Haren vraagt zich af hoe het zo uit de hand kon lopen

Er is veel kritiek op de autoriteiten in Haren na de rellen van afgelopen vrijdag. Hoe voorkomen gemeenten dat er binnenkort weer zoiets gebeurt?

Haren vertoonde vandaag nog de sporen van de rellen van vrijdag.
Haren vertoonde vandaag nog de sporen van de rellen van vrijdag. Foto Kees van de Veen

Drie scenario’s lagen klaar op het gemeentehuis van Haren. Burgemeester Rob Bats en zijn korpschef rekenden op een „beheersbaar, overwegend vreedzaam” ‘verjaardagsfeest’. Mocht het uit de hand lopen, dan hielden ze 250 ME’ers achter de hand. En ten slotte bestond de kans nog dat de feestvierders weg zouden blijven.

Geen van die drie scenario’s kwam uit. Het dorp Haren veranderde in een slagveld, afgelopen vrijdagavond. 29 mensen raakten gewond. Vanmiddag zouden politie en Openbaar Ministerie met een update komen over het aantal aanhoudingen; zondagochtend waren in elk geval 36 relschoppers gearresteerd. De politie gaat nog extra beeldmateriaal van relschoppers openbaar maken.

Lokale politieke partijen hebben aangedrongen op een spoeddebat met de gemeenteraad. Oppositiefracties vragen zich af hoe het kan dat de burgemeester de openbare veiligheid niet heeft kunnen garanderen: „De overheid heeft als kerntaak het beschermen van haar burgers en het zorgen voor veiligheid. Dat is vrijdagavond niet gelukt.”

De lokale autoriteiten hebben het risico op escalatie onderschat, vinden critici. Zoals de Groningse hoogleraar Jan Brouwer, directeur van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid, zegt: „Een mensenmassa op zich vormt al een enorm risico, en een mensenmassa die niets te doen heeft, is een nog veel groter gevaar.”

Burgemeester Bats, zijn korpschef en de officier van justitie waren afgelopen weekend unaniem: van onderschatting was geen sprake. Het was „tuig”, zei Bats, en dat tuig zocht doelbewust de confrontatie met politie, ambulancepersoneel en andere hulpverleners. „Bovendien hebben we hier te maken met een relatief nieuw fenomeen”, zei Oscar Dros, korpschef van de regiopolitie Groningen: „De mobiliserende macht van Facebook en Twitter. Het is voor de politie nog zoeken hoe je daarmee moet omgaan.”

Tegen die versnelde communicatie zijn overheden niet opgewassen, zegt Gerrit van de Kamp, voorzitter van politiebond ACP. „Met de huidige methodes kom je er niet, zoveel is duidelijk.” Er bestaat ook nog te weinig inzicht in het type ordeverstoorders zoals bij ‘Haren’. Hoe groot is de kern notoire onruststokers, zoals voetbalhooligans? En hoeveel zijn ‘gelegenheidsordeverstoorders’, zoals onderzoekers dat noemen? Dat type laat zich meeslepen door de kracht van de massa.

In het weekend bleek dat ‘Haren’ niet op zich staat: nieuwe oproepen voor feesten verschenen op Facebook en Twitter, onder meer in Gouda, Amersfoort en Nieuwegein. Hoe voorkomen deze gemeenten dat volgende week, of volgende maand, bij hen zoiets gebeurt? Internetcensuur, dus de oproepen weer van sociale media (laten) afhalen, heeft geen zin én stuit op juridische bezwaren, denkt hoogleraar Brouwer. Hij adviseert juist via dezelfde wegen als de ‘organisatoren’ te communiceren. „Dus als gemeente ook op Facebook zetten dat je er niet inkomt met alcohol, of dat de toegangswegen zijn afgesloten.” En via noodverordeningen de nodige besluiten nemen: een verbod op stilstaan, een verbod op alcohol. Op inname én op de verkoop ervan. En dat verbod handhaven.