Beul je baby af voor de ouders

Er zijn enorm veel cursussen voor baby’s. Om hun intellectuele en emotionele ontwikkeling te stimuleren. Maar baby’s leren meer dan genoeg uit zichzelf. Op cursus raken ze overprikkeld. En dan leren ze juist niets meer.

Verslaggever

Figurante. Bébé fille de 12 mois.
Figurante. Bébé fille de 12 mois. GYSSELS / BSIP

Bij de evenwichtsbalk staat een moeder met haar baby van vijf maanden. Een docent helpt mee. Eerst het hoofd op de balk, dan de beentjes in de lucht. „Pak jij hem hier even over?” En hupsakee: een handstandkoprol.

Gek tafereel? Helemaal niet.

In Nederland kun je met je baby naar gym. En naar talloze andere babycursussen. Babyyoga, babymassage, ‘babybonding’, babyzwemmen, babygym, babygebaren, babymuziek, babydans, babymotoriek, babyfluisteren, babyfitness, babypilates, babysamba, babybewegen, babycommunicatie, babybuikdans en babypret, baby speellezen of ‘Baby Sensory’.

De baby’s leren er van alles, zeggen de cursusleiders. Yoga, massage en buikdansen zouden goed zijn om de band tussen ouder en kind te versterken. De lessen moeten de ontwikkeling van het kind en de innerlijke rust bevorderen – dat zorgt voor minder huilen en een goede nachtrust. Gym, pilates en fitness zouden bijdragen aan de fysieke ontwikkeling. Lezen, muziek en gebaren zijn goed voor de taalontwikkeling, het muziekgevoel en praten zonder woorden.

En, werkt het?

Een vader (32) die naar de vadergroep babymassage gaat, denkt „stiekem” van niet. Zijn baby van vijf maanden wil maar niet stilliggen tijdens de massage. „Dus het heeft weinig zin.” En er zijn altijd een paar baby’s die huilen. Dat leidt af. Verder is het wel gezellig, zegt hij. „Beetje praten met andere vaders.”

Een vrouw (32) in trainingspak komt net met haar dochter van negen maanden bij een babyyogales vandaan. Het was ontspannen, zegt ze. Haar kind valt altijd in slaap. „Maar je leert er ook van alles over de ontwikkeling van je kind.”

Babycursussen zijn vooral leuk voor ouders, zeggen babyexperts. Vaders en moeders hebben even volledig de tijd om aandacht te geven aan hun kind. Gezellig, lekker kletsen met andere ouders. Maar voor baby’s is het niet altijd goed. Vaak is het bij de cursussen te druk: te veel geluid, te veel mensen en ongeschikte activiteiten die tegelijkertijd worden aangeboden en niet zijn afgestemd op de leeftijden van de kinderen. Het gevolg is dat er een enorme lading aan informatie op zo’n kind afkomt, zegt Karen Koldewijn, kinderfysiotherapeut en onderzoeker van het Amsterdamse AMC. „Dat kunnen baby’s helemaal niet aan.”

Baby’s raken overprikkeld. Elk kind reageert daar weer anders op, vertelt Bregje Houtzager, gezondheidspsycholoog in het Deventer Ziekenhuis en verbonden aan het Nederlands Instituut van Psychologen. De een sluit zich af door te gaan slapen. De ander gaat huilen, overstrekt zich of vertoont apathisch gedrag. Dat betekent dat de kinderen stress ervaren. „Met als gevolg dat ze niets leren.” Ouders bereiken zo een averechts effect, zegt ze.

Een baby vaart het beste op orde, rust en regelmaat. De rust zorgt ervoor dat een baby nieuwe informatie kan reguleren en verwerken. De orde en regelmaat zorgen voor voorspelbaarheid, dat geeft een kind veiligheid. In die veiligheid kunnen ze zich ontwikkelen. Deze elementen ontbreken bij veel cursussen, zegt gezondheidswetenschapper Marij Eliëns, die opvoedprofessionals in het veld begeleidt. De regelmaat wordt onderbroken, lessen zijn op tijden dat de baby normaliter een dutje doet. En reguleren gaat niet: je kunt niet even weglopen naar een rustige kamer en bijvoorbeeld het licht uitdoen zodat je baby weer rustig kan worden. Ook de voorspelbaarheid is weg, er komt zo veel op een baby af, dat het kind in de stress schiet.

