Subliem spel in 'Kleine zielen'

Theater

De kleine zielen door Hummelinck Stuurman. 22/9 Kon. Schouwburg, Den Haag. Tour t/m 19/1.

„Te laat, te laat”. Met een mooie tremolo in haar stem verwoordt Oda Spelbos als Constance haar melancholieke levensgevoel. Alleen staat ze op het toneel, gekleed in een kanten gewaad met boventoon van zilvergrijs.

Voor de tweede keer, na achttien jaar, transformeert bewerker en regisseur Ger Thijs Louis Couperus’ Haagse romancyclus De boeken der kleine zielen (1901-1903) tot theater.

Destijds, bij het Nationale Toneel, was zijn benadering groots en uitputtend. Dit keer is zijn aanpak juist geconcentreerd, vereenvoudigd, traditioneel van stijl en bij vlagen zelfs subliem.

Ooit was de familie van Constance er een met veel grandeur, maar alles valt geleidelijk uit elkaar. Belicht door telkens wisselende kleurschakeringen bewegen de personages zich over het ijzig lege toneel.

Constance zelf is de oorzaak van alle verval. Overspelig, spilziek en reislustig als ze is, voedt ze laster en kwaadsprekerij. Ofwel: ze maakt in haar familie kwade tongen los.

Haar verweer tegen de mensen met hun „kleine zielen” acteert Spelbos geserreerd en stijlvol. Ze vindt op haar weg geoefende en scherp spelende acteurs als Celia Nufaar, Marie-Louise Stheins, Thom Hoffman en Cas Enklaar in een schitterende rol als zenuwzieke Paul. Haar buitenechtelijke kind Addy krijgt van toneelschoolleerling Sarah Bannier een prachtige vertolking. Zij is zowel bondgenoot van haar moeder als de geheime oorzaak van Constances teloorgang. Haar Addy wil harmonie brengen maar veroorzaakt breuken.

Ger Thijs heeft Bannier zó sterk geregisseerd, dat in haar de concentratie schuilt van alle tragiek.