Valse penis

Roodsnavelbuffelwever met valse penis.
Roodsnavelbuffelwever met valse penis. Foto David Beadle

Van de ongeveer 10.000 soorten die de vogelwereld telt, hebben er slechts 300 een penis. Bij de rest moeten zowel de mannetjes als de vrouwtjes het doen met een cloaca, de multifunctionele lichaamsopening waardoor zowel ontlasting, urine als genitale afscheidingen (eieren, sperma) worden afgegeven.

Twee soorten, de roodsnavelbuffelwever (Bubalornis niger) en de witsnavelbuffelwever (Bubalornis albirostris) hebben behalve een cloaca een zogenaamde valse penis. Dit stijve, vlezige, deels bevederde en gemiddeld 16 millimeter lange, stompe aanhangsel bevindt zich tussen de poten. Het heeft vogelkundigen ruim anderhalve eeuw voor een raadsel gesteld. Pas in 1983 stelde men vast, door er een door te snijden en onder de microscoop te bekijken, dat er slechts piepkleine vaatjes doorheen lopen die nooit voor een erectie kunnen zorgen. Ook ontbreekt een kanaal voor de zaadafvoer. Geen echte penis dus.

Men speculeerde dat het mannetje zijn valse penis zou inbrengen of zou vasthaken aan de veel kleinere valse penis van het wijfje, zodat de paring langer duurt. Maar niemand had dat ooit gezien. Pas rond 1990 werd dankzij nauwkeurige observaties van Tim Birkhead duidelijk hoe de vork in de steel zit. De valse penis wrijft bij de paring over de cloaca van het wijfje en veroorzaakt na gemiddeld een half uur bij het mannetje een heftig schokkend lichaam en verkrampte poten waarmee hij het wijfje naar zich toe trekt. Bij geen enkele andere vogelsoort is ooit een orgasme vastgesteld.