Dure gezinscentra van Rouvoet blijken flop

Het logo van Centrum Jeugd en Gezin. Foto ANP / Robert Vos

Van de inlooppunten van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) wordt weinig gebruikgemaakt. Dat blijkt uit een rondgang van NRC Handelsblad langs locaties in de grootste steden.

De centra, in 2007 bedacht door minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie), waren bedoeld als vast loket waar ouders hun opvoedvragen kunnen stellen. Aan het opzetten van de centra en het ontwikkelen van lokaal jeugd- en gezinsbeleid gaf het Rijk tot nu toe 1,2 miljard euro uit. Maar ouders blijven weg van de inlooppunten.

Haagse gezinscentra krijgen per dag “een handjevol” ouders over de vloer, in Rotterdam komen er wekelijks zes ouders naar een inloopspreekuur. Amsterdamse inlooppunten zien 5 tot 10 ouders per week. In gemeenten als Eindhoven en Breda worden de inlooppunten helemaal niet meer gebruikt om vragen van ouders te beantwoorden. Wethouder Saskia Boelema van Breda:

“We hebben die inlooppunten gesloten omdat het gewoon niet werkt, de bezoekersgetallen vielen enorm tegen”.

De stad gebruikt nu interne begeleiders op basisscholen als aanspreekpunt voor ouders met hulpvragen.

De Algemene Rekenkamer constateerde in juni al in een kritisch rapport dat er imagoproblemen zijn met de centra. Het centrum “is vooralsnog geen plek waar iedereen zonder schroom binnenloopt”, aldus de Rekenkamer. Veel ouders associëren het centrum met Bureau Jeugdzorg, dat bij zware problemen in actie komt.

Lees meer in het NRC Handelsblad van vanmiddag (digitale editie).