Stedelijk open ‘en de stad zingt weer’

Hoe reageren bezoekers die gisteren voor het eerst na acht jaar weer het verbouwde Stedelijk Museum in Amsterdam in mochten?

En hoe ging het toe tijdens de opening zaterdagmiddag door de koningin, en op het feest in het museum daarna?

De eerste reacties en een verslag van de opening.

Eigenlijk is het niet meer goed te maken. Otto Nan zegt het met een glas in de hand. „Mijn zoon is opgegroeid zonder Stedelijk.”

Het is enkele uren nadat de koningin zaterdagmiddag het verbouwde Stedelijk Museum officieel opende. Nan staat op de plek, onder de ‘badkuip’, waar voor de verbouwing het terras van het Stedelijk was, en dat nu dienst doet als foyer, direct naast de nieuwe museumboekhandel. „Tegelijk zeg ik: nu moeten we niet meer zeuren.”

Otto Nan (45) is kunstverzamelaar en directeur van het Amsterdamse Lloyd hotel. Hij is ook de man achter het spandoek ‘Stedelijk, doe iets!’ dat in december 2009 enige tijd op het Museumplein hing. Mensen konden via een sms-je anderhalve euro storten om daarmee de directie aan te moedigen prikkelende activiteiten te organiseren. Nan: „Dat lukte ons niet echt: er gebeurde weinig. Maar aan die actie dank ik waarschijnlijk wel de uitnodiging van deze opening.”

Tijdens de opening zaterdagavond gebeurt wel van alles. Op verschillende plaatsen in het gebouw zijn optredens: rappers in de kelder; zangeres Wende Snijders bij een schilderij van Lucio Fontana; drie modellen in jurken geïnspireerd op Matisses werk in het Stedelijk La Perruche et la Sirène, ontworpen door Bas Kosters; ballet op de bekende trap in het oude gebouw, in een choreografie van Ernst Meisner en geïnspireerd op de pas de deux die Hans van Manen in 1961 voor diezelfde trap had bedacht. Enzovoorts. Overal zijn ook blije citaten op te tekenen van opgetogen genodigden. Onder hen kunstenaars als Wim T. Schippers, Rineke Dijkstra, Jan Dibbets, en oud Stedelijkdirecteur Rudi Fuchs en de Amsterdamse cultuurwethouder Caroline Gehrels.

Meest gehoorde compliment: alle topstukken hangen. Oké, de openingsceremonie was wat sobertjes, met toespraken van vertrekkend zakelijk directeur Patrick van Mil, burgemeester Eberhard van der Laan en directrice Ann Goldstein. Maar daar bestaat begrip voor. Na alle bestuurlijke onkunde, bouwtechnische teleurstellingen en financiële tegenvallers, was het wellicht ongepast geweest als de directie al te uitbundig had uitgepakt. Nu moesten de genodigden het doen met een hymne, een ‘weefsel van gesproken en gezongen woord’ (de speciaal gemaakte compositie Open van Rory Pilgrim, gezongen door het Nationaal Jeugdkoor) en een met de hand geborduurd banier met de tekst ‘open’ dat de koningin onthulde als openingshandeling.

Toch klinkt ook voorzichtig kritiek. In een zaal met werken van kunstenaars uit de Cobragroep, luistert de internationaal succesvolle beeldend kunstenaar Barbara Visser hoe acteur Porgy Franssen gedichten van Lucebert declameert, vanaf een sokkel en met een museaal naambordje er naast. Visser is dicht bij het Stedelijk opgegroeid, ze kwam als tiener bijna wekelijks in het gebouw. „Ik werd hier altijd weer verrast. Soms raakte ik geshockeerd. Nu niets daarvan. Het lijkt wel alsof de tijd stilgestaan heeft. Alles is er hoor, en het is waarschijnlijk strategisch ook superslim om nu uit te pakken met de hoogtepunten. Maar alles is zo keurig. Eigenlijk is het enige waarvan ik schrik de naam van het restaurant. Dat is genoemd naar een nog levende vastgoedman!”

En inderdaad, op de begane grond bevindt zich het Cor Zadelhoffcafé. (Zadelhoff speelde een belangrijke rol in het werven van fondsen om de 92 miljoen euro voor de verbouwing bijeen te krijgen). Visser, na weer een Lucebertgedicht: „Het is toch pijnlijk dat ik in het belangrijkste Nederlandse museum voor hedendaagse kunst alleen echt schrik van de naam van het café?”