Van Opzeeland behoedzaam grappig

Sander van Opzeeland. I’m back. Gezien 21/9, Kleine Komedie, A'dam. Tournee t/m 24/4/13.

Als Sander van Opzeeland de eerste minuten van I’m back heeft volgepraat, kijkt hij al terug. We zullen ons wel afvragen of er ook nog wat te lachen valt. En ja, zegt hij, „er zitten zeker wel wat grappen in dit programma verstopt”.

Die behoedzaamheid geeft de teneur aan van het programma van de man die graag openhartig en positief wil zijn.

Zijn voordracht is bewust weifelend en reflectief, waarbij voortdurend de hand naar de kin gaat voor een nadenkende pose. Dat hij daarbij wat binnensmonds spreekt, is geen probleem door de zendmicrofoon. Maar zijn vlakke intonatie hindert op den duur.

Als gestremde komiek is Van Opzeeland op zijn best. Een lange anekdote over een mislukte date is alleen leuk omdat hij vervolgens ‘bekent’ welke details hij verzonnen heeft.

Dapper is dat hij erkent racistischer te zijn dan waar zijn hersenen „opdracht voor hebben gegeven”. Zo’n oprisping is te horen in een heel ander verhaal, waarin een vrouw zit te poepen alsof ze er „twee bruine baby’s” uit moet persen.

Zijn geestige antipodiumpersoonlijkheid – die hem verwant maakt aan collega Kees Torn – werkt Van Opzeeland nog onvoldoende scherp uit. De absurde liedjes zijn raak, maar soms laat hij de ontspanning, waarin zijn schuifelende terzijdes gedijen, te veel toe.

Van Opzeeland heeft niet als veel collega’s eindeloos try-outs gedaan, maar je gunt hem de tijd nog wat aan zijn act te schaven.