Stokebrand van arm Zuid-Afrika

Julius Malema is de schrik van Zuid-Afrika. Hij wil een ‘nieuwe vrijheidsstrijd’ voeren voor arme zwarten. Dit jaar wil de bewonderaar van Hugo Chávez het ANC veroveren – als hij niet wordt opgepakt. Deze week moet hij voorkomen. „ Malema is een onverantwoordelijk politicus.” Peter Vermaas, Johannesburg

Voormalig president Mbeki met Malema tijdens het ANC-centennium in Bloemfontijn.
Voormalig president Mbeki met Malema tijdens het ANC-centennium in Bloemfontijn. Foto Reuters

Julius Malema werd afgezet door een geblindeerde Range Rover. Omringd door potige bodyguards beende hij richting het luxe hotel in Noord-Johannesburg. Op zijn hoofd de revolutionaire baret die de voormalig voorzitter van de ANC-Jeugdliga sinds zijn wedergeboorte als „economisch vrijheidsvechter” steevast draagt. Tientallen journalisten zaten weer voor hem klaar. Verwachtingsvol. Malema is met afstand de beste spreker van Zuid-Afrika. Elk van zijn oneliners is voorpaginanieuws.

Ooit beloofde hij „te doden” voor Jacob Zuma. De studieuze president Thabo Mbeki moest vervangen worden door een man van het volk. Sinds Zuma president is, is de liefde van Malema bekoeld. Zuid-Afrika is veranderd in een „dictatuur”, gromde Malema live op tv toen de politie hem vorige week belette stakende mijnwerkers toe te spreken. „Zuma stort het land verder in crisis.”

Malema is op campagne. Het enfant terrible leek uitgespeeld na zijn royement eerder dit jaar, wegens het „zaaien van tweespalt”. Maar de stakingen in Zuid-Afrika’s mijnen hebben hem de afgelopen weken een nieuw podium gegeven. Malema wil terug in de schoot van de moederpartij en zal tijdens de vijfjaarlijkse ANC-top in december proberen de voormalige bevrijdingsbeweging naar zijn hand te zetten.

Mits hij niet wordt opgepakt. Vrijdag vaardigde het parket een arrestatiebevel tegen Malema uit. Deze week moet hij voorkomen op verdenking van corruptie, fraude en het witwassen van geld. De belastingdienst wil ook beslag leggen op zijn huizen, na een betalingsachterstand van zo’n anderhalf miljoen euro.

De komende drie maanden zijn cruciaal voor Malema’s politieke ambities – en daarmee voor de toekomst van het ANC en Zuid-Afrika zelf. Waar onvrede is, duikt hij op. Hij brengt onder woorden wat veel mensen denken en in het licht ontvlambare, multiraciale land niet durven zeggen. Vooral voor blanke Zuid-Afrikanen belichaamt hij de diepste angsten over de broze nieuwe verhoudingen.

Maar hoe machtig is hij werkelijk? Malema’s „liefdesrelatie” met de media ligt ten grondslag aan een „vermeende populariteit”, schreef Steven Friedman, hoogleraar aan de Universiteit van Johannesburg, vorige week. Zijn oproep om de mijnsector „onbestuurbaar” te maken, leidde slechts tot vette krantenkoppen in binnen- en buitenland. En toen hij deze maand aankondigde misnoegde ex-soldaten toe te spreken, kwamen meer journalisten dan militairen opdagen.

In het sjieke hotel in Johannesburg had Malema de pers ontboden om zijn beklag te doen over de wijze waarop de politie hem een dag eerder bij de mijn in Marikana hadden weggestuurd. Een maand nadat daar 44 mensen gedood waren, leek er juist beweging gekomen in de loononderhandelingen. Dat de politie hem op afstand wilde houden was voor Malema opnieuw een teken dat Zuma de staat inzet om partijpolitieke oorlogjes uit te vechten.

Nu bleken wetenschappers en oppositiepolitici voor één keer met hem eens. „Malema is een onverantwoordelijk politicus, hij gooit olie op het vuur”, zegt politicoloog Ebrahim Fakir. „Maar je kunt in een democratie niet iemand het recht van spreken of van vergadering ontnemen. Dan criminaliseer je de politiek.” Het toont, zegt Fakir, dat de partij zich met de plaaggeest geen raad weet. „Je kunt het Malema alleen ontzenuwen als je de problemen oplost die hij aankaart.”

