Met hulp aan baby's kun je scoren

Kindersterfte in Oost-Timor is spectaculair gedaald, net als in de rest van de wereld. Zonder steun was dit niet gelukt. Maar het succes is ook een valkuil: donoren willen graag meetbaar resultaat. Dus wil iedereen hetzelfde doen. En niet per se het beste.Elske Schouten, Jakarta

A newborn baby in Dili, East Timor on June 13, 2010.
A newborn baby in Dili, East Timor on June 13, 2010. Ron Haviv/VII/Hollandse Hoogte

Zwangere vrouwen in Oost-Timor peinsden er niet over om op controle te gaan, nadat het land zich in 1999 afscheidde van Indonesië. Ze moesten soms wel vijf uur lopen naar een kliniek, en dan bleek er geen vroedvrouw te zijn. Bevallen deden ze thuis. Staand op een bamboebed, zich vasthoudend aan een touw aan het dak, terwijl de familie een vuurtje stookte om moeder en kind warm te houden. Het gevolg: zo’n een op de 25 baby’s stierf bij de geboorte. Een op de negen kinderen haalde zijn vijfde verjaardag niet.

Sindsdien is het land overspoeld door buitenlandse hulporganisaties die zich op kindersterfte hebben gestort, zoals Health Alliance International. Directeur Beth Elson vertelt hoe de organisatie vroedvrouwen leert om baby’s te reanimeren en dat ze tussen twee patiënten hun handen moeten wassen. Een film met complicaties rond de bevalling moet zwangeren stimuleren te bevallen met een vroedvrouw erbij. De organisatie bouwde geboortehuizen met touwen aan het dak.

Andere hulporganisaties hebben kinderen ingeënt, voorlichting gegeven over borstvoeding of gewoon een kliniek geopend.

En voilà: de sterfte onder kinderen jonger dan 5 is intussen spectaculair gedaald, tot een op de achttien. Net als in de rest van de wereld, maakte kinderorganisatie Unicef van de Verenigde Naties vorige week bekend. Het was klassiek vooruitgangsnieuws: in 1990 overleed wereldwijd een op de elf kinderen voor zijn vijfde, dat is nu bijna een op de twintig.

Is dit het bewijs dat ontwikkelingshulp helpt? Volgens Unicef wel, schrijft directeur David Bull van het Verenigd Koninkrijk in zijn weblog. Massale vaccinatie, klamboes tegen malaria en zoutoplossingen tegen diarree hebben volgens hem een belangrijke bijdrage geleverd. Donorlievelingen als Oost-Timor en Liberia hebben ook de grootste afname in kindersterfte bereikt. „Zonder hulp was het hier onmogelijk geweest om deze dramatische afname in zo’n korte tijd te bereiken”, zegt directeur Hongwei Gao van Unicef Oost-Timor.

In Oost-Timor is iedereen het daar wel over eens. Toen het land zich afscheidde, vertrokken alle Indonesische artsen, verplegers en ziekenhuisfunctionarissen. Bij het geweld rond de afscheiding werd 35 procent van alle ziekenhuizen en klinieken in puin gelegd. Oost-Timor begon met niets. „Buitenlandse hulp was cruciaal”, zegt minister van Gezondheidszorg Sérgio Lobo telefonisch. „Het grootste succes is dat ze kennis hebben overgebracht, zodat we het nu zelf kunnen doen.”

Maar of ontwikkelingshulp daarmee de sleutel is om kinderen in leven te houden, is twijfelachtig. In deze periode werden de meeste landen veel welvarender, ook Oost-Timor. Dat had mogelijk een nog grotere invloed, vermoeden een deel van de kenners. Het ene wereldwijde onderzoek naar ontwikkelingshulp en kindersterfte wijst uit dat de hulp heeft bijgedragen aan de daling, het andere vindt geen verband. Onderzoekers van het Internationaal Monetair Fonds zagen in 2007 een mini-effect: een verdubbeling van de steun voor gezondheidszorg zou babysterfte met 2 procent verminderen.