Overigens willen de babyexperts niet alle cursussen over één kam scheren. Dat zou zonde zijn, zegt Koldewijn. „Want er zijn ook genoeg kindvriendelijke babyclubs.”

Er zijn enorm veel cursussen. Om een idee te krijgen: de zoektermen ‘babybewegen cursus’ levert 314.000 Google-hits op. ‘Babyyoga cursus’ 302.000 hits, ‘babymassage cursus’ 66.700 hits en ‘babygebaren cursus’ 8.960. De cursusleiders zijn soms spirituele hobbyisten of yogaleraressen die eeuwenouden tradities uit India en Afrika aanhalen om de werking van hun les te onderbouwen. Andere lessen worden gegeven door fysiotherapeuten en andere trainers. Zij verwijzen naar wetenschappelijke studies.

Zo ook de bedenker van Baby Sensory, de Engelse Lin Day. Zij zette haar cursus in 2006 op. In Engeland is het populair. Per jaar bezoeken volgens de organisatie zo’n 30.000 ouders met baby’s de lessen. Het idee achter Baby Sensory is dat zintuiglijke prikkelingen ervoor zorgen dat er meer en sneller verbindingen worden gelegd tussen hersencellen. Verbindingen die niet worden gestimuleerd, sterven af. Daarom is het volgens Lin Day belangrijk om „baby’s te blootstellen aan allerlei leerervaringen”.

Werkt dat zo? Kun je de ontwikkeling van je kind zo beïnvloeden dat de ‘bedrading’ in de hersens verbetert en kinderen meer kunnen in intellectueel en emotioneel opzicht? Nee, zegt Karen Koldewijn, dat is te kort door de bocht. Uit studie blijkt dat de sensorische gebieden in de hersenen zich eerder ontwikkelen dan cognitieve functies in het brein. Maar kinderen overladen met zintuiglijke prikkels, zoals bij Baby Sensory gebeurt, heeft geen zin. Het gaat om de juiste afstemming, de juiste match tussen waar het kind aan toe is en de informatie die daarbij past. Dat gebeurt niet bij Baby Sensory. „Met als resultaat: baby’s met stress.” Langdurige stress („wel na langer dan een uurtje in de week, hoor”) is zelfs nadelig voor het brein: er ontstaan minder of andere verbindingen.

Baby Sensory is een internationale keten, waarbij franchisenemers de formule kopen. Nederland telt tien franchisenemers (‘trainers’) die in veertien steden lesgeven. Hoeveel ouders er op afkomen, heeft Wim Rimmelzwaan, de directeur van de Nederlandse tak nog niet paraat. „We zijn nog niet zo heel lang bezig. Maar het loopt goed.” De trainers werken met fiber optic-lichtshows, zeepbellen, ballen, rammelaars, muziek, babygebaren, babymassage, poppenshows, lichtballen, zang, dans, dierengeluiden, vormen, patronen, waterspelletjes en stofmaterialen. De baby’s zijn welkom vanaf zes weken.

De babyexperts keken naar onlinefilmpjes van de cursus in Engeland. Karen Koldewijn kreeg er buikpijn van toen ze op haar computer moeders boven het hoofd van hun zuigelingen al zingend parapluutjes met verschillende kleuren zag ronddraaien. „Weet je hoeveel gecompliceerde informatie er op zo’n kind afkomt?” Kleuren, vormen, draaiende objecten, geluid. Alle zintuigen worden geprikkeld. De ene activiteit wordt in een rap tempo opgevuld door de volgende. „Wat een narigheid.” De ene baby had er uitpuilende ogen van, de ander huilde.

