D’Agata leeft in de nacht

2300KFDPRW=0.00 GW=0.00 BW=0.00 RB=9.99 GB=9.99 BB=9.99Topaz2
2300KFDPRW=0.00 GW=0.00 BW=0.00 RB=9.99 GB=9.99 BB=9.99Topaz2

Antoine d’Agata Kahmann Gallery, Lindengracht 35, Amsterdam, t/m 11 november.

Foto’s uit een schemergebied. De camera is waar verboden genoegens worden uitgeleefd. Drugs. Seks onder invloed. Seks voor geld. De duisternis is zacht, bruin en korrelig. Uit het donker doemt een dij op, billen. Op een andere foto hebben twee magere mensen seks. Samen vormen ze een verwrongen kop als op een schilderij van Francis Bacon. Deze foto’s hebben niets romantisch.

„Ik sta ook zelf op de foto's, ben onderdeel van mijn universum”, vertelt Antoine d’Agata. De fragiele Fransman, geboren in Marseille (1961), spreekt nadenkend en verlegen. Hij reist de wereld over: Cambodja, Brazilië, Japan. D’Agata leeft in de nacht. Verslaafd bezoekt hij bordelen; woont hij maanden samen met een working girl. Van haar is het verwrongen gezicht op een kussen, nek en haar van een vrouw die seks heeft.

D’Agata wilde als tiener priester worden, maar werd punk in de jaren tachtig. Fotografie was een late roeping. „Ik was al ruim in de dertig toen ik fotograaf werd”, vertelt hij op zijn verkooptentoonstelling. De selectie is minder expliciet, minder griezelig dan de foto’s die ik ken van internet. Hij begon als documentairefotograaf en leefde met zijn onderwerp: aidsslachtoffers en verslaafden. Ten slotte wérd hij zijn onderwerp.

Hoe moet ik me dat voorstellen? Drukt hij tijdens seks op de ontspanknop? Staat de camera op statief? Of op een kastje? Ja, dat gebeurt allemaal. Soms houdt hij hem ook gewoon in zijn hand. „Zoals op die foto daar.” Te zien zijn twee mensen in elkaar: mond, twee nekken, twee hoofden – vegen zijn het.

„Vrijwel alle foto’s maak ik zelf. Soms vraag ik iemand anders op de knop te drukken. Ik werk altijd seriematig. De beste foto’s bewaar ik, de rest gooi ik weg. Er is niets geconstrueerds bij: het zijn toevalstreffers.”

De foto’s tonen de zelfkant, een niet bijster origineel onderwerp dat door ontelbare generatiegenoten op de korrel is genomen. Maar toch laat D’Agata ook iets onbeschrijfbaar warms, hoopvols en menselijks zien. Later realiseer ik me: dat is zijn kracht, de fotografie is zijn overlevingsstrategie.