Pasje tonen aan balie is schijnveilig

Een journalist kwam ministeries binnen met een valse pas. Nou en? Pasjes checken is een zinloos ritueel, stelt Nicole van der Meulen.

Gewapend met een verborgen camera en een vals identiteitsbewijs ging Brenno de Winter negen maanden lang op onderzoek uit. Onder meer de ministeries van Algemene Zaken, Binnenlandse Zaken, Veiligheid en Justitie en Volksgezondheid bezweken voor zijn trucjes, net als de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en het Nationaal Cyber Security Centrum. Allemaal hebben ze De Winter, met zijn Lichtbildausweis, toegelaten tot het gebouw.

Is dit schrikbarend? Kamerlid Gert-Jan Segers (ChristenUnie) „rolde van zijn stoel”.

Deze ophef is onnodig. Zo uitzonderlijk zijn de resultaten van De Winter niet. Het komt geregeld voor dat de verificatie van identiteitsdocumenten tekortschiet.

Waarom is dit geen oorzaak tot zorg?

De check aan de balie is slechts één aspect van de beveiliging. In de media wordt de suggestie gewekt dat De Winter gemakkelijk kon doorlopen bij allerlei instanties. Dit is niet zo. Bij een aantal van de voorbeelden kon de Winter uitsluitend op afspraak en onder begeleiding van een medewerker verder komen dan de receptie. Deze medewerker dient hem te identificeren, te begeleiden en vervolgens ook weer uit te laten. Dit proces is vele malen waardevoller dan het ritueel dat plaatsvindt aan een balie, met veelal onwetende beveiligingsbeambten.

Het filmpje van De Winter kan met gemak worden weggezet als sensatiejournalistiek. De onderzoeksjournalist is op zoek naar aandacht. Voorheen kwam hij vooral in de spotlights door een lek aan te tonen in de ov-chipkaart.

Op onderzoekjes als deze van De Winter ontstaat vaak de reflex om de procedures aan te scherpen. Is dit wel nodig?

Wat is eigenlijk de toegevoegde waarde van het tonen van een identiteitsbewijs bij overheidsinstanties? Dit heeft toch niet zo veel zin als je het gebouw toch alleen in mag onder begeleiding van een medewerker?

Het aanscherpen van controleprocedures is investeren in schijnveiligheid. Het tonen van een identiteitsbewijs is een ritueel – niet meer dan dat. Inmiddels zijn wij er zo gewend aan geraakt dat zelfreflectie over de noodzaak ervan ontbreekt. De geconstateerde kwetsbaarheid verontrust de media, de politiek en De Winter, omdat ze de staatsveiligheid in gevaar zou brengen, maar ik maak me pas ernstige zorgen als de staatsveiligheid afhankelijk is van het ritueel van het bekijken en verifiëren van identiteitsdocumenten.

In de reacties op De Winter schemert ook het terugkerende thema van het verlangen naar absolute veiligheid door. Ik wil deze utopie graag nog eens ontkrachten. Kwetsbaarheden maken inherent deel uit van de samenleving. Absolute veiligheid bestaat niet, en al helemaal niet als de mens een belangrijke factor is, zoals in dit geval.

De focus moet daarom liggen op hoe groot de foutmarge is en of dit een acceptabel risico is. De Winter, de media en de politiek doen nu alsof het dagelijks voorkomt dat mensen ministeries betreden op vertoon van een valse pas, maar wetenschappelijk gezien zou een steekproef van één uitgelachen worden. Om aan dergelijk onderzoek conclusies te verbinden, dient de bewijsvoering vele malen sterker te zijn.

Het verscherpen van procedures is dus een overtrokken reactie om toe te geven aan het verlangen naar absolute veiligheid. Het is niet alleen onrealistisch, maar ook inefficiënt. Dit is een zeer ongunstige ontwikkeling in de tegenwoordige financiële situatie.

Stilletjes blijf ik hopen dat er eerdaags een einde zal komen aan dit zinloze ritueel. Het blijft uitermate pijnlijk om mijn identiteitsbewijs te laten zien aan baliemedewerkers die klaarblijkelijk geen enkele kennis van zaken hebben. Bij deze is dat mijn tip voor een overheidsbezuiniging.

Nicole van der Meulen is universitair docent aan de faculteit rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.