En die zijn talrijk. Malema zegt op te komen voor de miljoenen die het minst geprofiteerd hebben van achttien jaar vrijheid. Ruim de helft van de zwarte Zuid-Afrikanen is werkloos, terwijl blanke werkloosheid op westerse niveaus (van voor de crisis) ligt. De economie is ondanks programma’s voor positieve discriminatie nog altijd goeddeels in handen van blanke ondernemers. Deze „economische apartheid”, zoals Malema het noemt, vraagt om een nieuwe „vrijheidsstrijd”.

Volgens politiek filosoof Achille Mbembe speelt Malema in op de sudderende frustratie dat na 350 jaar onderdrukking „nooit radicaal en gewelddadig” met de witte man is afgerekend. Het ANC schudde onder Mandela ideologische veren af, zodat Zuid-Afrika zich kon aansluiten bij de liberaliserende wereldeconomie. Zijn pleidooi voor „nationale bevrijding” maakt Malema een economisch nationalist. Hij gelooft dat Zuid-Afrika zich kan loszingen van ‘westerse’ economische wetmatigheden. Hij romantiseert de strijd tegen de apartheid.

Julius Sello Malema is van 1981, te jong eigenlijk om een bijdrage aan de bevrijding van Zuid-Afrika geleverd te hebben. Maar hij ziet dat anders. Hij werd naar eigen zeggen als negenjarige actief in het ANC. In de nadagen van de apartheid was hij belast met het illegaal verwijderen van verkiezingsposters van de Nasionale Party van president F.W. de Klerk. Of dat klopt, heeft niemand kunnen vaststellen.

Malema groeide op in grote armoede bij zijn oma in de township Seshego, bij de noordelijke provinciestad Polokwane. Net voor de eerste vrije verkiezingen in 1994 zou hij door lokale ANC-leiders militair getraind worden om zo nodig ANC-kandidaat Mandela met wapengekletter bij te staan. Dat bleek niet nodig.

In de jaren negentig maakte hij snel carrière binnen de ANC-Jeugdliga en een scholierenorganisatie. Scholing zelf was bijzaak: pas op 21-jarige leeftijd deed Malema eindexamen. Zijn cijferlijst lekte uit toen hij in 2008 tot voorzitter van de Jeugdliga verkozen werd. Wekenlang maakte Zuid-Afrika zich vrolijk over de onvoldoende voor het vak ‘houtbewerking’. Niemand die hem in die tijd echt serieus nam.

Dat veranderde toen hij in 2009 Zuma hielp jonge kiezers aan te spreken. Onverschrokken voerde hij campagne in regio’s waar het ANC zich eerder niet durfde te vertonen. Malema steunde Zuma omdat hij een linksere politiek verwachtte, maar die bleef uit.

Volgens Malema is de oplossing van Zuid-Afrika’s armoedeprobleem nationalisatie van de mijnsector, die nu nog in blanke en buitenlandse handen zou zijn. Ter inspiratie bracht hij bezoeken aan Hugo Chávez in Venezuela en Robert Mugabe in Zimbabwe. Leiders met wie hij zich graag identificeert. Ondanks felle kritiek binnen en buiten het ANC slaagde hij erin om nationalisatie op de partijagenda te krijgen. Het ANC bepleit nu een ‘tweede transitiefase’ voor economische gelijkheid.

Dat de advocaat van de armen zelf steenrijk werd dankzij overheidsklussen, maakte hem alleen maar populairder. „Je moet rijkdom laten zien”, zegt miljonair en Malema-sympathisant Kenny Kunene, die onder vuur lag omdat hij feestjes organiseerde waar hij samen met Malema sushi van blote vrouwenlichamen hapte. „We zijn rolmodellen voor mensen die niets hebben.” Waar Malema’s rijkdom vandaan komt, is vanaf deze week onderwerp van de rechtszaak die Malema opnieuw in het middelpunt van de belangstelling brengt.

Komt hij vóór de ANC-top in december vast te zitten, dan is dat voor zijn aanhang weer een teken van de criminalisering van de politiek en de verwevenheid van staat en partij. Voor de krachteloze president Zuma is het wellicht een redmiddel om zijn herverkiezing tot ANC-leider veilig te stellen. Eind december weet Zuid-Afrika hoeveel macht Malema heeft.