De daling van de kindersterfte bewijst dat buitenlandse hulp kán werken, zegt Brenda Killen van de OESO, de organisatie van ontwikkelde landen die ook de belangrijkste donoren verenigt. Zij leidt er de afdeling die onderzoekt wanneer ontwikkelingssamenwerking helpt. Hulp om kinderen in leven te houden is relatief vaak effectief, zegt ze. Want een belangrijke voorwaarde voor succesvolle hulp is dat alle betrokkenen erachter staan. En wie is niet voor het redden van kinderen?

Zo kwamen hulporganisaties, regeringen van ontwikkelingslanden, donoren en bedrijven samen in de succesvolle Gavi Alliantie, die in 1999 werd opgezet met 750 miljoen dollar van de Bill en Melinda Gates Foundation om kinderen in te enten. Met een nieuwe aanpak: doordat donoren van tevoren beloofden de vaccins te zullen afnemen, werd het voor farmaceutische bedrijven interessant om ze voor een lage prijs te produceren.

Sindsdien heeft de alliantie bijgedragen aan het inenten van 325 miljoen kinderen in 77 landen tegen onder andere hepatitis B, het diarree veroorzakende rotavirus en pneumokokken, dat longontsteking en andere ziektes kan veroorzaken. Een game changer, volgens Killen.

Het gaat mis wanneer donoren hulp opdringen waar de ontvangende regering niet op zit te wachten, zegt Killen. Zoals geld voor het opzetten van een zorgverzekering op zijn westers, terwijl dat niet bij de cultuur past. Of als regeringen hulp gebruiken voor zaken waar hun burgers het nut niet van inzien. Het verbeteren van de kwaliteit van publieke aanbestedingsprocessen: leg dat maar eens uit.

Ook in Oost-Timor is twijfel over de effectiviteit van de 5,2 miljard dollar aan hulpgelden die het land in de eerste tien jaar na afscheiding ontving, zegt Charles Scheiner van de denktank La’o Hamutuk. Zijn organisatie, die de wederopbouw monitort, schat dat slechts zo’n 10 procent in de lokale economie is beland. De rest ging op aan internationale salarissen, import van apparatuur en administratie in het donorland. „Was het beter dan niets? Ja. Maar het is zeer de vraag of het geld goed besteed is.”

De belangrijkste steun voor de lokale zorg komt niet eens voor in de statistieken, zegt hij. Sinds 2004 lopen zo’n tweehonderd Cubaanse dokters in het land rond, die ook een medische faculteit hebben opgericht. Daarnaast mochten zevenhonderd Timorese jongeren voor arts studeren in Cuba, waarvan de eersten inmiddels zijn teruggekeerd.

Het succes van de strijd tegen kindersterfte betekent niet dat donorlanden hun hulpgeld uitsluitend daarheen moeten sluizen, zegt Killen. „Het gaat er niet om wat je voor je geld kunt kopen, het gaat erom wat de grootste bedreigingen van ontwikkeling zijn.”

Ze vertelt dat sommige landen geld nodig hebben voor de bestrijding van diabetes en obesitas. Maar alle steun die ze krijgen is gericht op hiv. „Vaak willen donorlanden alle hetzelfde doen.”

Zeker nu ontwikkelingshulp steeds meer ter discussie staat, willen donoren graag dat hulp meetbaar is. Zoveel klamboes uitgedeeld, zoveel malariagevallen voorkomen, zoveel levens gespaard. Concreter dan het ‘versterken van de rechtsstaat’ of het opzetten van een kadaster. Jammer, vindt Killen. Volgens haar zouden regeringen beter moeten uitleggen dat de hulp die ze geven niet altijd onmiddellijk helpt, dat ontwikkeling van een land jaren en jaren kan duren.

Zo bevallen ook na twaalf jaar hulp verreweg de meeste Oost-Timorese vrouwen nog op een bamboebed in hun huis. Ook al zijn er inmiddels veel meer vroedvrouwen, is de kliniek minder ver weg en krijgen ze voorlichting via hulporganisaties. Als de weeën zich aandienen, hebben ze vaak geen transport.

En voorlichting slaat soms de plank net mis. Zo moest Health Alliance International een scène van een keizersnede schrappen uit een film over complicaties bij geboortes. De scène joeg vrouwen zo de stuipen op het lijf dat ze niet meer in een kliniek durfden te bevallen, uit angst dat het hun ook zou overkomen.