Herman Brusselmans

Toen Herman Brusselmans begon met schrijven, werd hij onthaald als een van de grootste nieuwe talenten van de Vlaamse letteren. Hij schreef boeken over verlopen, mislukte, veel rokende en drinkende figuren in wie je de schrijver Herman Brusselmans herkende (Zijn er kanalen in Aalst, De man die werk vond). Toen Brusselmans bleef schrijven, werd hij steeds populairder (Ex-schrijver, Vrouwen met een IQ).

En Herman Brusselmans schreef gewoon door, en steeds vaker hoorde je dat De man die werk vond toch éígenlijk de beste was, en dat de latere boeken er wel erg veel op leken. Maar Brusselmans blijft productief: Logica voor idioten, Mank, De kus in de nacht: het zijn romans over verlopen… etc.

Begin dit jaar verscheen Watervrees tijdens een verdrinking, en hoewel ook dat boek gaat over een schrijver die drinkt, en hoewel het ook net zo grappig is als de meeste van de ruim zestig titels die eraan voorafgingen, werd het beter gewaardeerd dan veel boeken ervoor. Het is misschien wel zijn tweede boek voor de eeuwigheid. Dat Brusselmans tegenwoordig voor elk nieuw boek in De Wereld Draait Door zit, draagt bij aan de hernieuwde status van Brusselmans als topauteur.

Nu al ligt de opvolger van de recentste klassieker in grote stapels in de winkel. Met Guggenheimer in de mode haalt Brusselmans een personage uit de kast dat al een tijdje niet in zijn werk was opgedoken: rasmogul Guggenheimer, die in eerdere boeken uitgever, tv- en reclameman was. Succesvol, dat wel – maar ook flink rokend en drinkend.

Er gebeurt er vrij weinig. Guggenheimer zit in het café. Hij drinkt en hij rookt, al moet hij voor dat laatste tegenwoordig steeds naar buiten. Hij maakt graag kenbaar hoe rijk en succesvol hij is, en hij kijkt met onverholen minachting neer op iedereen die dat niet is. Naar iedereen dus. Dat maakt hem tot net zo’n sombere mensenhater als de hoofdfiguren die minder bedeeld zijn.

Biedt dit boek dus meer van hetzelfde? Alle elementen zijn bekend, maar Brusselmans doet er steeds minder mee. Guggenheimer zit te schelden, politiek incorrect te mopperen (‘Wie lieve schaapjes zonder verdoving slacht, bij vrouwen de kietelaar tot moes versnijdt en de Arabische Lente stokken in de wielen steekt, die kon bezwaarlijk op Guggenheimers sympathie rekenen’). En het gaat over voetbal, over Steve Jobs, André Hazes en ook over uiterlijkheden, want Guggenheimer ergert zich flink aan de manier waarop vrouwen gekleed gaan.

Ondertussen gebeurt er niet zoveel. En het duurt ook nog eens behoorlijk lang voordat Guggenheimer écht in de mode gaat. Juist daarom is dit boek misschien wel beter geslaagd dan Uitgeverij Guggenheimer of Guggenheimer wast witter. In die romans was hij een druk baasje, doelgericht bezig een bedrijf groot te maken en ondertussen een plot te vormen voor de roman.

Een plot heeft Guggenheimer in de mode nauwelijks. Zo komt de nadruk steeds meer te liggen op de grote kracht van Brusselmans: de vormgeving van het niets, de stilering van de ledigheid. Het is bij Brusselmans niet meer, maar steeds minder van hetzelfde. Een goede ontwikkeling.