Impulsief spel van Wispelwey

Pieter Wispelwey, cello. Verjaardagsconcert. Gehoord: 22/9 Concertgebouw Amsterdam.

Cellist Pieter Wispelwey viert deze week zijn vijftigste verjaardag. Een nieuwe cd-box met zijn inmiddels derde opname van de Bach-suites kwam zojuist uit. En in het Concertgebouw deelde hij dit weekend het podium met zijn meest vertrouwde muzikale vrienden.

Pieter Wispelwey wil zijn publiek graag verrassen. Voorafgaand aan de geprogrammeerde stukken klonken zorgvuldige gekozen intro’s, soms serieus, soms ludiek, die het komende in toonsoort of thematiek voorbereidden. Het was een welkom eerbetoon aan de ooit populaire praktijk van het ‘preluderen.’

Zeer aanwezig in Wispelwey’s spel is de invloed van de historische uitvoeringspraktijk. De nadruk ligt op ritmische markering: een altijd voelbare puls, relatief hoge tempi en immer energieke streken. Bijzonder goed kwam die aanpak tot zijn recht in Ravels door volksmuziek beïnvloede Sonate voor viool en cello (1920-22). Samen met de ijzersterk spelende violist Benjamin Schmid vertolkte Wispelwey de boertige melodieën op het scherpst van de snede.

Maar Wispelwey’s impulsieve stijl heeft niet altijd een gunstig effect op de toonkwaliteit. Dat viel vooral op in zijn eigen cellobewerking van Schuberts Fantasie voor viool en piano (1827). Door een vrijwel exclusieve aandacht voor ritmische expressiviteit klonk dit werk nogal springerig en frivool, terwijl de diepgang ervan juist in de lyriek te vinden is.

Volop lyrisch daarentegen was het spel van de Zweedse klarinettist Martin Fröst. In Poulenc’s beroemde Sonate voor klarinet en piano (1962) betoverde hij het publiek met prachtig uitgezongen melodieën en onvoorstelbare pianissimi. Alleen zijn wat geaffecteerde bewegingen leidden af van zijn muzikale boodschap.

Het verjaardagsfeest eindigde met een uitvoering van Brahms’ Klarinettrio (1891). Innemende solo’s en alerte dialogen volgden elkaar hierin op.

Maar ook nu onttrok de grillige oppervlakte soms de lyrische onderstroom aan het oor.