Onderzeebootmannenkost

Het was weer spannend aan boord van de onderzeeboot: muisstil zigzaggen tussen de rotsen in Schotse kustwateren, met vijandelijke oorlogsschepen op onze stalen nek. De bemanning was voor mijn bezoek al weken in touw. Niet verwonderlijk, dus, dat ze er nogal hologig uitzagen. Hologig, maar niet holmagig. De kombuis had het druk met het vullen

Het was weer spannend aan boord van de onderzeeboot: muisstil zigzaggen tussen de rotsen in Schotse kustwateren, met vijandelijke oorlogsschepen op onze stalen nek. De bemanning was voor mijn bezoek al weken in touw. Niet verwonderlijk, dus, dat ze er nogal hologig uitzagen. Hologig, maar niet holmagig. De kombuis had het druk met het vullen en uitdelen van treeën snacks. Wie nauwelijks slaapt, wil wel goed nassen.

Maar wacht eens even. Was Herman den Blijker hier niet op bezoek geweest om het notoir vette onderzeebootmenu af te laten slanken? Klopt, zegt de kok, „hij wilde me…” – hij kijkt even gepijnigd naar de centerfold boven zijn pitten – „hij wilde ons gekaramelliseerde witlof laten maken.” Ze hebben het, nadat de tv-kok weer van boord was gehesen, nog één keertje klaargemaakt. „Je moet een onderzeebootman niet zijn dekaatje afpakken.” Dekaatje? „Zijn ‘dagelijkse kost’: kaassouffleetje, kroketje en zo.” En trouwens die Den Blijker, zegt hij, „die schoof tijdens dat karamelliseren zelf zo drie frikadelletjes naar binnen.”

Dat de kombuis niet terugschrikt voor fijne kost bleek overigens wel tijdens een diner van veel gangen in het officierenverblijf, de longroom – het eufemisme van de eeuw voor een soort berging met tafel.

Dat je niet afhankelijk bent van militair-onvriendelijke noviteiten – endives caramélisées, kom op nou – om toch wat fraais op tafel te kunnen zetten, bewees vorige week een voormalige Britse legerkok die tijdens de Falklandsoorlog altijd hoge ogen had gegooid. De BBC voerde de man vorige week op vanwege de dertigste verjaardag van dat conflict.

De oudgediende kreeg een kartonnen doos met Compo, veldrantsoenen, voor zijn neus. In geen tijd had hij met potjes, zakjes en blikjes een soort Beef Wellington gemaakt, met instant gehakt. Dat de naamgevende Duke of Wellington de Fransen bij Waterloo in de pan hakte, lijkt op een curieuze manier passend.

Voor zo’n Beef Wellington zijn we, gelukkig maar, niet aangewezen op Compo.

Kneed het gehakt met de ketchup, drie eieren, twee fijn gehakte knoflooktenen, uien, salie en peterselie. Maak er een staaf van 30 bij 10 centimeter van. Gaar de staaf in de oven, twintig minuten bij 200 graden. Laat afkoelen.

Snijd de paddenstoelen fijn en bak die vijf minuutjes met het resterende gehakte knoflookteentje in de boter. Giet teveel sap af.

Maak van het bladerdeeg een rechthoek, groot genoeg om het gehakt in te rollen. Bestrijk het deeg met ei, leg het paddenstoelenmengsel in het midden. Plaats het gehakt op dit mengsel. Snijd het deeg ter rechter en linkerzijde van het gehakt in brede stroken en vlecht die over het vlees. Bestrijk met meer ei en bak nog half uur in de oven.

Beef Wellington

Voor zes personen:

600 g rundergehakt

100 g ketchup

4 eieren

3 uien

3 knoflooktenen

salie

peterselie

25 g roomboter

200 g kastanjechampignons

6 plakken bladerdeeg