Feestje

Lang geleden heb ik dichtbij Haren gewoond. Op een zondagmiddag fietste je er weleens heen om de villa’s te bewonderen en tegen elkaar te zeggen: „Mooi wonen hier.’’ Haren straalde rust, tevredenheid en waardigheid uit. Willem Frederik Hermans woonde er toen nog in de kapitale, rietgedekte villa ‘Lindenhof’ aan de Julianalaan 11. Hij kocht het huis in 1967 voor 135.000 gulden en verkocht het voor 325.000 gulden in 1973, toen hij naar Parijs vertrok. Hij zou de beroemdste inwoner van Haren blijven.

Was Hermans afgelopen vrijdag nog in leven geweest, dan had hij een van zijn boektitels, Door gevaarlijke gekken omringd, ook op de gebeurtenissen in Haren van toepassing kunnen verklaren. Duizenden jongeren die in een vlaag van collectieve verstandsverbijstering een braaf dorp aan gort trappen – was dat geen stof geweest voor een boosaardig-satirische roman van Hermans? Over een onschuldig meisje dat met de beste bedoelingen een verjaardagsfeestje wil geven, maar dat een foutje maakt bij het versturen van de uitnodiging, waarna de hele wereld over haar heenvalt.

Vermoedelijk zouden we zo’n roman in de tijd van W.F. Hermans te onwaarschijnlijk hebben gevonden.

De deskundigen breken zich nu het hoofd over de vraag of de gemeente Haren die onzalige nacht niet had kunnen voorkomen. De autoriteiten moeten het daarbij ontgelden. Het grootste verwijt is dat zij niet bereid waren op een voetbalveldje een écht feest te organiseren. We moeten onze autoriteiten kritisch volgen, maar deze kritiek is wel erg gemakkelijk. De burgemeester wees er terecht op dat de gemeente zich daarmee verantwoordelijk gemaakt had voor alles wat er op dat haastig georganiseerde feest had kúnnen gebeuren.

De arme burgervader zat in een no win-situatie. Wat hij ook deed, er bestond altijd het risico van onafzienbare gevolgen. Haren compleet van de buitenwereld afsluiten? Ook zo’n gratuite suggestie. Misschien was er dan aan de grenzen van Haren een complete veldslag ontstaan.

Veel interessanter is daarom de vraag: wat bezielde al die jongeren?

Meestal belanden we met die vraag in een moeras van elkaar tegensprekende sociaal-pedagogische verklaringen. Daarom houd ik het liever bij een antwoord dat schittert door eenvoud: verveling. Iets uitgebreider: zin in een verzetje, hunkering naar opwinding, indruk willen maken op meisjes (ik schat dat 95 procent van de gewelddadigste daders uit jongens bestond).

Wat moet je op zo’n vrijdagavond ánders doen? Naar de film, de disco en de kroeg ga je altijd al. Je wilt weleens iets onverwachts en onvoorspelbaars. Haren, waar ligt dat fucking Haren? Nooit van gehoord. Een uur, twee uur met de bus of de auto? Doen we. Drank mee.

Ik legde het een bezoeker van Lowlands, het dancefestival in Biddinghuizen, voor. Hij dompelt zich elk jaar drie dagen lang met 45.000 andere mensen onder in een poel van geluid, beweging en (vaak) hitte – en komt er herboren vandaan.

Hij knikte toen ik over ‘Haren’ begon. „Die jongeren wilden gewoon naar een feestje. Toen ze hoorden dat de gemeente niet wilde meewerken, dachten ze: dan doen we het toch zelf?” Hij vergeleek het met de flashmobs die tien jaar geleden ontstonden: via nieuwe media georganiseerde bijeenkomsten op openbare plekken waar iets ongebruikelijks werd gedaan, waarna de groep weer uiteenviel.

Het verschil met Haren was dat daar de flash onaanvaardbaar in de pan sloeg.