‘Niet snoepen’ is beter doel dan ‘afvallen’

Mensen die een hartaanval hebben overleefd blijven gezonder als ze na revalidatie ook hun leefstijl aanpassen. Dat toonde Veronica Janssen aan in promotieonderzoek.

Mensen die een hartaanval hebben overleefd, knappen beter op als ze na hun revalidatie nog deelnemen aan een leefstijlveranderingsprogramma. En daarbij concrete doelen stellen, zoals: de kleinkinderen zien opgroeien en dagelijks wandelen. Zulke levensdoelen motiveren hartpatiënten beter dan gezondheidsdoelen zoals ‘beter worden’. En ‘niet snoepen’ werkt beter dan ‘vijf kilo afvallen’, vond psycholoog Veronica Janssen. Gezondheidswinst volgt dan meestal vanzelf. Leefstijlaanpassing is voor die groep zelfs even effectief als medicijnen.

Janssen promoveert morgen aan de Universiteit Leiden op een onderzoek bij 200 patiënten naar vijf maanden leefstijlcoaching na afloop van de gebruikelijke, drie maanden durende hartrevalidatie door een fysiotherapeut, diëtist en psycholoog. De ene groep kreeg die gangbare zorg. De andere helft kreeg daarna een leefstijlprogramma van acht bijeenkomsten aangeboden. Daarbij werden in een individueel gesprek met een psycholoog persoonlijke doelen geformuleerd. Daarna volgden zeven groepsbijeenkomsten waarin de deelnemers vaardigheden leerden. Ook werden de partners in het programma betrokken.

Vaak ging het erom belemmeringen te overwinnen. Zo had een van de deelnemers een hekel aan sportscholen. Na lang zoeken naar wat er bij hem paste, verkocht hij zijn auto en wandelde voortaan drie kwartier naar het station – en terug.

Een halfjaar na het begin van het leefstijlprogramma hadden de deelnemers een lagere bloeddruk, een slankere taille (minder buikvet) en bewogen ze meer dan de controlegroep. Al die factoren verlagen de kans op een nieuw hartinfarct. Na ruim een jaar waren de effecten op de bloeddruk en de taille nog wel zichtbaar maar niet meer significant. Wel waren de deelnemers meer blijven bewegen.

Een van de pijlers onder het succes van haar methode is volgens Janssen de begeleiding bij de overgang naar het dagelijks leven. Reguliere hartrevalidatie stopt na drie maanden vrij abrupt, waardoor patiënten snel terugvallen. Janssens programma kost 1.500 euro per groep van 12 deelnemers en reduceert de ziekenhuisopnames met 12 procent. Daarmee lijkt het programma kosteneffectief.

In Nederland overlijden dagelijks 58 vrouwen en 52 mannen aan hart- en vaatziekten. Dat zijn er minder dan voorheen, doordat betere behandelmethoden de sterfte aan een infarct hebben teruggedrongen. Daardoor zijn er wel meer chronische hartpatiënten, met een verhoogd risico op een volgend hartinfarct.

Janssen is voorzitter van de Landelijke werkgroep Cardiopsychologie. Ze probeert zowel de ‘gewone’ als de verlengde hartrevalidatie meer bekendheid te geven onder patiënten, cardiologen en collega-psychologen. De reguliere hartrevalidatie verlaagt de sterfte door een nieuw infarct met 30 procent. Toch krijgt nog geen derde van alle hartinfarctoverlevers daadwerkelijk revalidatie. „Patiënten zijn vaak niet op de hoogte en cardiologen verwijzen lang niet altijd door”, verklaart Janssen. „Terwijl het zo effectief is. Je onthoudt die patiënt daarmee zorg. Dat kan natuurlijk niet.” Bij het verlengde leefstijlprogramma is de financiering het probleem. „Zo’n programma valt onder preventie”, legt ze uit. „En daar betaalt de verzekeraar niet voor. Ook al is het kosteneffectief.”