Kent u dat sprookje van die nieuwe huizenbank?

Combineer de machtigste Nederlandse lobby (werkgeversorganisatie VNO-NCW) met een paar van de slimste economen (Bovenberg & Tang) en wat krijg je?

Een ondoordacht plan dat de pensioenwereld kapitaal moet steken in een nieuwe Nationale Hypotheekbank én het schuldpapier van de nieuwe bank moet kopen. Banken gaan dan, opgelucht dat de hypotheeklast van hun schouders is, weer lekker kredieten geven aan bedrijven. En de pensioenfondsen steken, ook opgelucht, hun geld in veilige, Nederlandse beleggingen. Zij kunnen „betere, welvaartsvaste pensioenen” verstrekken, zo eindigen Bovenberg en Tang hun pleidooi vorige week in deze krant. En iedereen leefde nog lang en gelukkig.

Zo gaan sprookjes.

Met het plan zijn drie dingen mis. Ten eerste bouwt Nederland een nieuwe financiële instelling, waarvan je bij voorbaat weet: te groot om failliet te laten gaan. De Amerikanen hebben zo’n hypotheekbank, sterker nog, ze hebben er twee, Fannie Mae en Freddie Mac. En wij hoeven niet hetzelfde wanbeheer te plegen als daar, maar feit is dat Fannie en Freddie vanwege hun omvang en hun rol als vertrouwensbarometer in de kredietcrisis twee financiële tijdbommen bleken te zijn. Zij konden alleen ontmanteld worden met massieve regeringssteun. Een bank waar heel Nederland z’n hypotheek leeft lopen, durft geen politicus te laten vallen. De overheid loopt via de Nationale Hypotheek Garantie al risico’s op wanbetalingen. Maak die niet groter.

Tweede bezwaar. Wat is het risico voor de pensioenwereld als beoogde nieuwe financier van die hypotheekleningen? Het is verleidelijk om op basis van historische reeksen over de geringe verliezen van banken op woninghypotheken te veronderstellen dat de geschiedenis zich zal herhalen. Maar is daar aanleiding voor?

De reële risico’s zijn sterk leeftijdsgebonden. Zij zitten bij de laatste huizenkopers vóór de omslag van de prijzen medio 2008. Bij burgers tussen 25 en 40 jaar. Zij kochten op de top van de markt, zitten in het spitsuur van het leven (kinderen, carrière), zoals Bovenberg dat ooit treffend formuleerde. Zij hebben weinig of geen eigen vermogen. Zij hebben vanwege de fiscale stimulansen meer geld geleend dan hun huis misschien bij aankoop waard was. Zij hebben een aflossingsvrije hypotheek en zij lopen meer kans op scheiding en daarmee op gedwongen verkoop/boedelscheiding. De huizenprijzen zijn tussen 1984 en 2008 onafgebroken en sterk gestegen. Wat zijn de gevolgen van de omslag? Een ding is wel zeker. De huizen- en schuldencrisis confronteert politici, centrale banken en economen voortdurend met nieuwe tegenslagen en de noodzaak tot onorthodoxe maatregelen.

Het derde bezwaar is het lot van de banken ná het Nationale Hypotheekplan. Als de banken de bulk van hun woninghypotheken verkopen worden zij primair kredietbanken voor het bedrijfsleven. Met veel grotere kans op stroppen. Bij de Friesland Bank, die eerder dit jaar werd gered door de Rabobank, bleken bijvoorbeeld de risico’s op kredieten aan het midden- en kleinbedrijf vijf maal zo hoog als op woninghypotheken. Kredieten aan grote ondernemingen waren zelfs 25 maal zo risicovol. Om die extra stroppen op te vangen moeten banken veel meer kapitaal krijgen. En waar wordt dan gecollecteerd? Weer bij de pensioenfondsen. Laat het hele plan dan liever vallen en mik op één doel: massieve versterking van het kapitaal van banken. Met inzet van pensioengeld. Maar wel via aandelen met een hoger vast en zeker dividendpercentage, zodat het rendement opweegt tegen het gestegen risico.