'Nieuw kabinet moet groener'

De formateurs van een nieuw kabinet moeten serieus werk maken van het vergroenen van de economie. Zonder „een voorspelbare koers” en „concrete actie” zullen ecologische rampen elders in de wereld een „ontwrichtende uitwerking” op Nederland hebben, „omdat de hypotheek op de toekomst dan onbetaalbaar wordt”.

Dat stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bij de vandaag verschenen Balans van de Leefomgeving. Het adviesorgaan publiceert tweejaarlijks dit rapport over de effecten van het overheidsbeleid op het gebied van energie, natuur en milieu, voedsel, water, bereikbaarheid en stedelijke ontwikkeling.

De productie van duurzame energie moet fors omhoog, vindt het planbureau. Niet alleen, zoals veel politieke partijen willen, door in elektriciteitscentrales naast kolen ook biomassa te stoken, maar vooral door duurdere maatregelen. Zoals meer energie uit wind op zee, meer import van hernieuwbare energie, en door energiebesparing.

Intensiveren van bestaand beleid voldoet volgens het planbureau niet langer; er moeten harde keuzes worden gemaakt die de economie op langere termijn beschermen. „Verminderde afhankelijkheid van natuurlijke hulpbronnen is goed voor de concurrentiekracht”, zegt PBL-directeur Maarten Hajer. „Net zo goed als een hoge kwaliteit van de leefomgeving en een goede ruimtelijke organisatie van belang zijn om als land aantrekkelijk te blijven. Niet alleen als plek om te wonen, maar ook als plek om te investeren.”

Verder zou een nieuw kabinet burgers kunnen stimuleren minder vlees te eten en minder voedsel te verspillen. Ook moet de kwaliteit van natuur en water worden verbeterd. Slechts 14 procent van Nederland is natuur, en dat ligt onder het Europese gemiddelde. Bovendien zijn de wateren in Nederland nog steeds niet schoon genoeg.

Ook moet het roer om in het verkeersbeleid. Lang heeft Nederland ernaar gestreefd burgers en bedrijven snel te laten reizen. Te weinig oog was er volgens het PBL voor het bij elkaar brengen van wonen en werken. „Voor de vraag of een locatie bereikbaar is, is de reisafstand veel bepalender dan de reissnelheid.”

Om de afstand tussen wonen en werken te verkleinen, zou een kabinet een prijs moeten zetten op het reizen, zoals de kilometerheffing en invoering van de forenzentaks. „Zo kan afschaffing van de belastingvrije reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer op de langere termijn de doorstroming verbeteren en de mobiliteitsvraag verminderen.”