind november een referendum te houden over zelfbeschikking gaat dus veel verder dan een vorm van provinciaal patriottisme. Het Catalaanse plebisciet is een potentiële bom onder het Spaanse staatsbestel.

De aankondiging van vicepremier Soraya Saenz de Santamaria gisteren dat de regering alle (grond)wettelijke middelen zal inzetten om dit referendum te voorkomen, is dan ook serieus. Als de financiële crisis uitdraait op politieke en staatsrechtelijke escalatie is er weer een hek van de dam. Niet alleen in Spanje is de schuldencrisis in potentie een splijtzwam. Ook elders in Europa kan ze zo’n desintegrerend effect hebben, bijvoorbeeld in Italië met zijn spanningen tussen Noord en Zuid.

Alleen dat al is een motief om Spanje hulp te bieden.