Paars I is een lichtend voorbeeld

De VVD en de PvdA regeerden eerder met elkaar. Het kan weer. Dan moeten Rutte en Samsom wel durven te hervormen, schrijft Klaartje Peters.

Illustratie Pavel Constantin

Het lijkt bijna zeker dat de nieuwe regering paars zal zijn getint, los van de vraag of de VVD en de PvdA er nog andere partijen bijvragen. Met paarse samenwerking heeft Nederland ervaring. Het kabinet-Paars I was in veel opzichten een succes, ook al raakte dat succes geheel uit beeld toen Pim Fortuyn in de nadagen van het kabinet-Paars II de sluimerende onvrede in ons land op succesvolle wijze wist aan te boren.

Paars I vormt niettemin een goed voorbeeld. Het liep allemaal als een trein tussen 1994 en 1998. De ministers straalden uit dat ze het leuk hadden met elkaar en dat alles viel op te lossen met redelijkheid en pragmatisme. Er was nauwelijks serieuze oppositie. Het CDA wist niet hoe dat moest. Paul Rosenmöller (GroenLinks) en Jan Marijnissen (SP) waren hun positie nog aan het opbouwen. Het politieke debat werd vooral gevoed door voorzitter Frits Bolkestein van de VVD-fractie, die als de ‘rechtse buitenboordmotor’ van het kabinet de boel af en toe opstookte, maar nooit liet ontploffen. Intussen profiteerde Paars van de steeds beter draaiende economie en was Nederland tevredener dan ooit tevoren.

Kunnen we leren van Paars? Nederland was in 1994 een totaal ander land dan nu. Ook de Nederlandse politiek zag er wezenlijk anders uit. Zo lijkt het CDA van nu in niets op de brede volkspartij die Nederland toen bestuurde. De confessionelen vormden een belangrijke machtsfactor. Bolkestein zei graag dat ze langer aan de macht waren dan de Communistische Partij in Rusland.

Misschien kan de paarse ervaring erin resulteren dat de formatie deze keer sneller gaat. Ondanks het feit dat de VVD en de PvdA beide hun buik vol hadden van de samenwerking met het CDA in de achtereenvolgende kabinetten-Lubbers, duurde de formatie van het eerste paarse kabinet lang – bijna vier maanden. Kok en Bolkestein hadden veel tijd nodig om aan elkaar te wennen en hun achterbannen ook. De VVD durfde het in eerste instantie niet aan en forceerde een breuk in de onderhandelingen. Dit vertraagde de zaak verder. Dat moet nu anders kunnen. Liberalen en sociaal-democraten weten dat succesvolle samenwerking mogelijk is, iets wat toen volstrekt onzeker was. Bovendien is er nu niet de terugvaloptie van regeren met het CDA. Dat scheelt ook.

Ook D66 kan van Paars veel leren. In 1994 was politiek leider Hans van Mierlo zo blij met de totstandkoming van Paars dat er van keihard onderhandelen weinig terechtkwam. Vier jaar later was D66 zijn positie helemaal kwijt, toen bleek dat PvdA en VVD ook zonder de democraten een meerderheid hadden. Dit laatste is weer het geval. Dat maakt het moeilijk om zaken af te dwingen – zeker als je halverwege het onderhandelingsproces pas mag aanschuiven – en om vervolgens overeind te blijven in een coalitie met twee giganten aan weerszijden.

Een belangrijke parallel tussen toen en nu is de noodzaak van ingrijpende hervormingen. In de formatie van 1994 slaagden de paarse partijen erin overeenstemming te bereiken over serieuze ingrepen in de verzorgingsstaat. In ruil voor behoud van de hoogte en duur van de uitkeringen stemde de PvdA in met de invoering van meer marktwerking en forse bezuinigingen in de sociale zekerheid. Deze ‘grote uitruil’ tussen de VVD en de PvdA vormde een belangrijke basis voor de manier waarop het paarse kabinet in de jaren daarna vaak tot besluitvorming kwam. Op belangrijke dossiers werden noodzakelijke compromissen zodanig vormgegeven dat zowel de VVD als de PvdA met herkenbare resultaten terug konden naar hun partij, achterban en kiezers.

Ook in deze tijd zijn ingrijpende hervormingen noodzakelijk. Veel kiezers zijn er bang voor, maar we ontkomen er niet aan in de woningmarkt, de arbeidsmarkt en de zorg.

Natuurlijk ziet de wereld er binnen Europa en ook daarbuiten een stuk ingewikkelder uit dan in 1994. Het politieke spectrum is sterk veranderd, met een vrij klein midden en potentieel sterke flanken. De boze, bange kiezers zijn niet gerustgesteld, en de PVV en de SP zijn dus zeker niet verslagen. Niet te voorspellen is of en wanneer de economie zal aantrekken.

Des te harder is het nodig om problemen op te lossen in de formatie. Onderzoek wijst uit dat de kabinetsformatie hét moment is voor de politiek om knopen door te hakken. De komende maanden zijn de window of opportunity voor de politiek: nu staat het raam open. Dit is de kans om belangrijke besluiten te nemen. Alleen in de beslotenheid van de formatie kunnen onderhandelaars de retoriek terzijde schuiven, hun knopen tellen en hun verliezen nemen.

Voor de buitenwereld moet het pakket voor ieder wat moois bevatten en voor Nederland als geheel goed zijn. Belangrijke dossiers mogen niet vooruit worden geschoven, anders weten we zeker dat er niets mee gebeurt. Als het kabinet er eenmaal zit, krijgen ambtenaren, belangenorganisaties en algehele stroperigheid weer de overhand en beneemt de Haagse kaasstolp de politiek steeds meer het zicht op de samenleving en op noodzakelijke veranderingen. Dit is misschien wel de belangrijkste les van Paars.

Klaartje Peters is bestuurskundige en werkt aan een boek over de paarse kabinetten.