Spaanse werklozen klussen zwart bij of wonen bij mama

Van de werkloosheid in Spanje is op straat weinig te merken. Dit komt door zwart werk en steun van familie, betoogt Anne-Marie Reynaers.

Met een jeugdwerkloosheidspercentage van 53 procent en een algeheel werkloosheidspercentage van om en nabij de 22 procent staat het er voor Spaanse werkzoekenden slecht voor. La crisis die in 2008 als een bom insloeg, haalt na ruim vijf jaar nog dagelijks de voorpagina’s. De gevolgen van de crisis zijn inmiddels niet alleen merkbaar in de lagere sociale klasse: nu lonen worden bevroren en de subsidiekraan steeds verder wordt dichtgedraaid, is het ook voor jan modaal steeds moeilijker om het hoofd boven water te houden.

Wanneer ik door de straten van de Spaanse hoofdstad wandel, vraag ik me af waarom ik de gevolgen van de crisis niet expliciet in het straatbeeld terugzie. Terwijl ik een explosieve toename van het aantal bedelaars, slecht verzorgde mensen, bedroefde gezichten en lege cafés zou verwachten, lijkt de schade zo op het oog mee te vallen. Als ik mijn Spaanse vrienden vraag hoe we de ogenschijnlijke rust kunnen verklaren, vertellen ze me over la economía submergida (de schaduweconomie), la familia (de familie) en las cifras falsas (onjuiste cijfers).

In Spanje wordt in vergelijking met andere ontwikkelde landen binnen de EU veel zwart geld verdiend. Waar de Nederlandse schaduweconomie 9,8 procent van het bbp uitmaakt, is de Spaanse dubbel zo groot en bedraagt 19,2 procent van het bbp. In termen van belastinginkomsten zijn deze cijfers teleurstellend: over zwart geld wordt geen belasting betaald en dus loopt de Spaanse staatskas aardig wat inkomsten mis. Denken we echter in termen van werkloosheid, dan stellen deze cijfers gek genoeg enigszins gerust: de Spaanse werkloosheidscijfers representeren niet alleen die personen die geen werk en inkomsten hebben, maar ook diegenen die officieel geen werk en inkomsten hebben maar hun brood wel degelijk weten te verdienen via officieuze wegen.

Een tweede factor die helpt te verklaren waarom de crisis het Spaanse straatbeeld niet bepaalt, is de informele hulp die wordt geboden door de familie. Waar de Nederlander in veel gevallen terugvalt op Vadertje Staat, doet de Spaanse werkloze een beroep zijn familie. Spaanse jongeren, die in vergelijking met Nederlandse jongeren sowieso later het ouderlijk huis verlaten, blijven nog wat langer bij pa en ma of keren uit financiële noodzaak terug naar het ouderlijk nest. Gepensioneerden die rond moeten komen van een schamel pensioentje vinden hun onderkomen bij zoon of dochter. Ook werkloze volwassenen die geen uitzicht hebben op een baan, zoeken onderdak bij familieleden: de crisis als familieaangelegenheid.

Om mijn bezorgdheid verder te doen afnemen, leggen mijn vrienden uit dat de Spaanse jeugdwerkloosheidscijfers door Spaanse en internationale media verkeerd worden geïnterpreteerd, zoals ook al in de rubriek next.checkt van deze krant uit de doeken werd gedaan. Het jeugdwerkloosheidspercentage van 53 procent, zoals berekend door het INE (het Spaanse CBS), representeert werkloze jongeren die graag zouden willen werken. De groep vormt samen met de groep jongeren die wel werken de actieve beroepsbevolking. De inactieve beroepsbevolking bestaat uit jongeren die studeren of niet op zoek zijn naar een baan. Het is daarmee dus onjuist als men bericht dat 53 procent van alle Spaanse jongeren werkloos thuiszit.

De ernst van de schrikbarende werkloosheidscijfers kan in perspectief worden geplaatst wanneer we de jeugdwerkloosheidscijfers correct interpreten en we de rol van de schaduweconomie en de helpende hand van de familie in ogenschouw nemen. Maar ondanks het feit dat deze factoren de pijn gedeeltelijk verzachten, ziet de toekomst er niet al te rooskleurig uit. Op de lange termijn rijst dan ook de vraag wat er zal gebeuren als de helpende hand van de familie en de schaduweconomie beide het punt van verzadiging hebben bereikt.

Tegen die tijd zal een wandeling door Madrid hoogstwaarschijnlijk een andere indruk achterlaten.

Anne-Marie Reynaers is promovenda aan de VU Amsterdam, afdeling Bestuurswetenschappen. Op dit moment is ze werkzaam als visiting scholar aan de Universidad Nacional de Educación a Destancía in Madrid.

    • Anne-Marie Reynaers