President Obama voor eigen publiek bij de Verenigde Naties

Morgen spreekt Barack Obama de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe. De wereld wil van alles van hem weten. Wat zegt de Amerikaanse president die in 2009 in Kairo de islamitische wereld toenadering beloofde, nu moslims in allerlei landen al meer dan een week anti-Amerikaanse leuzen roepen om een obscure anti-islamfilm?

Wat zegt hij over Syrië en ’s werelds machteloosheid tegenover het geweld van het regime en opstandelingen? Wat over Iran, dat hij veel harder zou moeten aanpakken volgens premier Netanyahu van Israël, omdat het land hard aan een kernwapen zou werken? Wat van de Palestijnse leider Abbas, die naar verwachting de Algemene Vergadering vraagt om een soort erkenning van een Palestijnse staat (in de vorm van een status als waarnemende staat die geen lid is)?

Allemaal interessant. Alleen is Obama morgen precies zes weken verwijderd van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Zijn uitdager, de Republikein Mitt Romney, verwijt hem internationaal te soft te zijn. Obama moet harder zijn tegen Iran, wapens geven aan (niet per se VS-gezinde) Syrische rebellen, feller Amerikaanse waarden verdedigen als de vrijheid van meningsuiting. Bovendien blijkt zijn regering de laatste weken fouten te hebben gemaakt in de beveiliging tegen anti-Amerikaanse protesten. Obama zal dus morgen in zijn rede vooral denken aan binnenlands publiek: zijn kiezers.

Redacteur internationale betrekkingen, en De Wereld-columnist Juurd Eijsvoogel, nu in New York, is vertrouwd met de VS – hij was er correspondent in de Clintonjaren. Maar hij zal deze week niet alleen op Obama letten. De tientallen regeringsleiders brengen in New York aardig wat van ’s werelds politieke problemen samen. De Iraanse president Ahmadinejad komt zijn zaak bepleiten, maar ook bijvoorbeeld Thein Sein, de Birmese president die af wil van de sancties tegen zijn lang autoritair geleide land. Oppositieleider Aung San Suu Kyi, vorige week toegejuicht in het Amerikaanse Congres, geeft hem opvallende steun.

In New York gaat het daarbij niet alleen om de redes in de Algemene Vergadering, maar ook om wat er gebeurt in wandelgangen en op zijtonelen, waar meer uitwisseling mogelijk is. Ook volgt de krant een ander onderwerp in de Algemene Vergadering: het opbouwen van een rechtsstaat in instabiele landen. Dat lijkt abstract, maar lees eens verderop in deze De Wereld over het belang ervan, ook buiten VN-verband. In Afghanistan lukte het de NAVO niet een functionerende staat op te bouwen. Nu dreigt een nieuwe burgeroorlog.

Unicef meldde onlangs dat, door ontwikkelingshulp, de kindersterfte in de wereld flink is gedaald. Correspondent Elske Schouten zocht uit wat dit zegt. Uit de casus Oost-Timor blijkt dat iets als het opbouwen van een rechtsstaat zeker zo cruciaal is voor de ontwikkeling van een land als het bestrijden van kindersterfte, maar minder sexy voor organisaties op zoek naar donoren. De resultaten zijn immers minder goed te tellen en te verkopen. Is dat een reden dit thema dan maar te laten liggen?