Waarom ruikt tweedehands kleding overal hetzelfde?

Waar je ook een tweedehands-kledingwinkel binnenstapt, overal ruik je dezelfde typische geur. Lotte Sprengers wil graag weten waar die geur vandaan komt.

We beperken ons hier even tot tweedehandskleding in het Westen en laten culinaire verschillen – de kleren van Indiërs ruiken naar komijn en curry, de kleren van Nederlanders naar zurige melk – buiten beschouwing. Het gaat om die typische muffe tweedehandslucht, ook al hangt de kleding frisgewassen in de rekken.

André Jansen weet het. Hij is directeur van kledinginzamelaar Kici, die van de groene textielbakken bij de supermarkten. Kici verzamelt, verkoopt en recyclet gebruikte kleding, de opbrengsten gaan naar het goede doel.

Jansen weet precies waar die typische kledinggeur vandaan komt. „Het is de geur van lang niet gebruikt zijn.” Hij legt uit: „Als natuurlijke stoffen als wol en katoen lang niet gedragen zijn, dan openen de vezels zich. De deeltjes die daarbij vrijkomen, geven die geur.” Dat openen van de vezels gebeurt door vocht in de lucht. Jansen: „En in stilstaande lucht zit meer vocht dan in bewegende lucht.”

De oplossing voor het verdrijven van de geur is het kledingstuk goed te laten drogen en het vervolgens gewoon te gaan dragen. „Door te bewegen wordt het kledingstuk statisch geladen en daardoor sluiten de vezels weer.” Mits de kleren niet te veel door vocht zijn aangetast; dan heten ze ‘bedorven’ en is er niks meer aan te doen.

Vocht en open vezels dus. General manager Adam Tasi van geurmarketingbedrijf SmartNose wil daar nog één element aan toevoegen: oude zeepresten. SmartNose maakte speciaal voor kringloopwinkel Het Goed een bloemige geur om de muffe lucht tegen te gaan. Met een vleugje citrus, „voor de reinheidsperceptie”.

Als kleding gewassen wordt, weet Tasi, trekt er zeep in de vezels. Bij elke wasbeurt weer wat meer. En die oude resten ruik je in tweedehandswinkels. Dat verklaart waarom nieuwe kleren, ook al hangen ze een tijdje op een rek, niet zo muf ruiken.

Ook een vraag voor deze rubriek? Mail naar vraag@nrc.nl