Hoger onderwijs belooft meer les

Eerstejaars studenten krijgen in de toekomst meer onderwijs. Dat blijkt uit plannen van universiteiten en hogescholen die gisteren bekend zijn gemaakt. Alle opleidingen beloven dat eerstejaars nooit minder dan twaalf uur college per week zullen hebben. Sommige instellingen verhogen dit minimum naar vijftien of zelfs twintig uur.

Universiteiten en hogescholen moeten hun onderwijs en onderzoek verbeteren en zich meer onderscheiden ten opzichte van elkaar. Dat eist staatssecretaris Zijlstra (Onderwijs, VVD). Om dat te stimuleren heeft hij 325 miljoen euro per jaar ter beschikking gesteld. De afgelopen maanden moesten de universiteiten en hogescholen hun toekomstplannen indienen bij een onafhankelijke commissie. Gisteren maakte deze commissie haar oordelen bekend.

De plannen van de Universiteit Utrecht, de Hogeschool Arnhem/Nijmegen (HAN) en de Hanzehogeschool werden beoordeeld als ‘excellent’. De Universiteit Utrecht beloofde onder meer dat het aantal studenten dat hun studie met succes afrondt, omhooggaat van 74 naar 77 procent. Ook wil de universiteit het Utrecht Science Park versneld ontwikkelen. De HAN zegt toe dat het aantal docenten met een mastergraad zal stijgen van 61 naar 76 procent. De Hanzehogeschool kiest voor specialisatie en zegt toe het aantal excellente studenten te verhogen naar 6 procent van het totaal.

Zijlstra gaat op basis van het oordeel van de commissie dit najaar het beschikbare geld verdelen. Hij liet gisteren doorschemeren dat hij de adviezen in grote lijnen zal volgen. Het geld voor de universiteiten en hogescholen is „tijdelijk budget”, benadrukte de staatssecretaris. „De afspraken zijn niet vrijblijvend. Instellingen die de afspraken niet nakomen of de doelstellingen niet halen, raken dat geld gewoon weer kwijt.”

Alle universiteiten en hogescholen kregen een voldoende voor hun plannen. Zijlstra is verheugd over de kwaliteit van de voorstellen. „Het zijn realistische maar ambitieuze plannen. Daar is iedereen bij gebaat: de instellingen zelf, docenten, de studenten, straks hun werkgevers en uiteindelijk de samenleving als geheel.”

Het geld dat de universiteiten en hogescholen krijgen, is deels een sigaar uit eigen doos. Hun gezamenlijk budget is met 190 miljoen euro gekort. De rest van het geld is afkomstig uit de opbrengsten van de langstudeerboete.

De instellingen maken zich zorgen over de bureaucratische rompslomp die met de prestatieafspraken gepaard gaat.