Regering Libië zegt milities wacht aan

De Libische regering gaf dit weekeinde onafhankelijke milities 48 uur om de wapens in te leveren. Succes is niet verzekerd. Milities die al onder het leger vallen zijn hun eigen zin blijven doen.

Libische doktoren in Benghazi helpen een militair uit het officiële leger die in de voet is geschoten in gevechten met milities.
Libische doktoren in Benghazi helpen een militair uit het officiële leger die in de voet is geschoten in gevechten met milities. Foto AP

Wat in Benghazi is gebeurd, is het bewijs dat de Libische revolutie nog springlevend is, zegt Fathi Baja, hoogleraar politieke wetenschappen en lid van de vorige maand opgeheven Nationale Overgangsraad. „De mensen hebben hardop gezegd dat ze niet willen dat dit land in handen valt van de extremisten.”

Vrijdag trokken tienduizenden mensen door de stad onder de leus ‘Red Benghazi’. Net als vorig jaar februari marcheerden ze langs de katiba, de kazerne die toen een machtsbasis was van kolonel Gaddafi.

Na diens val namen vier milities, waaronder de radicale islamitische groepering Ansar al-Shari’a, er hun intrek. De mannen van Ansar al-Shari’a, die bijna twee weken geleden de leiding hadden bij de aanval op het Amerikaanse consulaat, stelden zich vrijdag uitdagend op bij de toegangspoort met hun wapens en islamitische vlaggen. Maar de betogers lieten zich niet intimideren.

„Het was net als tijdens de revolutie”, zegt Nizar Saraldin, een jonge zakenman in Benghazi. „De mensen riepen: ‘We hebben één katiba klein gekregen; we kunnen alle katiba’s klein krijgen!’”

Katiba (letterlijk: brigade) is de naam waarmee de Libiërs nu de zwaarbewapende milities aanduiden die sinds Gaddafi’s val de baas spelen over Libië. Opeenvolgende regeringen hebben wel beloofd te zullen optreden tegen de milities maar daar is weinig van te merken.

De dood van de Amerikaanse ambassadeur Chris Stevens op 11 september was een scharniermoment, zegt Baja, die dezelfde ochtend nog had ontbeten met de ambassadeur. „We hebben beseft dat als we dit lieten passeren het een groen licht was voor de milities om helemaal hun zin te doen. In de plaats daarvan zijn de mensen wakker geschoten.”

Dat de mensen de katiba’s ook daadwerkelijk uit hun kazernes zouden schoppen was niet voorzien, zegt Mohammed Bugana, een van de organisatoren van het protest. „De betoging was vreedzaam. Wat er daarna is gebeurd was een spontaan gevolg van de druk die zich het afgelopen jaar heeft opgebouwd onder de bevolking.”

De eerste katiba, genoemd naar de martelaars van de beruchte Abu Slim-gevangenis maar die plaatselijk bekendstaat als een dievenbende, gaf zich zonder slag of stoot gewonnen. Ook de mannen van Ansar al-Shari’a kozen, in de lucht schietend, het hazenpad. Hun zware wapens hadden ze de vorige dag al in veiligheid gebracht. Maar bij de derde katiba, Rafala al-Sihati, liep het fout. De militieleden openden het vuur en vijf betogers werden gedood. De volgende ochtend werden nog zes lijken gevonden.

Dat het daar fout liep, is veelzeggend, want Rafala al-Sihati is precies één van die milities die formeel al onder het nationale leger ressorteren. Dat is het gevolg van een eerdere, halfslachtige poging van de regering om de milities onder controle te krijgen. De katiba’s gingen ermee akkoord om zich onder het gezag van het leger te stellen, maar ze behielden wel hun eigen leiders en eigen bevelsstructuur.

Vrijdag riep legerstafchef Yousef al-Mangoush de mensen nog op om deze ‘officiële’ milities met rust te laten omdat ze nodig zijn om de veiligheid te garanderen.

De beslissing van de regering in Tripoli, dit weekeinde, om de milities illegaal te verklaren, maakt dan ook weinig of geen indruk in Benghazi. „De beslissing slaat alleen op die milities die nog niet onder het leger ressorteren”, zegt Bugana. „Maar iedereen weet dat de regering geen enkele controle heeft over die milities die al onder het leger vallen. Ze blijven gewoon hun zin doen.”

Op de plaatselijke radio en televisie daagt Bugana de legerstafchef voortdurend uit om al was het maar één van die militieleiders te vervangen. „Zijn enige antwoord is dat dit mensen zijn die in het verleden blijk hebben gegeven van leiderschap”, snuift Bugana.

Ook Fathi Baja vindt de regeringsbeslissing niet ver genoeg gaan. „De mensen zullen alleen genoegen nemen met een echt nationaal leger. Alle milities moeten ontbonden worden, ook zij die al onder het leger ressorteren. Individuele leden mogen het leger in als ze dat willen, maar de milities mogen niet in hun geheel in het leger opgaan. Anders verandert er niets.”

In Benghazi zelf is het rustig sinds vrijdag. Ansar al-Shari’a heeft zich buiten de stad verschanst met zijn wapens. Maar Bugana denkt niet dat het tot een confrontatie komt. „Vergeet niet: dit zijn voor het grootste deel ook mensen uit Benghazi. Ik vermoed dat we tot een vergelijk zullen komen.”

De uitdaging is nu of de regering haar dreigement tegen de onafhankelijke milities zal waarmaken. Die hebben zaterdag 48 uur gekregen om hun wapens af te geven en de kazernes te ontruimen. In Derna hebben ten minste twee milities dat al uit vrije wil gedaan.

Burgers in Derna hielden al een week lang een zitstaking tegen de milities toen Benghazi vrijdag in opstand kwam. In één wijk in de hoofdstad Tripoli zouden bewoners zelf een plaatselijke militie ontwapend hebben. Maar er zijn nog geen aanwijzingen dat de bijzonder machtige milities van Misrata en Zintan aanstalten maken om hun macht uit handen te geven.

In Benghazi is alvast een nieuwe betoging gepland voor volgende week vrijdag. Volgens Fathi Baja is er geen weg terug. „De drempel van angst is weggenomen. De milities moeten nu verdwijnen. De Libiërs hebben hardop gezegd dat ze niet langer welkom zijn.”