Politie surveilleert op Twitter

De politie is actief op Twitter. Maar de manier waarop de politie Twitter gebruikt bij de opsporing, staat nog in de kinderschoenen.

Ongeregeldheden in Haren, afgelopen vrijdag. Politie en OM zeggen vooraf geen aanwijzingen gehad te hebben dat er rellen zouden komen.
Ongeregeldheden in Haren, afgelopen vrijdag. Politie en OM zeggen vooraf geen aanwijzingen gehad te hebben dat er rellen zouden komen. Foto Novum

Wijkagent Mark Croese waarschuwde afgelopen weekend via zijn eigen Twitter-account de Almeerse jeugd alvast. „De eerste #projectx Almere berichten bereiken mij al. Zeer zorgelijke ontwikkeling. Denk na!! Dit zijn geen grappen!!”

Deze wijkagent probeert in zijn buurt te voorkomen wat in Haren misging, via dezelfde weg: de sociale media. Al op 8 september verschijnt op Facebook een evenementenpagina ‘Project X Haren’, die wordt beheerd door gebruikers die zich ‘Jesse Hobson’ en ‘Ibe DerFührer’ noemen. Heeft de politie deze pagina gezien, toen speciaal opgeleide agenten vorige week de sociale media afstruinden? En weten ze wie achter deze namen schuilgaan? Ook zeggen meerdere studenten dat al in een vroeg stadium supporters van de Z-side van FC Groningen de uitnodiging doorstuurden.

Politie en Openbaar Ministerie betrekken die informatie bij hun onderzoek, laten ze weten. Maar vooraf hebben ze geen aanwijzingen op sociale media kunnen vinden dat raddraaiers uit waren op rellen in Haren. Ook Albert Meijer, hoofddocent bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht, heeft twijfels bij de kwaliteit van de monitoring: „Als ze dat op die dag zelf goed hadden gedaan, hadden ze naar mijn idee een beter beeld kunnen hebben van het grote aantal mensen dat naar Haren zou komen.”

Wat doet de politie precies met sites als Twitter, Facebook, Hyves en de duizenden internetfora? Vorig jaar hield onderzoeksinstituut TNO een enquête onder allerlei ‘veiligheidsorganisaties’. Achttien van de 25 regiokorpsen deden mee, net als het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), de Koninklijke Marechaussee, de politieacademie en het Openbaar Ministerie.

Wat blijkt: online actief zijn bijna alle korpsen en andere veiligheidsorganisaties wel. 95 procent heeft een Twitter-account. Maar dat hoge percentage zegt weinig over de kennis van, en ervaring met sociale media binnen de politie: 86 procent van de ondervraagden vindt dat binnen de eigen organisatie te weinig kennis van, en ervaring met sociale media is.

Agenten gebruiken sociale media als signaalfunctie, als bron van informatie om beter de orde te kunnen handhaven. Toch staat die monitoring bij de meeste korpsen nog in de kinderschoenen. TNO schrijft dat „de middelen nog relatief eenvoudig zijn”, en dat het gebruik ervan „nog niet is ingebed in de bedrijfsvoering”. Van de ondervraagden zegt 44 procent dat niet is vastgelegd wie die monitortaken eigenlijk vervult.

De ‘informatieanalisten’ of ‘internetsurveillanten’ die wel sociale media gebruiken, zitten vooral op Twitter. Of ze gebruiken diensten als Tweetdeck, Tweetanalyzer en Twittermonitor om alle berichten te organiseren. Ook genoemd als bronnen: Google Alerts en „zoekmachines als Google in het algemeen”. Vaak gebruikte zoektermen: rel, schietpartij, overval.

Als agenten verder moeten gaan dan alleen het in de gaten houden van de online wereld, maar via sociale media verdachten willen opsporen, gebruiken ze naast die gratis diensten specifiekere programma’s. Het ‘Internet Recherche Netwerk’, bijvoorbeeld. Of ze zetten Coosto in: een bedrijf dat volgens de eigen website webcrawlers en automatische sentimentsanalyse gebruikt om het online gedrag van individuen of bedrijven in kaart te brengen.

Sociale media spelen een dubbelrol. ‘Haren’ kon uit de hand lopen doordat duizenden jongeren gehoor gaven aan de oproepen op Twitter en Facebook. En de politie gebruikt diezelfde sites naderhand om relschoppers op te sporen. Bijvoorbeeld in Groningen zet de politie in overleg met het Openbaar Ministerie beelden van overvallen op YouTube. Die filmpjes gaan dan met een linkje weer op Twitter, en zo verspreiden de beelden zich over het internet. En de politie in Den Haag richt een socialemediacentrum in, als het Jonckbloetplein weer dé plek is voor rellen tijdens EK of WK voetbal.

Eén vraag blijft open: wanneer doet de politie nog ‘gewoon’ haar taak om te signaleren wat speelt in de samenleving, en wanneer verandert iemand online natrekken in stelselmatig volgen? Uit het TNO-onderzoek blijkt dat de agenten namelijk het liefst sociale media gebruiken voor een analyse van het sociale netwerk van personen. Wie spreekt met wie, waarover? Albert Meijer: „Er zijn twee stromingen: de ene zegt dat internet een open bron is, en dat dus sprake is vrije informatiegaring. De ander zegt dat voor stelselmatig volgen toestemming van het OM nodig is. Voor zover ik weet, is nog nooit een agent teruggefloten omdat hij te ver ging in die monitoring.”