In één dorpje in Spanje gaat het goed...

Het Spaanse Torrelodones wordt door bewoners zelf bestuurd. Dure adviseurs en een dienstauto à 2.000 euro per maand zijn verdwenen. „We zijn wereldnieuws.”

Het wordt het ‘Wonder van Torrelodones’ genoemd. Duizenden Spaanse gemeenten hebben grote problemen financieel overeind te blijven. Maar Torrelodones, een slaapstadje van 23.000 inwoners in de bergen ten noorden van Madrid, sloot vorig jaar af met een begrotingoverschot van 5 miljoen euro. En dat terwijl de gemeente niet geregeerd wordt door een van de traditionele politieke partijen, maar door een collectief van dorpsbewoners.

Het Wonder bleek deze zomer een onweerstaanbaar verhaal voor Spaanse media. In enquêtes noemen Spanjaarden ‘de politiek’ al ruim een jaar het op twee na grootste probleem waar hun land mee kampt – na de hoge werkloosheid en de economische crisis. In Torrelodones bleken amateurs deze drie zorgen in nog geen jaar op te lossen, meldde het ene na het andere tv-programma en dagblad jubelend na een bezoek aan het dorp. Burgerpartij Vecinos por Torrelodones wordt sindsdien plat gebeld door Spanjaarden die haar voorbeeld wilden volgen.

„Gewone politici bezuinigen door naar de grote uitgavenposten te kijken, zoals zorg en onderwijs”, legt wethouder Ángel Guirao uit op een terrasje voor het gemeentehuis van Torrelodones. „Door op zorg en onderwijs een paar procent te bezuinigen weten ze gemakkelijk een fors bedrag binnen te halen. Maar ze breken tegelijkertijd wel de verzorgingstaat af. Wij hebben juist álle uitgaven bekeken. En wat blijkt: op heel veel kleine zaken besparen levert ook een fiks bedrag op. We houden nu geld over om schoolgebouwen op te knappen.”

Guirao vergelijkt het nieuwe begrotingsbeleid met dat van een gewoon gezin. „Toen we in de zomer van 2011 aantraden hebben we de gemeentebegroting tegen het licht gehouden zoals veel burgers momenteel naar hun eigen huishoudboekje kijken. Een gezin bezuinigt ook niet door in één keer zijn huis op te geven. Het besluit geen rundvlees, maar kip te gaan eten. En niet meer elke dag, maar soms ook kikkererwten, net zo voedzaam en ook lekker.”

De nieuwe bestuurders bezuinigden bijna drie ton door de zes politiek benoemde adviseurs en topambtenaren van de burgemeester te ontslaan. Hun eigen salaris verlaagden ze met 10 tot 20 procent. Een deel van de wethouders hield zijn oude baan (universitair docent, psycholoog, communicatiedeskundige) aan en ontvangt daarom slechts een deeltijdloon. De semigepantserde dienstauto (à 2.000 euro per maand) van de vorige burgemeester en zijn politie-escorte werden wegbezuinigd. De gewoonte om op de gemeentecreditcard buiten de deur te ontbijten en lunchen werd verboden.

Het blijken symbolisch belangrijke maatregelen. Burgers op straat zijn bijna zonder uitzondering te spreken over de nieuwe bestuurders. „Ik moet zelf tegenwoordig harder werken voor minder geld, dan verwacht ik dat mijn politici dat ook doen”, zegt inwoner Juan de la Torre, een financieel consultant. De gepensioneerde Rosa Martínez zegt: „Onze politici zeggen dat we de broekriem moeten aanhalen, omdat we als land boven onze stand hebben geleefd. Dat mag zo zijn, maar dan eis ik van hen ook dat er geen cent meer verspild wordt.”

Op het Wonder valt wel wat af te dingen. Wie de laatste begrotingen er op naslaat, ziet dat het dorp altijd al financieel gezond was. De schuldenlast (12 miljoen, circa 45 procent van de jaarlijkse inkomsten) is voor Spaanse begrippen laag. En ook in 2010, het laatste jaar waarin het dorp nog in handen was van de centrum-rechtse Volkspartij (PP), had het een overschot, van een kwart miljoen. Het overschot vorig jaar was vooral te danken aan eenmalige meevallers op onroerend goed en het feit dat de centrale regering alle ambtenaren een salariskorting oplegde.

Torrelodones is ook geen doorsnee gemeente. Net als andere bergdorpen ten noorden van de hoofdstad was het van oudsher het weekeindverblijf van de Madrileense bourgeoisie. Tegenwoordig wonen er leden van de hogere middenklasse en de zakelijke en culturele elite. De vrijstaande huizen kosten er met gemak anderhalf miljoen. Het dorp kampt met typische luxeproblemen: zo raakte het gemeentezwembad in onbruik doordat veel nieuwbouwhuizen tegenwoordig een zwembad in de tuin hebben.

Dat dit atypische dorp nu toch als landelijk voorbeeld wordt omarmd, valt vooral te verklaren uit het groeiende anti-establishment in Spanje. Veel burgers vinden dat politici (en bankiers) deze crisis ongeschonden doorkomen, terwijl zijzelf de rekening betalen. Ook zijn ze moe van de polarisatie tussen de twee grote politieke partijen. En ze bekritiseren het kiesstelsel, dat vooral op nationaal niveau nieuwkomers en kleine partijen sterk benadeelt.

„De vorige burgemeester had het dorp tot privébezit gemaakt. We hebben de mensen daarmee beledigd”, zegt Javier Laorden, de lokale voorman van de PP in Torrelodones. Zijn partij, die nu op landelijk niveau regeert, werd in mei 2011 na twee decennia uit het gemeentehuis gestoten. De nieuwe machthebbers vindt Laorden „prudente bestuurders, ze letten op het geld en vertillen zich niet aan grote projecten. Maar bovenal weten ze hun beleid geniaal te communiceren. In Torrelodones wordt nu weer gezond bestuurd, zoals in veel meer gemeentes onder druk van de crisis gebeurt. Alleen in ons dorp is het wereldnieuws.”

Wethouder Ángel Guirao beaamt dat de ervaring van Torrelodones niet gemakkelijk te kopiëren is naar andere plaatsen, laat staan naar de landelijke politiek. De partij kwam voort uit een actiecomité dat zich verzette tegen een groot nieuwbouwproject in natuurgebied. In veel andere gemeenten bestond zulke oppositie tijdens de vastgoedhausse niet of bleek ze tevergeefs. Ongebreidelde nieuwbouw was jarenlang de motor van de Spaanse economie en werd gezien als vooruitgang. In het hoogopgeleide en rijke Torrelodones slaagde het verzet wel.

Guirao: „Wij hebben door onze acties jarenlang een vertrouwensband met de b evolking kunnen scheppen. Op landelijk niveau bereik je dat natuurlijk nooit.” Daarnaast hoeven de lokale politici geen mening te hebben over kwesties die de landelijke politiek wel verdelen. „Onze partij verenigt mensen van links tot rechts. We hebben dus geen abortusstandpunt. We hebben vele abortusstandpunten.”

Toch valt er volgens Guirao wel een les te trekken uit de opkomst van zijn partij. „Het falen van de bestuurlijke elite is voor veel burgers vaak een excuus zelf niet te veranderen. Klagen over die verdomde politici is immers comfortabeler. Ik hoop dat ons voorbeeld dit fatalisme doorbreekt.”