Ik, Driss is innemende huiskamer-musical

Krantenfeuilleton Ik, Driss van Asis Aynan en Hassan Bahara over de belevenissen van de eerste generatie gastarbeiders in Nederland bewerkt tot een goedmoedige, naïeve muziektheatervoorstelling.

Fahd Larhzaoui (Driss) en Jennifer van Brenk (Jolande) in Ik, Driss - de Musical
Fahd Larhzaoui (Driss) en Jennifer van Brenk (Jolande) in Ik, Driss - de Musical Foto Bob Bronshoff

Ik, Driss – de musical, door 't Beemstervarken/De Meervaart. Gezien: 22/9 in De Meervaart, Amsterdam. Tournee t/m 3/11. Inl. ikdrissdemusical.nl

Driss Tafersiti heeft het ver geschopt. Zijn herinneringen aan zijn eerste gastarbeidersjaren in Nederland, in de jaren zeventig, verschenen in 2009 en 2010 als autobiografisch ogend feuilleton op de Achterpagina van deze krant – en trokken snel een trouwe lezerskring. Daarna werden de verhalen gebundeld in een succesboek. En nu is hij de titelheld van een musical. Geen groot spektakel, eerder een voorstelling op huiskamerformaat, met bescheiden middelen gemaakt, met een paar eenvoudige liedjes zonder veel meeslepende draagwijdte, maar toch: een musical.

Pas toen de bundel verscheen, werd Driss ontmaskerd. Hij bestond niet echt; hij was een verzinsel van de auteurs Asis Aynan en Hassan Bahara. Maar hij was wel gebaseerd op ware verhalen uit de generatie van hun vaders – toen gastarbeiders weliswaar hard moesten werken in nederige baantjes, maar tegelijk de kans liepen met open armen te worden ontvangen door vriendelijke autochtonen. Natuurlijk waren er misverstanden en cultuurverschillen. Natuurlijk was er wederzijdse argwaan. Van kwaadaardigheid was echter geen sprake; met een beetje geluk wist zo’n gastarbeider zich wel een weg door zijn nieuwe omgeving te slaan. En met nog iets meer geluk slaagde Driss er zelfs in het mooiste meisje van IJmuiden aan de haak te slaan.

Bart Oomen, de initiatiefnemer, scriptschrijver en regisseur van Ik, Driss - de musical, concentreert zijn verhaal op die romance, tegen de achtergrond van de IJmuidense visafslag waar Driss als scholstapelaar aan het werk is. Hij is, net als zijn twee allochtone vrienden, een goedgemutste jongeman die er niets dan goede bedoelingen op na houdt. Hij draagt een strakke broek met klokpijpen en een afrokapsel, net als de mannen wier portretfoto’s metershoog op de verrijdbare panelen staan. Oomen gaat ieder mogelijk misverstand uit de weg. Hij voert twee vertellers op, die eerst vertellen dat ze vanavond de vertellers zijn (dat hadden we al begrepen) en daaraan toevoegen dat ze ook in diverse rollen en rolletjes gaan meespelen (dat zullen we straks heus zelf wel snappen). Bovendien leggen ze het publiek expliciet de vraag voor of iedereen dat zomaar zou durven: huis en haard verlaten om in een ver, vreemd land een nieuw bestaan op te bouwen.

Al die uitleg schept om te beginnen een ietwat kinderlijke sfeer. Zo nadrukkelijk hoeft Driss’ naïveteit, die tevens zijn charme bepaalt, niet te worden geëtaleerd. En zo ingewikkeld is het allemaal ook niet wat deze voorstelling te vertellen heeft.

Het script is opgebouwd uit korte, vaak rake scènetjes waar echter in de eerste helft nog wel wat tempo bij kan. Terwijl de muziek net iets te dienend blijft om vleugels te krijgen.

De tweede helft, waarin de intrige zich toespitst op Driss en zijn blonde Jolanda, is veel beter en strakker. Geestiger ook. En muzikaler. Na de pauze worden er, op muziek van Jan Pieter Koch en zangteksten van Justus van Oel, toch nog een paar liedjes met enige dramatische dynamiek gezongen die het verhaal verder voortstuwen. Het muzikale idioom is voornamelijk Nederlands, maar voortdurend zingen er Marokkaanse echootjes mee om de couleur locale te illustreren.

Zo wordt de voorstelling allengs steeds aanstekelijker. Fahd Larhzaoui vertolkt de Driss-rol met een innemend soort onschuld in zijn ogen en een warme zangstem. Mohammed Azaay en Mohammed Chaara zijn twee vrolijke sidekicks, die ook vaak contact met de zaal maken. Marloes van den Heuvel speelt met komische flair twee moederlijke vrouwen en Jennifer van Brenk is een expressief vriendinnetje dat Driss het hoofd op hol brengt.

En het happy end roept onweerstaanbare heimwee op naar de minder gespannen tijden van toen.