Misdaad en straf

Beschaving – wat is dat ook alweer? Ik zou zeggen: onze gezamenlijke inspanning om de mens beter te laten zijn dan hij van nature is. Niet gemakkelijk. Het houdt in dat wanneer iemand ’s nachts je huis binnensluipt, – ik geef maar een voorbeeld – je hem, alle begrip, ’t liefst dood zou willen slaan, maar dat dan toch niet doet. Wanneer je het wel doet, uit woede of paniek, is dat een vreselijke nederlaag. Geen triomf. Eens?

Wat wordt ook weer bedoeld met dat dooie woord – proportioneel?

Fred Teeven, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, ziet dat anders. Hij vindt het „treurig” dat een inbreker in het Brabantse Diessen tijdens een nachtelijke strooptocht het leven heeft gelaten, maar noemt het een risico van het vak. Mensen hebben het recht lijf en goed te verdedigen. Natuurlijk, er moet worden uitgezocht wat er gebeurd is, maar goed dat de mensen die gedood hebben, meteen weer vrij gelaten zijn. „Zij zijn slachtoffers.”

Nou nee. Ze zijn slachtoffers, maar ook daders, want ze hebben iets gedaan wat niet mag. Dat is juist het probleem. Je moet met je poten van andermans spullen afblijven; je mag geen mens doden. Wat betekent dat dooie woord proportioneel? Dat je geweld mag gebruiken om jezelf te verdedigen, maar niet om wraak te nemen. Dat die grens, de grens tussen beschaving en barbaarsheid, niet gemakkelijk te trekken is, weten we – daar hebben we de rechterlijke macht voor.

Maar dan moet je die rechterlijke macht wel vertrouwen.

Dat doet Fred Teeven niet. Hij spreekt niet de taal van het recht, maar haakt bewust in op een sterke emotie: dat er te veel begrip is voor daders van een misdrijf. Dat slachtoffers schuldig worden verklaard wanneer ze voor zichzelf opkomen.

Begrip voor daders is ooit begonnen als een teken van beschaving. Vroeger was een misdaad een uiting van het kwaad – geen pardon. Alleen de dader had schuld. De beschaving leerde ons dat mensen zelden zomaar iets doen. Ze zijn gevormd door hun omgeving, sociale omstandigheden spelen een rol, er is wellicht vroeger thuis of anders in hun hoofd iets misgegaan.

Kritiek op overmatig begrip voor de misdadiger is ouder dan je denkt: Dostojevski nam het anderhalve eeuw geleden al op de korrel in Misdaad en straf. Socialisten, zegt een van de personages, zien de misdaad als „een protest tegen de abnormaliteit van de sociale structuur, dat is het en verder niets”. Alleen de samenleving heeft schuld. Is de maatschappij eenmaal rechtvaardig, dan verdwijnt de misdaad vanzelf – je moet dus vooral sociale omstandigheden verbeteren. Van nature is de mens niet slecht. Echt niet.

Sindsdien is het begrip voor de misdadiger – Freud kwam erbij – alleen maar toegenomen. Nu hebben we te maken met de reactie: mensen zijn toch zeker enkel zelf verantwoordelijk voor hun daden? Een beroep op maatschappelijke omstandigheden is een softe smoes, bedoeld om hedendaagse do gooders een rad voor ogen te draaien. We zijn zo beschaafd geworden, heet het, dat we ons verliezen in pervers begrip voor de dader.

De ironie wil dat Teeven nu hetzelfde doet.

Hij heeft zoveel begrip voor de omstandigheden van de doodslag in Diessen, dat hij geneigd is de daders op voorhand iedere verantwoordelijkheid voor hun daad te ontzeggen: „Zij zijn slachtoffer.” Linkse softies zijn geneigd om het slachtoffer in de dader te zien (onrecht, armoede, misbruik, ongelukkige jeugd). Maar nieuwrechtse hardliners beroepen zich eveneens blind op omstandigheden. Want dat is de ondertoon van de zaak-Diessen: zelfs als er geen sprake was van louter zelfverdediging, hoeven we geen medelijden te hebben met het slachtoffer, die ook dood dader blijft. En alle begrip voor de daders in Diessen, die zuiver slachtoffer zijn.

Niet schuldig.

De ene vorm van relativisme wordt vervangen door de andere. Beide kampen verwijten elkaar een schandelijk gebrek aan empathie.

Teeven is niet eerlijk. Waar onze staatssecretaris van Justitie eigenlijk voor pleit, is niet een rechtvaardige behandeling van gewelddadige slachtoffers. Waar hij voor pleit – laten we het beestje bij de naam noemen – is het recht op wraak.