Verdere verlaging pensioen niet nodig

Pensioenfondsen hoeven voor komend jaar geen extra kortingen op de uitkeringen door te voeren of de premie extra te verhogen. Waarschijnlijk vallen ook de eerder aangekondigde kortingen iets lager uit. In de praktijk zullen minder pensioenfondsen volgend jaar de pensioenen hoeven te verlagen.

Dit is het gevolg van nieuwe spelregels die het ministerie van Sociale Zaken en De Nederlandsche Bank hebben afgesproken en vanochtend bekendmaakten.

Eerder dit jaar lieten 103 pensioenfondsen aan 7,5 miljoen deelnemers weten de pensioenen volgend jaar te korten met gemiddeld 2,3 procent. Dat aantal fondsen kon nog toenemen. Nu is de verwachting dat uiteindelijk 81 fondsen moeten korten. Ook de premieverhogingen pakken minder hoog uit.

Vanochtend werd duidelijk dat voortaan met een andere rente wordt gerekend die minder gevoelig is voor schommelingen op de financiële markten. Dit zorgt voor een hogere zogenoemde rekenrente. Pensioenfondsen maken hiervan gebruik om te berekenen welke verplichtingen zij met hun vermogen in de toekomst aankunnen.

Een hogere rekenrente (waardoor het vermogen sneller groeit) maakt het gat tussen toekomstige inkomsten en uitgaven kleiner, en verbetert direct de financiële positie van de pensioenfondsen. Verder krijgen fondsen met een dekkingstekort een adempauze, waardoor zij minder snel verplicht zijn om premies te verhogen. Ook mogen kortingen worden gespreid over meerdere jaren en worden ze gemaximeerd.

De voorstellen, zo benadrukken Sociale Zaken en DNB, zijn niet eenzijdig gunstig of ongunstig voor een bepaalde generatie. Als de rekenrente fors was aangepast, zou dat mogelijk nadelig zijn voor jongeren. De fondsen zouden dan meer uitkeren aan huidige gepensioneerden dan mogelijk verantwoord is.

Volgens het CPB, dat de plannen doorrekende, leiden de aanpassingen tot „beperkte herverdelingseffecten ten gunste van de huidige oudere generaties”.