Ouders moeten deze hysterische activiteiten niet thuis voortzetten. „Dan slaan ze de plank volledig mis”, zegt Bregje Houtzager. Op de website van Baby Sensory staat dat de organisatie de cursussen ook op kinderdagverblijven aanbiedt. Karen Koldewijn vindt dat een „hele gevaarlijke ontwikkeling”.

Directeur Rimmelzwaan heeft inmiddels de babyexperts uitgenodigd om een aantal lessen in het echt te komen zien. Volgens hem valt het allemaal wel mee met de prikkels. Het gaat om 50 minuten, één keer in de week en tussen de activiteiten zijn er rustmomenten. Hij weet dat baby’s zich afsluiten als het te veel wordt. „Dan gaan ze vaak slapen. Dat kan ook gebeuren als je een druk winkelcentrum bezoekt.”

Toen Rimmelzwaan opa werd, zag hij het verschil: vroeger was er altijd wel een ouder of grootouder om een kind heen. Tegenwoordig werkt iedereen, opa en oma wonen ver weg. En wat krijg je dan? De kinderopvang, „waar ze veel te weinig tijd hebben voor baby’s”. Met Baby Sensory wil hij „ouders inspireren om te leren spelen waardoor de baby’s spelend leren”.

Maar ouders hoeven niets te leren, zegt Marij Eliëns. Als ze afgaan op hun intuïtie, weten ze precies wat ze moeten doen. Dat klinkt misschien vaag, maar het is simpel: baby’s hebben van nature een grote behoefte om zich te ontwikkelen. Ouders hebben op hun beurt weer van nature een grote behoefte om hun kind te volgen en te helpen waar nodig. „Dat gaat helemaal vanzelf.” Dus als een baby een knietje optrekt, zal een ouder toeschieten om ook het andere knietje naar boven te duwen – zodat de baby leert kruipen. Een ouder rammelt met een speeltje om te kijken of het kind interesse heeft. Als een kind gebiologeerd naar een wapperend gordijn kijkt, zal de ouder de baby oppakken en aan de vitrage laten voelen. En dat is, zonder dat je er veel voor hoeft te doen, de juiste afstemming die het kind nodig heeft om zich te ontwikkelen.

En dan nog.

De ontwikkeling van een baby zegt niets over de ontwikkeling op langere termijn, vertelt pedagoog Bas Levering van de Universiteit van Utrecht. Een kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo, op zijn eigen niveau, op zijn eigen manier. De een kan met acht maanden lopen, de ander met achttien maanden. De een kan al echt praten als hij twee is, de ander nog niet op zijn vierde. Maar ook die laatste kan gewoon hoogleraar worden.

Babycursussen zijn niet nodig. Ze horen bij de huidige prestatiemaatschappij, zegt hij. „Het is een wedstrijd geworden: kan die van jou nog niet lopen?” Levering vertelt dat in de jaren 70 ouders veel meer keken naar de behoefte van het kind, als hij of zij maar gelukkig was, was de stelling. Dat veranderde in de jaren 80 tijdens de vorige economische crisis. Het marktmodel zorgde voor concurrentie, mensen moesten vechten voor een baan en daarmee nam de prestatiedrang toe.

Die tendens is nu met de huidige economische crisis toegenomen. Ook sociale media spelen een rol, zegt Levering. Iedereen kan elkaar de hele dag van informatie voorzien ‘Die van mij kan al...’. En met een profiel of een account laten mensen zien hoe geweldig hij of zij is. „Mensen brallen, schuiven zichzelf naar voren en beconcurreren elkaar.” Ze zeggen: kijk mij eens, ik heb een mooie auto en een goede baan, ik ben de beste.

In dat kader kunnen de kinderen niet achterblijven. Kinderen zijn projecten geworden. En daar passen de babycursussen bij. Ouders kunnen zo aan de toekomst van hun kind werken en proberen er alles uit te halen wat erin zit. Slaan we door? Rimmelzwaan vindt van niet. „Daar zijn wij Nederlanders veel te nuchter voor.”